Verordening vertrouwenscommissie benoeming burgemeester 2003De raad van de gemeente Terneuzen; gelet op de procedure inzake benoeming van de burgemeester als bedoeld in artikel 61 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening vertrouwensdcommissie benoeming burgemeester 2003. Taken Artikel 1 De vertrouwenscommissie, hierna te noemen: de commissie, heeft tot taak op basis van de door tussenkomst van de Commissaris van de Koningin aan haar overgelegde selectie haar standpunt te bepalen over de geschiktheid van de door haar ontvangen kandidaten en daarover haar bevindingen schriftelijk gemotiveerd aan de raad en aan de Commissaris van de Koningin ter kennis te brengen. Samenstelling Artikel 2 De commissie bestaat uit een aantal leden, gelijk aan het aantal fracties dat in de gemeenteraad vertegenwoordigd is. Iedere fractie in de gemeenteraad draagt een lid uit haar fractie voor de commissie voor. De commissie benoemt uit haar midden een voorzitter. Bij ziekte, afwezigheid of beëindiging van het raadslidmaatschap van één van de leden van de vertrouwenscommissie voorziet de fractie die het lid uit haar midden heeft voorgedragen, in vervanging van betrokkene. Artikel 3 De griffier treedt op als secretaris van de commissie. Hij kan daartoe ambtelijke bijstand inroepen door tussenkomst van de gemeentesecretaris. Werkwijze Artikel 4 De commissie vergadert zo vaak als de voorzitter of tenminste twee leden dit noodzakelijk achten. Elke vergadering wordt door of namens de voorzitter tenminste vier dagen van tevoren aangekondigd aan de leden van de commissie. De commissie vergadert alleen indien een meerderheid van het aantal leden aanwezig is. Artikel 5 De voorzitter van de commissie treedt op als contactpersoon naar buiten. Alle stukken voor de commissie worden gericht aan het adres van het secretariaat van de vertrouwenscommissie en bewaard door de secretaris van de commissie. Alle stukken, die van de commissie uitgaan, worden vanaf het adres van het secretariaat van de vertrouwenscommissie verzonden en door de voorzitter en de secretaris ondertekend. Artikel 6 De commissie kan de Commissaris van de Koningin verzoeken te worden geïnformeerd over de criteria die hij heeft gehanteerd bij zijn selectie van kandidaten. De commissie kan de Commissaris van de Koningin tevens verzoeken zijn oordeel te geven over de andere, niet door hem geselecteerde kandidaten. Artikel 7 De commissie voert gesprekken met de door de Commissaris van de Koningin geselecteerde kandidaten en eventueel andere op de lijst van sollicitanten voorkomende kandidaten, die hetzij zich uit eigen beweging tot de commissie hebben gewend, hetzij door de commissie zijn uitgenodigd. Indien de commissie besluit een door de Commissaris van de Koningin geselecteerde kandidaat niet te ontvangen, worden de commissaris en de kandidaat schriftelijk door haar van de beslissing op de hoogte gesteld. Op verzoek van een niet door de Commissaris van de Koningin geselecteerde sollicitant om door de commissie te worden uitgenodigd beslist de commissie zo spoedig mogelijk en stelt de verzoeker schriftelijk op de hoogte van haar beslissing. Artikel 8 De commissie wint, anders dan door tussenkomst van de Commissaris van de Koningin, geen inlichtingen –schriftelijk of mondeling- in over de sollicitanten. Artikel 9 De voorzitter nodigt de kandidaten uit voor een gesprek met de commissie. De plaats en het tijdstip voor een gesprek worden zodanig gekozen dat voorkomen wordt dat kandidaten hierdoor bekend worden of tijdens het bezoek aan de commissie met elkaar in contact komen. Gesprekken met een oordeelsvorming over de sollicitanten vinden uitsluitend plaats in aanwezigheid van een door leden van de commissie, de secretaris en eventuele ambtelijke medewerker(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.