Nadere subsidieregels lokale en regionale musea 2016-2018NADERE SUBSIDIEREGELS LOKALE EN REGIONALE MUSEA 2016-2018 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen 1 Gezonde bedrijfsvoering: musea werken vraaggericht met een focus op de markt en op professionele, inhoudelijke en maatschappelijke ontwikkelingen vanuit een eigen visie en strategie. Musea werken aan het verbreden van hun financiële basis om minder afhankelijk te zijn van overheidsinkomsten. 2 Lokaal en regionaal museum: een museum gevestigd in Nederlands-Limburg, niet zijnde een provinciaal of nationaal museum. 3 Museum: een permanente instelling, niet gericht op het behalen van winst, toegankelijk voor publiek, die ten dienste staat aan de samenleving en haar ontwikkeling. Een museum verwerft, behoudt, onderzoekt, presenteert, documenteert en geeft bekendheid aan de materiële en immateriële getuigenissen van de mens en zijn omgeving, voor doeleinden van studie, educatie en genoegen. Binnen deze regeling wordt onder museum verstaan zowel de in het museumregister opgenomen musea als de niet in het museumregister opgenomen musea, zoals particuliere musea en schatkamers. Het museum dient minimaal een jaar voorafgaand aan het indienen van het subsidieverzoek reeds aangesloten te zijn bij de Federatie van Musea in Limburg. 4 Project: een in tijd afgebakend samenhangend geheel van activiteiten, met een duidelijk geformuleerd doel en eindresultaat. 5 SMART: Specifiek: zo concreet mogelijk aangeven wie, wat, waar, wanneer en hoe. Meetbaar: zo veel mogelijk in maat en getal uitdrukken. Acceptabel: activiteiten, doelen en beoogde resultaten dienen te passen binnen het Beleidskader Cultuur 2015-2019, het Uitvoeringsprogramma Cultuur en Immaterieel Erfgoed van het jaar/de jaren waarin de subsidieaanvraag plaatsvindt en dienen draagvlak te hebben. Realistisch: activiteiten, doelen en beoogde resultaten dienen binnen de gestelde tijd, financiële en personele randvoorwaarden te kunnen worden gerealiseerd. Tijdsgebonden: vooraf vastleggen welke activiteiten, doelen en beoogde resultaten op welk moment afgerond dan wel gehaald moeten zijn. 6 Toekomstbestendige maatregel: structurele vernieuwing van het museum gericht op toekomstbestendigheid van de publieksactiviteiten voor bezoekers (doelgroepen). Dit kunnen zowel fysieke maatregelen (aan gebouw, toegang, zichtbaarheid etc.) als maatregelen gericht op de organisatie (PR, haalbaarheidsonderzoek, (Euregionale) samenwerking etc.) dan wel maatregelen gericht op het implementeren van een nieuw/vernieuwend museaal concept en/of nieuwe verhaallijnen ter ondersteuning van de collectie betreffen. Hieronder kan ook begrepen worden de ondersteuning van de Federatie van Musea in Limburg ten behoeve van de toekomstbestendigheid van één of meerdere musea. Artikel 2 Doelstelling/doel van de regeling Deze subsidieregeling heeft tot doel om lokale en regionale musea in Limburg de mogelijkheid te geven om met ondersteuning van de Provincie Limburg in te zetten op de toekomstbestendigheid van hun publieksactiviteiten voor bezoekers (doelgroepen). Artikel 3 Aanvrager Voor subsidie kunnen in aanmerking komen: Lokale en regionale musea, al dan niet in samenwerking met andere partijen; Federatie van Musea in Limburg. Hoofdstuk 2 Criteria Artikel 4 Algemene subsidiecriteria Om voor een subsidie in aanmerking te komen, gelden de volgende algemene criteria: Het project dient binnen 1 jaar te zijn uitgevoerd. De aanvrager voert een gezonde bedrijfsvoering. Artikel 5 Specifieke subsidiecriteria Projecten moeten aan alle hieronder vermelde criteria voldoen: Het project betreft een toekomstbestendige maatregel. De toekomstbestendige maatregel dient aantoonbaar te kunnen resulteren in het bereiken van meer en/of een jonger en/of een diverser publiek. Er dient sprake te zijn van aantoonbare financiële matching door derden (overheden, bedrijfsleven en/of particuliere fondsen) voor het betreffende project. Artikel 6 Afwijzingsgronden In aanvulling op artikel 15 van de Algemene Subsidieverordening 2012 Provincie Limburg, wordt de subsidieaanvraag afgewezen, indien: het project niet aansluit bij de doelstelling van deze nadere subsidieregels zoals gesteld in artikel 2; de subsidieaanvraag niet is ingediend door een aanvrager zoals gesteld in artikel 3; niet wordt voldaan aan één of meerdere criteria in de artikelen 4 en 5; het te verstrekken subsidiebedrag minder dan € 1.000,00 bedraagt; de Provincie Limburg dezelfde activiteit/project al op een andere wijze subsidieert en/of financiert, met uitzondering van bijdragen van het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg en/of het Cultuurparticipatiefonds Limburg. Bijdragen ontvangen van het Huis voor de Kunsten Limburg, in het kader van de Motie Volkscultuur of in de vorm van een projectbijdrage, worden hierbij beschouwd als subsidiering/financiering door de Provincie Limburg; de subsidieaanvraag is ontvangen buiten de periode zoals vermeld in artikel 11; en/of een aanvrager al eerder een subsidie binnen dezelfde tranche binnen deze regeling heeft ontvangen. Hoofdstuk 3 Financiële aspecten Artikel 7 Subsidieplafond 1 Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond van deze nadere subsidieregels per tranche zoals omschreven in artikel 11 vast. 2 De wijze van verdeling van het subsidieplafond kunt u raadplegen op www.limburg.nl/subsidies > subsidieplafonds. Artikel 8 Subsidiebedrag 1 Het subsidiebedrag bedraagt maximaal € 5.000,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.