Financiële verordening Gemeente Midden-DrentheDe raad van de gemeente Midden-Drenthe; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 november 2015; Gelet op artikel 212 van de Gemeentewet; Gezien het advies van de Werkgroep financieel overleg van 7 december 2015; Besluit vast te stellen: Financiële verordening Gemeente Midden-Drenthe Hoofdstuk1.Inleidende bepalingen Artikel1.Definities In deze verordening wordt verstaan onder: afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college; administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Midden-Drenthe en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; begrotingscyclus: de met betrekking tot een begrotingsjaar gemaakte afspraken over: het voorbereiden, opstellen, vaststellen, en uitvoeren van de begroting; het afleggen van verantwoording door het college over de uitvoering van de begroting; het opstellen en vaststellen van de jaarrekening; de controle van de jaarrekening. inkomsten: totaal van baten voor onttrekking van reserves; netto schuld: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteuren en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak wordt verstaan het totaal van langlopende uitzettingen, vorderingen, liquide middelen en overlopende activa; overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt; deelprogramma: onderdeel van een programma bestaande uit een samenstel van een aantal samenhangende producten of een enkel product van de productenraming en productenrealisatie. Hoofdstuk2.Begroting en verantwoording Artikel2.Programma-indeling 1.De raad stelt de programma-indeling vast. De programma-indeling maakt deel uit van de begrotingscyclus. 2.De raad stelt op basis van de door het college aan de programma’s toegewezen producten de onderverdeling van de programma’s in deelprogramma’s vast. 3.De raad stelt op voorstel van het college, zo mogelijk, per deelprogramma relevante indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van verantwoording over de gemeentelijke productie van goederen en diensten, de baten en lasten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid. 4.De raad stelt vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen in de begroting en rekening kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. Artikel3.Inrichting begroting en jaarstukken 1.Bij de begroting wordt onder elk van de programma’s de lasten en de baten per deelprogramma weergegeven. Bij de jaarrekening worden onder elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten per deelprogramma weergegeven. 2.Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven. 3.Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 20 en 21 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming en de investeringen. 4.In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven. Artikel4.Kaders begroting 1.Het college biedt, in overeenstemming met het bepaalde in de begrotingscyclus, aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. Artikel5.Autorisatie begroting en investeringskredieten 1.De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de lasten en de baten per deelprogramma. 2.Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De investeringen voor het begrotingsjaar die niet benoemd zijn tijdens de begrotingsbehandeling zijn met het vaststellen van de begroting geautoriseerd. 3.Het college informeert de raad in ieder geval in de eerstvolgende tussentijdse rapportage als ze verwacht dat de lasten de geautoriseerde lasten overschrijden of de baten de autoriseerde baten onderschrijden of de investeringsuitgaven de geautoriseerde investeringskredieten overschrijden. Het college voegt hierbij een voorstel voor wijziging van het geautoriseerde budget of het investeringskrediet of een voorstel voor bijstelling van het beleid. 4.Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de begroting zijn opgenomen, legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel aan de raad voor. Artikel6.Tussentijdse rapportage 1.Het college informeert de raad in tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente. 2.De tussentijdse rapportages worden aan de raad aangeboden op de tijdstippen zoals opgenomen in de begrotingscyclus. 3.De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting. 4.De tussentijdse rapportages gaan in op afwijkingen van de oorspronkelijke ramingen van de baten en de lasten en de investeringskredieten, de geleverde goederen en diensten en als daar aanleiding voor is de maatschappelijke effecten. Hoofdstuk3.Financieel beleid Artikel7.Waardering en afschrijving vaste activa 1.Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief worden lineair in 5 jaar afgeschreven. 2.Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. 3.Materiële vaste activa met een economisch nut, als bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, worden lineair afgeschreven in maximaal: 40 jaar: permanente nieuwbouw woonruimten en bedrijfsgebouwen; 20 jaar: renovatie, bouwkundige voorzieningen, groot (levensduur verlengend) onderhoud of een algehele aanpassing; 15 jaar: semipermanente nieuwbouw en woonruimten en bedrijfsgebouwen; 50 jaar: rioleringen 5-20 jaar: technische installaties en inventaris in bedrijfsgebouwen; 7-15 jaar: lichte transport- en technische hulpmiddelen; bijvoorbeeld aanhangwagens, tractoren, motorvoertuigen en strooiers; 4-15 jaar: zware transport- en technische hulpmiddelen; bijvoorbeeld sneeuwploeg, bermvijzel en vrachtauto; 4-6 jaar: automatiseringsapparatuur en software; 0 jaar: gronden en terreinen (niet afschrijven); divers: overige materiële vaste activa. 4.Activa die voldoen aan een van de volgende eisen worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen: een verkrijgingsprijs van € 15.000,00 of minder; een levensduur die korter is dan 4 jaar; een jaarlijkse vervanging van hetzelfde materieel. 5.Onder activa met een maatschappelijk nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, worden verstaan investeringen in aanleg en onderhoud van onder andere wegen, waterwegen, civiele kunstwerken, groen en kunstwerken. 6.Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen van derden geactiveerd en lineair afgeschreven over de verwachte levensduur. Hiervan kan bij raadsbesluit worden afgeweken. Artikel8.Kostprijsberekening 1.Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en diensten wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die indirecte kosten betrokken die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende diensten. 2.Bij de kosten worden betrokken de bijdragen aan en de onttrekkingen van reserves voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa. Voor rioolheffing, afvalstoffenheffing en reinigingsrechten betreft dit ook de compensabele btw en de kosten van kwijtschelding. 3.De omslagrente voor de rentetoerekening aan de activa wordt bepaald door het rentetotaal van de uitstaande leningen en de bij de begroting vastgestelde gecalculeerde rente over het eigen vermogen en de voorzieningen. 4.Voor levering van goederen, diensten en werken aan overheidsbedrijven en derden met welke bijbehorende activiteiten de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking doet het college een voorstel voor een raadsbesluit waarin het publiek belang van elke activiteit wordt gemotiveerd. Artikel9.Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen 1.Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rechten, de leges en de heffingen. 2.De besluiten voor het vaststellen van nieuwe prijzen en het wijzigen van prijzen worden ter kennisneming aan de raad aangeboden. Artikel10.Financieringsfunctie 1.Het college voert de treasuryfunctie uit binnen de kaders van de Wet Financiering decentrale overheden (Fido) en de Regeling Uitzetting derivaten decentrale overheden (Ruddo) en draagt daarbij zorg voor: het tijdig aantrekken van voldoende financiële middelen om de (deel)programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren (beschikbaarheid); het beheersen van de risico’s verbonden aan de treasuryfunctie (risicominimalisatie); het zoveel mogelijk beperken van de rentekosten van de leningen en het bereiken van voldoende rendement op overtollige middelen (renteoptimalisatie); het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities (kostenminimalisatie). 2.Het college neemt bij het aantrekken van middelen de volgende richtlijnen in acht: voor het aantrekken van leningen met een looptijd langer dan een jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1 onder c van de Wet financiering decentrale overheden. 3.Het college neemt bij interne financieringsmiddelen de volgende richtlijnen in acht: de gemeentelijke reserves en voorzieningen worden gebruikt als intern financieringsmiddel; de rente die wordt toegerekend aan de interne financieringsmiddelen wordt jaarlijks in de kadernota vastgesteld. 4.Het college neemt bij het verstrekken van leningen en garanties de volgende richtlijnen in acht: het verstrekken van leningen en garanties wordt uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak; in principe worden geen leningen en garanties verstrekt; het verstrekken van leningen en garanties kan alleen plaatsvinden nadat de raad hierover is gehoord; aan het verstrekken van leningen en garanties worden nadere voorwaarden verbonden. Hierbij bedingt het college indien mogelijk zekerheden ; het college motiveert in zijn besluit het openbare belang van de verstrekte lening en garantie. Hoofdstuk4.Financiële organisatie en financieel beheer Artikel11.Administratie 1.De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de afdelingen; het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen, schulden en contracten; het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; het verschaffen van informatie over indicatoren over de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevantie wet- en regelgeving; de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving. Artikel12.Interne controle Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel. Artikel13.Financiële organisatie Het college draagt zorg voor: een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken; een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd.; de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en baten aan de producten van de productraming en de productrealisatie; het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen. Hoofdstuk5.Slotbepalingen Artikel14.Inwerkingtreding, overgangsbepalingen en citeertitel Deze verordening treedt in werking met ingang van het begrotingsjaar
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.