Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting 2017De raad van de gemeente Haaren; in zijn vergadering van 3 november 2016; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 oktober 2016; gelet op de behandeling in het raadsplein van 20 oktober 2016; gelet op artikel 223 van de Gemeentewet. BESLUIT: De volgende verordening vast te stellen: Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2017 Artikel1Begripsbepalingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet. Artikel2Belastbaar feit en belastingplicht 1.Onder de naam 'forensenbelasting' wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. 2.Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel3Vrijstellingen 1.Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend orgaan, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft. 2.Niet belastingplichtig is degene die ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente toeristenbelasting is verschuldigd. Artikel4Maatstaf van heffing 1.De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt is vastgesteld. 2.In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld onder toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken. 3.In geval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde. 4.De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet, met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast. Artikel5Belastingtarief 1.De belasting bedraagt voor elke € 500,00 van de heffingsmaatstaf € 0,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.