← Nederland

Verordening op de raadscommissie Lopik 2016 (Lopik)

Verordening op de raadscommissie Lopik 2016Hoofdstuk1:Begripsbepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: lid: lid van de raadscommissie; voorzitter: voorzitter van de raadscommissie of diens vervanger; griffier: griffier van de raad of diens vervanger; vergadering: vergadering van de raadscommissie. Hoofdstuk2:Instelling, taken en samenstelling Artikel2Instelling raadscommissie 1.De raad stelt één raadscommissie in. 2.De raadscommissie is informatief van aard. Artikel3Taken In de raadscommissie kunnen vragen worden gesteld aan het college over door het presidium voorgestelde onderwerpen. Voorts kan overleg worden gevoerd met het college of de burgemeester over door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van door het presidium voorgestelde onderwerpen. Artikel4Samenstelling 1.De raadscommissie bestaat uit ten minste twee leden per fractie. Het maximaal aantal leden per fractie is gelijk aan het aantal leden dat die fractie in de raad heeft. 2.De in het eerste lid genoemde leden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. 3.Een lid kan zowel raadslid als niet-raadslid zijn. De artikelen 10, 11, 12, 13, en 14 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een lid van de raadscommissie. Per fractie kan 1 niet-raadslid worden voorgedragen en worden benoemd. 4.De raad benoemt op voordracht van een fractie voor de raadscommissie tenminste één plaatsvervangend lid per fractie, die zitting in de raadscommissie heeft bij verhindering of ontstentenis van een lid als bedoeld in het eerste lid. Het plaatsvervangend lid voldoet aan de in het derde lid, genoemde vereisten. Artikel5Voorzitter 1.De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit zijn midden benoemd. 2.De voorzitter is geen lid van de raadscommissie. 3.De voorzitter is belast met: het leiden van de vergadering; het handhaven van de orde; het doen naleven van deze verordening; hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. Artikel6Zittingsduur en vacatures 1.De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 2.Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van de raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen. 3.De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd. 4.De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan. 5.Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6.Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 4 en

  1. 7.Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege. Artikel7Griffier 1.De griffier ondersteunt de raadscommissie en is in iedere vergadering aanwezig. 2.Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een daartoe door de raad aangewezen ambtenaar. Hoofdstuk3:Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris Artikel8Burgemeester en wethouders 1.De voorzitter nodigt de portefeuillehouder standaard uit in de vergadering aanwezig te zijn en aan de vergadering deel te nemen, tenzij de raadscommissie anders beslist. 2.De raadscommissie kan bij aanvang van de vergadering beslissen dat de burgemeester en één of meer wethouders niet in de vergadering aanwezig mogen zijn of aan de beraadslagingen mogen deelnemen. Artikel9Gemeentesecretaris De raadscommissie kan het college verzoeken de secretaris aanwezig te laten zijn in de vergadering en deel te laten nemen aan de vergadering. Hoofdstuk4:Vergaderingen Paragraaf1Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen Artikel10Vergaderfrequentie 1.De vergaderingen van de raadscommissie vinden in de regel plaats op dinsdag, vangen aan om 20.00 uur, duren in beginsel tot uiterlijk 23.00 uur en worden gehouden in de raadszaal. 2.De raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken. 3.De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met de griffier. Artikel11Oproep De voorzitter zendt ten minste 10 dagen voor een vergadering de leden een oproep onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de oproep aan de leden verzonden. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 12, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden. Artikel12De agenda 1.Voordat de oproep wordt verzonden, stelt het presidium de agenda van de vergadering voorlopig vast. 2.In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de oproep tot uiterlijk 4 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. 3.Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 4.Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Artikel13Ter inzage leggen van stukken 1.Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden op de maandag na het verzenden van de oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage gelegd. De voorzitter maakt van de terinzagelegging melding in de openbare kennisgeving, bedoeld in artikel
  2. Indien na het verzenden van de oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden zo mogelijk in een openbare kennisgeving. 2.Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht. 3.Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier een lid inzage. Artikel14Openbare kennisgeving De vergadering wordt tegelijkertijd met de oproep door aankondiging op de gemeentepagina in het Kontakt en op de internetsite van de gemeente ter openbare kennis gebracht. Artikel15Inhoud De openbare kennisgeving vermeldt: de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering; de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien; de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel
  3. Paragraaf 2 Orde der vergadering Artikel16Opening vergadering; quorum 1.De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. 2.Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat tenminste vierentwintig uur na het verzenden van de oproep is gelegen. 3.Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden alleen beraadslagen of adviseren, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. Artikel17Spreekrecht burgers 1.Bij elk agendapunt, uitgezonderd de vaststelling van het overzicht van de actiepunten, kunnen andere aanwezige burgers gedurende maximaal vijf minuten het woord voeren. 2.Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoeming, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3.De spreker voert het woord nadat de voorzitter hem dit heeft verleend vanaf een aangewezen spreekplaats. De spreker kan maximaal in één termijn vijf minuten, voorafgaand aan de bespreking van het betreffende agendapunt, spreken. De spreker kan daarbij geen vragen stellen aan de commissie en/of het college en kan niet met hen in discussie gaan. Artikel18Audio-verslag en overzicht actiepunten Van elke vergadering worden een audio-verslag en een overzicht van actiepunten gemaakt. Artikel19Spreekregels 1.Een lid, de burgemeester, een wethouder en de griffier spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter. 2.Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de in het eerste lid genoemde personen vanaf een andere plaats spreken. Artikel20Volgorde sprekers 1.Een lid, de burgemeester, een wethouder en de griffier voeren het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. 2.De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer het woord wordt gevraagd over de orde van de vergadering. Artikel21Aantal spreektermijnen 1.Het stellen van vragen over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. 2.Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 3.Een lid mag in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4.Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel22Spreektijd Een lid kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden. Artikel23Voorstellen van orde 1.De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2.Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3.Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond. Artikel24Handhaving orde; schorsing 1.Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze verordening te herinneren; een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2.Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3.De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. 4.De voorzitter kan de raadscommissie voorstellen aan een lid dat door de gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. Hoofdstuk5:Besloten vergadering Artikel25Algemeen Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. Artikel26Beknopt verslag 1.Het beknopt verslag van een besloten vergadering wordt niet rondgedeeld, maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage bij de griffier. 2.Het verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een beslissing over het al dan niet openbaar maken van dit verslag. Artikel27Geheimhouding Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel28Opheffing geheimhouding Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover, indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd. Hoofdstuk6:Toehoorders en pers Artikel29Toehoorders en pers 1.De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen op de publieke tribune openbare vergaderingen bijwonen. 2.Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. 3.De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen. Artikel30Geluid- en beeldregistraties Degene die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Hoofdstuk7:Slotbepalingen Artikel31Uitleg verordening In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van de voorzitter. Artikel32Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking op 1 november 2016 onder gelijktijdige intrekking van de Verordening op de raadscommissies Lopik 2014, vastgesteld bij raadsbesluit van 22 april
  4. 2.De verordening wordt aangehaald als “Verordening op de raadscommissie Lopik 2016”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Lopik, gehouden op 25 oktober 2016.De griffier, De voorzitter,MW. MR. G.M.G. DOLDERS MW. MR. R.G. WESTERLAKEN-LOOS

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.