← Nederland

Besluit van de raad van Amsterdam houdende de gedragscode voor de leden van het algemeen bestuur van bestuurscommissies (Gedragscode algemeen bestuur

Obsah (5)Artikel 2Artikel 3Artikel 4Artikel 5Artikel 6

Besluit van de raad van Amsterdam houdende de gedragscode voor de leden van het algemeen bestuur van bestuurscommissies (Gedragscode algemeen bestuur bestuurscommissies Amsterdam)Inhoud Inleiding Deze

Artikel 2

: het betreft een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register. Het lid of buitengewoon lid is verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan. Paragraaf 3: Informatie Wettelijk kader -Informatieplicht (artikel 169 Gemeentewet en artikel 24, zesde lid van de Verordening op de bestuurscommissies): het dagelijks bestuur en elk van zijn leden is verplicht alle inlichtingen te geven die het algemeen bestuur, en in het verlengde daarvan het college en de raad, nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele leden informatie vragen zal die informatie moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang. Het Reglement van Orde voor de bestuurscommissie kan bepalingen bevatten die betrekking hebben op informatieverstrekking en de omgang met informatie. -Geheimhouding (artikel 25, 55 en 86 van de Gemeentewet en artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht): een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel2:5 Algemene wet bestuursrecht). Het college en de raad kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding opleggen. Ook de burgemeester onderscheidenlijk (de voorzitter van) een (bestuurs)commissie kan geheimhouding opleggen (artikelen 25, 55 en 86 Gemeentewet). Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht).

Artikel 3

.1: het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achter laten van USB-sticks met vertrouwelijke/geheime informatie. Paragraaf 4: Omgang met geschenken en uitnodigingen Wettelijk kader -Afleggen eed of belofte (artikel 14 van de Gemeentewet en artikel 8 van de Verordening op de bestuurscommissies): de eed of belofte die het lid van het algemeen bestuur moet afleggen heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder paragraaf 2 voor de bepalingen ter voorkoming van belangenverstrengeling.)

Artikel 4

.1: in de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van het lid of buitengewoon lid kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door het lid of buitengewoon lid worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Duurdere geschenken worden niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of eigendom van de gemeente, die zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register wordt opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 de gemeente heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven. -Artikelen 4.2 en 4.3: het gaat hier om excursies, evenementen en buitenlandse reizen die betrokkene als lid of buitengewoon lid van het algemeen bestuur aanvaardt. Excursies, evenementen en buitenlandse reizen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier dus niet onder. Paragraaf 5: Gebruik van voorzieningen van de gemeente Wettelijk kader -Geen andere inkomsten (artikel 99 van de Gemeentewet): de leden van het algemeen bestuur genieten geen andere vergoedingen ten laste van de gemeente dan die bij of krachtens wet toegestaan zijn. -Procedure van declaratie: er zijn voor de leden van het algemeen bestuur voorschriften opgenomen in de gemeentelijke Verordening voorzieningen bestuurscommissieleden over de wijze van declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten. -Buitenlands werkbezoek: er zijn richtlijnen voor buitenlandse werkbezoeken vastgesteld. Op grond van die richtlijnen dient het college toestemming voor een buitenlands werkbezoek te verlenen. Als de excursie of reis in het belang van de gemeente is gemaakt, worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfskosten vergoed. Het college kan aan de toestemming voorwaarden verbinden.

Artikel 5

.1: aan de leden van het algemeen bestuur worden rechtspositionele voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen geboden die een goed functioneren van de leden van het algemeen bestuur mogelijk maken. Uitgangspunt daarbij is dat deze in beginsel in bruikleen ter beschikking worden gesteld. Indien een voorziening of verstrekking niet in bruikleen ter beschikking kan worden gesteld, wordt de factuur direct ten laste van de begroting van het bestuursorgaan betaald, het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf door het indienen van declaraties, wordt tot een minimum beperkt. Voorzieningen, verstrekkingen en declaraties worden openbaar gemaakt op internet. Inzet is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven door het lid van het algemeen bestuur zelf worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van het lid van het algemeen bestuur maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk. Het lid van het algemeen bestuur zal zich uiteraard nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem of haar gelden. -Artikel 5.2:uitgangspunt is dat de leden van het algemeen bestuur geen buitenlandse werkbezoeken afleggen. Ook niet naar Brussel, Straatsburg of een ééndaagse reis naar een andere bestemming binnen Europa. In artikel 5.3 staat dat van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als het college van oordeel is dat dit in het belang van de gemeente is. Het college moet dan vooraf met het buitenlandse werkbezoek instemmen. De beoordeling van de noodzaak van de buitenlandse dienstreis ligt dus ook voor het algemeen bestuur bij het college. Verder moet bij buitenlandse werkbezoeken eigen verantwoordelijkheid, transparantie en bereidheid om verantwoording af te leggen voorop staan. Uit de richtlijnen volgt daarnaast dat het moet gaan om een bezoek in verband met het verrichten van werkzaamheden voor de gemeente of het bijwonen van een congres buiten Nederland. Buitenlandse reizen die worden gemaakt ten behoeve van de politieke partij zijn geen 'dienstreizen' en vallen hier niet onder. -Artikel 5.5: stelregel is dat privégebruik van gemeentelijke voorzieningen niet is toegestaan, tenzij daarvoor in of op grond van de Verordening voorzieningen bestuurscommissieleden een regeling voor is getroffen. Paragraaf 6: Uitvoering gedragscode

Artikel 6

.1: de gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode, voor een voor een eenduidige interpretatie daarvan en voor wijziging/aanvulling daarvan bij onduidelijkheden of leemtes. -Artikel 6.2: de Gemeentewet verplicht de gemeenteraad om voor zichzelf en voor de leden van het college een gedragscode vast te stellen. In het verlengde daarvan wordt het ook wenselijk geacht dat door de gemeenteraad een gedragscode voor de leden van het algemeen en dagelijks bestuur van de bestuurscommissies wordt vastgesteld. Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren. De voorzitter krijgt de taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of haar stadsdeel te bevorderen. Belangrijk onderdeel daarbij is de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia een plek krijgen en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking van het thema integriteit binnen de bestuurscommissie. De voorzitter hoeft hier niet alleen voor te staan. Een daartoe aangewezen contactpersoon of vertrouwenspersoon kan hier eveneens een belangrijke rol in spelen. In dat verband zullen ook nadere afspraken worden gemaakt over de werkwijze die wordt gevolgd ingeval zich een incident of een vermoeden van een integriteitsschending voordoet. Dat geeft houvast en rust op het moment dat er gehandeld dient te worden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.