Beleidsregels debiteurenbeleid Participatiewet, Ioaw en Ioaz Goeree-OverflakkeeBurgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee, overwegende dat door de uitvoering van de Participatiewet, de Ioaw, de Ioaz en de Bbz de gemeente met enige regelmaat vorderingen op uitkeringsgerechtigden en anderen heeft; gelet op de Participatiewet, de Ioaw, de Ioaz en de Bbz; b e s l u i t e n: vast te stellen de Beleidsregels debiteurenbeleid Participatiewet, Ioaw en Ioaz Goeree-Overflakkee 1Typen vorderingen 1.1Bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening De regels voor aflossingsbedragen en –ritme van de bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening liggen vast in de beleidsregels bijzondere bijstand. De uitgangspunten van deze beleidsregel gelden slechts voor deze vorderingen voor zover de beleidsregels bijzondere bijstand niets regelen. 1.2Bijstand in de vorm van een geldlening onder verband van krediethypotheek of pandrecht Voor deze vorm van bijstand heeft het college separate beleidsregels vastgesteld, de beleidsregels hypotheek en pandrecht bijstand. Hierin zijn aparte regels opgenomen. De regels van deze richtlijn gelden dan ook niet voor deze vorderingen. 1.3Vorderingen uit verhaal van bijstand De regels in deze beleidsregel over aflossingscapaciteit en -ritme zijn niet van toepassing op het verhaal zelf. Verhaal is geregeld in de Participatiewet (art. 61 e.v.) 1.4Algemene bijstand in de vorm van een geldlening Dit is een vorm van bijstand die weinig verstrekt wordt. Hierop is deze beleidsregel van toepassing. 1.5Teruggevorderde kosten van bijstand Het college kan in een aantal in de wet genoemde gevallen de gemaakte kosten van bijstand terugvorderen. Op de hieruit ontstane vorderingen is deze beleidsregel van toepassing. 2Aflossing van vorderingen 2.1De minimale aflossingscapaciteit Bijzondere bijstand in de vorm van een lening wordt afgelost in overeenstemming met de beleidsregels bijzondere bijstand. In alle andere situaties wordt de aflossingscapaciteit vastgesteld op minimaal 6% van de toepasselijke bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag. Dit ongeacht de aard van de vordering(en). In de executoriale fase wordt geïncasseerd volgens de beslagregels. Uiteraard dient met eventuele andere beslagen rekening gehouden te worden. 2.2Inkomen hoger dan de toepasselijke bijstandsnorm Zodra het inkomen hoger is dan de toepasselijke bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag, bestaat er een extra aflossingscapaciteit. Indien het hogere inkomen voortvloeit uit de toepassing van een inkomensvrijlating op de uitkering van betrokkene, blijft de aflossing evenwel ongewijzigd. Om te bepalen wat de daadwerkelijke aflossingscapaciteit is, wordt een berekening gemaakt. Hierbij is de rekenmethode zoals opgenomen in artikel 475d van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering leidend, met dien verstande dat 60% van de ruimte in het inkomen boven de beslagvrije voet wordt aangemerkt als aflossingscapaciteit. Het aflossingsbedrag blijft altijd minimaal 6% van de toepasselijke bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag. 2.3Het aflossingsritme Gelet op het feit dat de uitkeringsverstrekking per maand geschiedt en de geautomatiseerde administratie is ingericht op deze periodiciteit, wordt het aflossingsritme bepaald op eenmaal per maand. Slechts in zeer bijzondere omstandigheden, wanneer de debiteur voldoende aannemelijk maakt dat hij bij een aflossingsritme van eens per maand in financiële problemen zal geraken, kan hiervan worden afgeweken. Een simpele voorkeur voor een ander betalingsritme is dus niet voldoende. 2.4De wijze van aflossen Indien de debiteur een uitkering van de gemeente Goeree-Overflakkee ontvangt, wordt de aflossing verrekend met de maandelijkse uitkering. Slechts in bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. Indien de debiteur geen uitkering van de gemeente Goeree-Overflakkee ontvangt, is hij zelf verantwoordelijk voor de tijdige betaling van de aflossing. Hierbij verdient het de voorkeur indien de debiteur een automatische betaling regelt met zijn bank of werkgever. 2.5Vorderingsoverzicht Ter informatie van de debiteur wordt hem in ieder geval minimaal éénmaal per jaar een overzicht van de vordering(en) op hem verstrekt. Hierin wordt opgenomen de hoofdsom van de vordering, de ontvangen aflossing en het restant van de vordering. Het overzicht van de stand van zaken per 1 januari wordt jaarlijks vóór 1 maart aan de debiteur verstrekt. Indien de debiteur hierom verzoekt word een tussentijds overzicht verstrekt. 3Niet-nakoming van de aflossingsplicht 3.1Wettelijk traject In de beschikking tot terugvordering wordt de debiteur verzocht om binnen de termijn van 6 weken als genoemd in artikel 4:87 Awb de gehele vordering te voldoen of contact op te nemen met de gemeente om uitstel van betaling aan te vragen (artikel 4:94 Awb). Als de debiteur geen contact opneemt en niet betaalt, dan wordt de wettelijke procedure verder gevolgd zoals opgenomen in de paragrafen 4.4.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.