Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort houdende regels voor subsidies bij educatie voor volwassenen Subsidieregeling volwassenen educatie 2017Artikel1.Begripsbepalingen In deze regeling en de daarop rustende bepalingen wordt (mede) verstaan onder: Aanvrager:de instelling, zoals bedoeld in artikel 1.1.1 sub b WEB, die een aanvraag indient op grond van deze subsidieregeling; Ambtelijk vertegenwoordiger: de hiertoe door een regio gemeente aangewezen ambtenaar die de gemeente vertegenwoordigt in het regionaal overleg volwassenen educatie; ASV: Algemene subsidieverordening 2015 van de gemeente Amersfoort; College: college van burgemeester en wethouders van Amersfoort; Contactgemeente: gemeente Amersfoort is de aangewezen contactgemeente, zoals bedoeld in artikel 2.3.1 WEB; Maatschappelijke participatie: deelnemen aan maatschappelijke activiteiten buiten het eigen huishouden, arbeidsparticipatie daarvan uitgezonderd. Professional: adequaat geschoolde docenten Plan van aanpak: een door de aanvrager op te stellen plan waarin wordt beschreven op welke wijze de aanvrager de gesubsidieerde activiteit gaat verrichten. Raad: gemeenteraad gemeente Amersfoort; Regeling: deze subsidieregeling; Regio: Arbeidsmarktregio Amersfoort; Regiogemeenten: gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Leusden, Nijkerk, Soest en Woudenberg; Regionaal overleg volwassenen educatie: overleg met ambtelijke vertegenwoordigers onder voorzitterschap van de contactgemeente RPE: Regionaal Programma volwassenen Educatie 2017; Samenwerkingsovereenkomst: regionale samenwerkingsovereenkomst volwassenen educatie binnen de arbeidsmarkt regio Amersfoort; Standaarden en eindtermen: de op het moment van aanvragen vigerende versie van de standaarden en eindtermen, zoals gepubliceerd door het Steunpunt taal en rekenen volwassenen educatie. Sociale wetgeving: de Participatiewet (voorheen WWB), IOAW en IOAZ, AOW, Anw, Wajong, WW, WIA, WAO, ZW en TW. Uitkering: de uitkering die de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verstrekt aan de contactgemeente ten behoeve van de educatievoorzieningen overeenkomstig het regionaal programma van educatievoorzieningen, zoals bedoeld in artikel 2.3.2 WEB; WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs; Wet: Algemene wet bestuursrecht. Artikel2.Doel van de regeling Deze regeling heeft tot doel om, door middel van volwassenen educatie, de zelfstandigheid en zelfredzaamheid te verbeteren van volwassenen die zichzelf niet goed kunnen redden in de samenleving en/of op de arbeidsmarkt. Dit onderwijs geeft volwassenen de mogelijkheid om de Nederlandse taalvaardigheid te verbeteren, vaardigheden aan te leren en/of een diploma of certificaat te behalen. De regiogemeenten willen deze volwassenen een betere kans op een baan bieden en voorkomen dat zij (langdurig) afhankelijk zijn van een uitkering op grond van de sociale wetgeving. Artikel3.Subsidiabele activiteiten 1.Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten: NT1: gericht op mensen waarvoor Nederlands de moedertaal is NT2:gericht op mensen waarvoor Nederlands een tweede taal is ANT: gericht op mensen die in aanmerking komen voor alfabetiseringscursussen gericht op de Nederlandse taal. Deze categorie kan verder onderverdeeld worden in ANT1, voor mensen waarvoor Nederlands de moedertaal is, en mensen waarvoor Nederlands een tweede taal is, dus ANT2. 2.De subsidiabele activiteiten genoemd in het eerste lid kunnen op twee verschillende manieren worden aangeboden: Een formeel traject gericht op arbeidsparticipatie, dat voldoet aan de volgende randvoorwaarden: het traject is formeel hetgeen blijkt uit het behalen van een diploma of certificaat; het traject wordt verzorgd door een professional; het traject is gericht op het makkelijker verkrijgen van een stageplek of een baan. Een traject gericht op maatschappelijke participatie, dat voldoet aan de volgende randvoorwaarden: de voortgang van de cursist moet meetbaar zijn; uitvoering vindt hoofdzakelijk plaats door inzet van (getrainde) vrijwilligers en inzet van professionals wordt zo veel als mogelijk beperkt. Artikel4.Subsidieplafond 1.1.Het Rijk stelt jaarlijks de uitkering vast. Het college stelt jaarlijks binnen de kaders van de door de raad opgestelde begroting subsidieplafonds voor volwassenen educatie vast. 2.Het totale beschikbare bedrag bedraagt voor 2017 € 849.020, onder voorbehoud van verstrekking van deze middelen door de raad. 3.Van het bedrag, genoemd in het tweede lid, is voor € 636.765 vrij besteedbaar. Dit bedrag is het subsidieplafond bij toepassing van deze regeling en is per gemeente als volgt opgebouwd: voor de gemeente Amersfoort € 348.229; voor de gemeente Leusden € 37.912; voor de gemeenten Baarn, Bunschoten en Soest gezamenlijk € 167.678; voor de gemeente Nijkerk € 66.760; voor de gemeente Woudenberg € 16.187. Artikel5.Verdeelregels 1.Om in aanmerking te komen voor subsidie moet worden voldaan aan de beoordelingscriteria zoals genoemd in artikel 6 en dient zich niet één van de weigeringgronden zoals genoemd in artikel 8 voor te doen. 2.Bij de beoordeling van de criteria en de bevestiging van de subsidieaanvragers die voldoen aan de beoordelingscriteria neemt het college kennis van het advies van de adviescommissie, zoals bedoeld in artikel 9. Het college kan gemotiveerd van dat advies afwijken. 3.Indien het totaal van alle door het college bevestigde subsidieaanvragen, zie lid 2, een subsidieplafond genoemd in artikel 4 lid 3 onder a, b of c, overschrijdt, vindt een gesprek plaats met al deze subsidieaanvragers teneinde na te gaan of een samenwerkingsverband of een andere gezamenlijke oplossing tot de mogelijkheden behoort. Indien dit laatste niet het geval is, wordt er geloot onder alle door het college bevestigde subsidieaanvragen. 4.Voor het gesprek, zoals genoemd in lid 3, wijst het college van de contactgemeente een onafhankelijke procesbegeleider aan. De procesbegeleider zit het gesprek voor en bewaakt de termijnen. Het gesprek vindt plaats tussen alle door het college bevestigde subsidieaanvragen per budget-beslag en per gemeente(n), zoals genoemd in de tabellen in paragraaf 4.3 RPE. 5.In de uitnodigingsbrief voor het gesprek stelt het college de termijn vast waarbinnen de genodigden gezamenlijk aan het college moeten laten weten of zij tot afspraken zijn gekomen zijn gekomen over activiteiten passend binnen het beschikbare budget. In het geval dit niet (tijdig) geschiedt, vindt de loting plaats. 6.In het geval van loting wordt er geloot tot aan het moment dat het subsidieplafond wordt bereikt. Mogelijkerwijs ontvangt de subsidieaanvrager die als laatste getrokken wordt slechts een deel van zijn aangevraagde subsidiebedrag. Artikel6.Beoordelingscriteria 1.Aanvragen worden op basis van het plan van aanpak beoordeeld. Beoordelingscriteria daarbij zijn: of de aanvraag past binnen het RPE, met name de tabellen in paragraaf 4.3; of en hoe wordt voldaan aan de standaarden en eindtermen; Artikel7.Vereisten plan van aanpak. 1.In het plan van aanpak dient de aanvrager in te gaan op de volgende onderwerpen: op welke regiogemeente(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.