Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2017De raad van de gemeente Oldenzaal; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22 november 2016, nr. 45/6, reg. nr. INTB-16-2878; gelet op artikel 226 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2017 Artikel1Belastbaar feit Onder de naam hondenbelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente. Artikel2Belastingplicht 1.Belastingplichtig is de houder van een hond. 2.Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is. 3.Het houden van een hond door een lid van een huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 232, vierde lid, onderdeel a, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden. Artikel3Vrijstellingen 1.In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. 2.De belasting wordt niet geheven voor honden: die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden; die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; die verblijven in een hondenasiel; die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren; die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden; waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma der Koninklijke Nederlandse Politiehondenvereniging, mits de houder zich verbindt zijn hond met een geleider, aan wiens bevelen hij gehoorzaamt, op aanvraag ter beschikking van de politie te stellen; waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma van het noodcomité van Het Nederlandse Rode Kruis of van de Nederlandse Vereniging van Rodekruishonden. waarvan door de houder aangifte bij de politie is gedaan, dat zij zijn komen aanlopen, mits sedert de datum van die aangifte niet meer dan dertig dagen zijn verstreken. Artikel4Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden. Artikel5Belastingtarief 1.De belasting bedraagt per belastingjaar: voor een eerste hond: € 102,72; voor een tweede hond € 140,88; voor iedere hond boven het aantal van twee € 38,16 hoger dan de belasting voor de voorafgaande hond. 2.In afwijking in zo verre van het voorafgaande lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in kennels die zijn geregistreerd bij de Raad van beheer op kynologisch gebied in Nederland, € 422,64 per kennel. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt onder kennel verstaan een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, bestemd en gebruikt voor het fokken van honden voor de verkoop of aflevering van nakomelingen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.