BELEIDSREGELS VERGOEDING KOSTEN UITVOERING WERKLEERAANBODWET INVESTEREN IN JONGEREN 2009Vastgesteld door: College van B&W van Leiderdorp Datum vaststelling: 15juni2010 Datum inwerkingtreding: 1 juli 2010 Bekendgemaakt in: Leiderdorps Weekblad (week 27- 2010) Het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp Gelet op artikel 5 lid 1, 11 en 13 Wet investeren in jongeren en artikel 3 lid 6 en 22 lid 2 Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren 2009, besluit vast te stellen: Beleidsregels vergoeding kosten uitvoering werkleeraanbod Wet investeren in jongeren 2009 Hoofdstuk1Algemeen Artikel1 Begripsbepalingen De begripsbepalingen als bedoeld in artikel 1 en 2 Verordening werkleeraanbod Wet investeren jongeren 2009 zijn van overeenkomstige toepassing. Hoofdstuk2Vergoedingen Artikel 2 recht op vergoeding kosten Het College kan aan de jongere een vergoeding toekennen voor de gemaakte of te maken kosten voor voorzieningen bij het uitvoeren en afronden van een werkleeraanbod, indien deze naar het oordeel van het College noodzakelijk zijn voor het kunnen voldoen aan de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 7 lid 1 Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren 2009. Geen recht op een vergoeding als bedoeld in lid 1 heeft de jongere die voor deze kosten daadwerkelijk aanspraak kan maken dan wel een beroep kan doen op een voorliggende voorziening die, naar haar aard en doel, als passend en toereikend aan te merken is. Artikel3Vergoeding kosten kinderopvang 1.Het College kan aan de jongere een vergoeding als bedoeld in artikel 2 lid 1 verstrekken voor de gemaakte of te maken kosten voor kinderopvang. 2.In geval van kinderopvang in een geregistreerd kindercentrum of gastouderopvangvoorziening, die aanspraak geeft op een kinderopvangtoeslag of tegemoetkoming op grond van de Wet kinderopvang, bedraagt de hoogte van de vergoeding maximaal de eigen bijdrage in de kosten voor de kinderopvang. 3.In geval van kinderopvang anders dan bedoeld in lid 2 bedraagt de hoogte van de vergoeding het aantal opvanguren vermenigvuldigd met de toepasselijke uurprijs, zoals die door het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting vastgesteld is. Artikel4Vergoeding reiskosten Het College kan aan de jongere een vergoeding als bedoeld in artikel 2 lid 1 toekennen voor de gemaakte of te maken kosten van vervoer. Geen recht op een vergoeding als bedoeld in lid 1 bestaat, indien de reisafstand van de woonplaats tot de plaats van bestemming minder dan 10 kilometer bedraagt. In afwijking van lid 2 kan het College alsnog een vergoeding toekennen voor de kosten van vervoer bij een reisafstand van minder dan 10 kilometer, indien deze, gelet op de persoonlijke kenmerken, feiten en omstandigheden van de jongere, naar het oordeel van het College noodzakelijk zijn. De hoogte van de vergoeding als bedoeld in lid 1 en 3 wordt vastgesteld op basis van de geldende tarieven voor openbaar vervoer, tenzij, gelet op de persoonlijke kenmerken, feiten en omstandigheden van de jongere, naar het oordeel van College een ander vervoermiddel noodzakelijk is. In laatstgenoemde situatie verstrekt het College een vergoeding ter hoogte van de noodzakelijke kosten voor het betreffende vervoermiddel. Artikel5Vergoeding kosten studiemiddelen Het College kan, in geval van noodzakelijk geachte scholing, aan de jongere een vergoeding als bedoeld in artikel 2 lid 1 toekennen voor de gemaakte of te maken kosten van studiemiddelen, mits deze niet verstrekt of vergoed worden uit het vastgestelde werkleeraanbod. De hoogte van vergoeding wordt vastgesteld op basis van de kosten van de studiemiddelen volgens opgave van de instelling die de scholing verzorgt. Artikel6Vergoeding overige kosten Het College kan aan de jongere een vergoeding als bedoeld in artikel 2 lid 1 toekennen voor gemaakte of te maken kosten anders dan bedoeld in de artikelen 3 tot en met 5, welke aantoonbaar dan wel verifieerbaar zijn. De hoogte van de vergoeding wordt vastgesteld op basis van het criterium: meest goedkoop en adequaat. Hoofdstuk3Verplichtingen Artikel7Inlichtingen- en medewerkingsplicht De verplichtingen van de jongere als bedoeld in artikel 7 lid 2 en 3 Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren 2009 zijn van toepassing op de toekenning en verstrekking van een vergoeding als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 6. Hoofdstuk4Uitvoeringsbepalingen Artikel8Vaststelling recht 1.Het College stelt het recht op een vergoeding ambtshalve of, als dit niet mogelijk is, op schriftelijke aanvraag vast. 2.Het College bepaalt, als dit noodzakelijk is, welke gegevens de jongere voor de vaststelling van het recht op een vergoeding moet verstrekken, alsmede het de wijze en het tijdstip waarop hij de gegevens moet verstrekken. Artikel9Herziening, intrekking en terugvordering Het College kan een vergoeding als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 6 intrekken of herzien, indien er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 21 onder b WIJ. In geval van intrekking of herziening als bedoeld in lid 1, kan het College de ten onrechte verstrekte vergoeding terugvorderen met toepassing van artikel 21 Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren 2009. Hoofdstuk5Slotbepalingen Artikel10Hardheidsclausule Het College kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jongere afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels, indien strikte toepassing ervan tot onbillijkheden van zwaarwegende aard leidt. Artikel11Onvoorziene situaties In gevallen waarin de bepalingen van deze beleidsregels niet voorzien, neemt het College een besluit, waarbij zoveel mogelijk aansluiting wordt gezocht bij vergelijkbare situaties met inachtneming van alle omstandigheden van de jongere. Artikel12Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als "Beleidsregels vergoeding kosten uitvoering werkleeraanbod Wet investeren in jongeren 2009". Artikel13Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking op de achtste dag volgend op die van haar bekendmaking en werkt terug tot 1 oktober 2009. Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiderdorp van 17 juni 2010 de burgemeester, M. Zonnevylle de secretaris, A. H. Schouten Toelichting op de Beleidsregels vergoeding kosten uitvoering werkleeraanbod Wet investeren in jongeren 2009AlgemeenIn de Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren (WIJ) 2009 is voor het College de opdracht opgenomen om eventuele belemmeringen voor een succesvolle uitvoering en afronding van een werkleeraanbod door een jongere weg te nemen en daarvoor flankerende voorzieningen beschikbaar te stellen. Op grond daarvan is in artikel 22 Verordening werkleeraanbod WIJ 2009 bepaald dat het College flankerende voorzieningen in natura of in de vorm van een financiële vergoeding voor gemaakte of te maken noodzakelijke kosten in het kader van een werkleeraanbod kan verstrekken. Wat betreft de vergoeding van kosten kan dan gedacht worden aan o.a. die voor kinderopvang, reizen, studiemateriaal, gereedschap, werkkleding. Lid 2 van artikel 22 Verordening werkleeraanbod Wij 2009 verplicht het College daartoe nadere regels op te stellen. Onderhavige beleidsregels voorzien daarin op het punt van financiële vergoeding van door een jongere, in het kader van een werkleeraanbod, gemaakte of te maken kosten. Artikelsgewijze toelichtingDaar waar geen toelichting is gegeven wordt het artikel en / of lid voldoende duidelijk geacht. Artikel 2Dit artikel verschaft het College de mogelijkheid om een financiële vergoeding te verstrekken voor één of meer door hem te bepalen kostensoorten aan de jongere, die, op grond van de verplichtingen van artikel 7 lid 1 Verordening werkleeraanbod WIJ 2009 om het vastgestelde werkleeraanbod naar beste vermogen uit te voeren en af te ronden, noodzakelijke kosten in het kader van die uitvoering en afronding moet maken. De De te vergoeden kostensoorten zijn vermeld in de artikelen 3 tot en met 6. Bij de overweging om al dan niet een vergoeding te verstrekken beoordeelt het College ook of er een voorliggende voorziening aanwezig is waarop de jongere voor daadwerkelijke vergoeding een beroep kan doen. Elke voorliggende voorziening, publiek- dan wel privaatrechtelijk, mits passend, dient benut te worden. Indien er slechts een gedeeltelijke vergoeding mogelijk is, kan voor het resterende bedrag wel een vergoeding op grond van de beleidsregels verstrekt worden indien de jongere aan de betreffende voorwaarden voldoet. Artikel 3Dit artikel regelt de mogelijkheid van een vergoeding voor de noodzakelijke (resterende) kosten van kinderopvang in geval er wel en geen recht op een toeslag of tegemoetkoming op grond van de Wet kinderopvang (Wk) bestaat. In de Wk is geregeld dat 3 partijen belang hebben bij kinderopvang en aldus bij de financiering: de ouder(s), de werkgever en de overheid. Deze drie partijen behoren dan ook ieder een deel van de kosten betalen. Bij de Wk is in beginsel uitgegaan van een gezin met twee ouders, die beiden werken. De verplichte werkgeversbijdrage is per ouder maximaal 1/6 deel van de kosten. Bij twee werkende ouders is de totale werkgeversbijdrage derhalve maximaal 1/3 deel van de totale opvangkosten. De werkgeversbijdrage wordt overigens niet (meer) door de werkgevers aan de ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.