Financiële verordening gemeente VenrayDe raad van Venray, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 24 oktober 2016 (Gemeenteblad 2016, nr. ); gelet op artikel 212 van de Gemeentewet; gezien het advies van de commissie Werken en Besturen12 oktober 2016; besluit vast te stellen de Financiële verordening gemeente Venray: Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: netto schuld: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteuren en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak wordt verstaan het totaal van langlopende uitzettingen, vorderingen, liquide middelen en overlopende activa; overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt; Financiële organisatie: het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werkingen van de bestuurlijke en ambtelijke informatievoorziening. Financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de gemeente Venray. Rechtmatigheid: handelen in overeenstemming met de begroting en van toepassing zijnde wettelijke regelingen. Financiële positie: het vermogen van gemeenten in relatie tot de exploitatie, met inachtneming van de risico’s. Belangrijk daarbij is dat het bij de financiële positie uitdrukkelijk gaat om het beeld van de financiën van de gemeente in het recente verleden (rekeningen), over het begrotingsjaar en de daarop volgende jaren (meerjarenraming). Onder administratie wordt verstaan het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. Taakvelden: het resultaat van een samenhangend handelen, onderdeel van een programma, meetbaar gemaakt in tijd, geld en kwaliteit. Ieder taakveld maakt onderdeel uit van een programma. Taakvelden waaronder tevens producten worden begrepen. Onder het niveau van taakvelden hangen kostenplaatsen. Onvoorzienbaar: een onverwachte gebeurtenis of een niet vooruit te berekenen/bepalen voorstel bij het samenstellen van het MUIP en de programmabegroting; Onontkoombaar: een wettelijke verplichting, contract of overeenkomst; een uitgave waarbij uitstel leidt tot aansprakelijkheid; de ontwikkeling/gebeurtenis kan niet vermeden worden/ er is geen alternatief; of er is sprake van een zwaarwegende politieke toezegging/politiek belang. Onuitstelbaar: niet verschuifbaar in de tijd, (tot het volgende begrotingsjaar) dat wil zeggen tot de volgende ronde van integrale afweging. Extracomptabel: gegevens zijn niet rechtstreeks uit de administratie te generen en wordt buiten de administratie om geregistreerd Hoofdstuk2.Begroting en verantwoording Artikel2.Programma-indeling 1.De raad stelt de programma-indeling vast. 2.De raad stelt op basis van de door het college aan de programma’s toegewezen producten/ taakvelden de onderverdeling van de programma’s vast. 3.De raad stelt op voorstel van het college per programma relevante indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van verantwoording over de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren van de ministeriële regeling, welke is vastgesteld krachtens het tweede lid van artikel 25 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 4.De raad stelt vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen, naast de verplichte paragrafen in de begroting en rekening, kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. Artikel3.Inrichting begroting en jaarstukken 1.Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de lasten en baten per deelprogramma weergegeven en bij de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten per deelprogramma weergegeven. 2.Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het krediet in het lopende boekjaar weergegeven. 3.Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming en de investeringen. 4.In de jaarrekening wordt van de investeringen en meerjarige projecten de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven. Artikel4.Kaders Begroting 1.Het college biedt de raad voor 1 juni een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. 2.In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen van € 3,00 per inwoner van de gemeente Venray. Voor de post onvoorzien zijn de volgende bepalingen van toepassing: Tussentijds noodzakelijke bijstellingen met financiële consequenties boven de € 50.000,00 en/of politiek gevoelige onderwerpen en/of beleidswijzigingen die tot de bevoegdheid van de raad behoren dienen via een separaat voorstel aan de raad ter besluitvorming voorgelegd te worden. Om een beroep op de post onvoorziene uitgaven te rechtvaardigen moet het voorstel getoetst worden aan de volgende criteria: Voordat een beroep wordt gedaan op de post onvoorziene uitgaven wordt eerst gemeentebreed beoordeeld of er ruimte is binnen andere budgetten. het voorstel voldoet aan de 3 O’s; Onvoorzienbaar, Onontkoombaar en Onuitstelbaar. Aan minimaal twee O’s dient te worden voldaan. Artikel5.Autorisatie begroting en investeringskredieten 1.De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma. 2.Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 3.Het college informeert de raad vooraf als het verwacht dat de lasten de geautoriseerde lasten of de investeringsuitgaven de geautoriseerde investeringskredieten dreigen te overschrijden of de baten de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. 4.Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. 5.Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel ter vaststelling voor aan de raad. Artikel6.Tussentijdse rapportage 1.Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste 3 maanden en de eerste 8 maanden van het lopende boekjaar. 2.In de tussenrapportages worden afwijkingen op de te bereiken doelstellingen en de oorspronkelijke ramingen van de baten en de lasten van deelprogramma’s en investeringskredieten in de begroting toegelicht en bijgesteld. Artikel7.Informatieplicht Het college informeert de raad actief over nieuwe ontwikkelingen met eventuele financiële consequenties die ingrijpende gevolgen hebben voor de gemeente. Het college besluit niet over: het verstrekken van kapitaal en leningen aan instellingen en ondernemingen; en een voorgenomen verkoop van gemeentelijk (maatschappelijk) vastgoed onder de recente taxatiewaarde en/of WOZ-waarde; dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Ten aanzien van hetgeen dat opgenomen is in lid b worden (kandidaat)kopers tijdens de onderhandelingen tijdig geïnformeerd. Artikel8.EMU-saldo Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting. Hoofdstuk3.Financieel Beleid Artikel9.Waardering en afschrijving vaste activa 1.Voor het waarderen en afschrijven van vaste activa worden de regels uit Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten gehanteerd. 2.Vaste activa wordt afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening. 3.Vaste activa wordt onder aftrek van bijdragen van derden geactiveerd. 4.Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. 5.Voor investeringen en grondexploitaties wordt een systematiek van rente toerekening toegepast. Over de boekwaarde per één januari wordt rente berekend. Artikel10.Voorziening voor oninbare vorderingen 1.Het college draagt zorg voor het opstellen van een beleidsnota “oninbare vorderingen” en stelt deze nota vast. 2.Voor de openstaande vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid. 3.Voor openstaande vorderingen betreffende belastingen, heffingen en terugvorderbare bijstandsuitkeringen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage oninbaarheid. Indien individuele vorderingen groter zijn dan € 5.000,00 wordt een voorziening gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid. Artikel11.Reserves en voorzieningen 1.Het college biedt de raad eens in de 4 jaar een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt: de vorming en besteding van reserves; de vorming en besteding van voorzieningen 2.Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een bestedingsvoornemen wordt minimaal aangegeven: het specifieke doel van de reserve; de voeding van de reserve; de maximale hoogte van de reserve; en de maximale looptijd. Artikel12.Kostprijsberekening 1.Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en diensten van de gemeente, die tegen vergoeding worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten de indirecte kosten betrokken, die meer dan zijdelings samenhangen met de door de gemeente verleende diensten. 2.Bij de kosten worden betrokken: de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa; de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa; voor rioolheffing, afvalstoffenheffing en leges de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de kosten van het kwijtscheldingsbeleid. 3.De toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van door de gemeente te leveren goederen, werken en diensten, gebeurt op basis van de directe uren op de betreffende activiteit. Tot de overheadkosten wordt ook gerekend de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) over die kosten. 4.Kosten die meer dan zijdelings van belang zijn voor een ander product/taakveld, worden voor het bepalen van de kostprijs naar evenredigheid toebedeeld aan dat andere product/ taakveld. Een activiteit wordt over niet meer dan 5 producten/taakvelden verdeeld. 5.Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van de rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, als bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Artikel13.Prijzen economische activiteiten Het college past bij economische activiteiten de gedragsregels als bedoeld in hoofdstuk 4b (Overheden en overheidsbedrijven) van de Mededingingswet toe, tenzij het activiteiten betreft die de gemeenteraad heeft aangewezen als activiteiten die plaatsvinden in het algemeen belang. Artikel14.Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Het college doet de raad jaarlijks en indien nodig tussentijds, een voorstel voor de tariefhoogte van de gemeentelijke belastingen, rechten, heffingen en prijzen. Artikel15.Financieringsfunctie 1.Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. 2.Het college informeert de raad vooraf als de wettelijke kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet financiering decentrale overheden, of de wettelijke renterisiconorm, bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet financiering decentrale overheden, dreigt te worden overschreden. 3.Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college indien mogelijk zekerheden. 4.Het college legt ten minste eens in de 4 jaar een treasurystatuut aan de raad ter vaststelling voor. Hoofdstuk4.Paragrafen Artikel16Lokale heffingen In de paragraaf lokale heffingen bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten een verslag op van de kostendekkendheid van de rioolrechten en de afvalstofheffing. Artikel17.Financiering In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: de kasgeldlimiet; de renterisico norm; de ontwikkeling in de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende vier jaar; de verwachte renteontwikkeling; de rentekosten en renteopbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie; de verstrekte leningen, beleggingen en garanties; het emu-saldo; de schuldpositie; het schatkistbankieren. Artikel18.Weerstandsvermogen & risicobeheersing 1.In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval het weerstandsvermogen op. De kengetallen zoals opgenomen in artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording worden meerjarig gepresenteerd. 2.Het college legt ten minste eens in de 4 jaar een nota risicobeleid aan de raad ter vaststelling voor. In de nota wordt aandacht besteed aan: Visie op risicobeheersing Methode van risicocalculatie Normering van de financiële kengetallen Artikel19.Onderhoud kapitaalgoederen 1.Het college draagt zorg voor het opstellen van de benodigde beheersplannen voor riolering, water, wegen, openbaar groen, bossen, natuurgebieden en landschappelijke elementen, gebouwen, openbare verlichting en haven en legt deze ter vaststelling voor aan de raad. De plannen geven het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de bijbehorende kosten. 2.De uit lid 1 voortvloeiende beheersplannen dienen minimaal één keer per vier jaar te worden geactualiseerd. Bij significante afwijkingen van het beheersplan dient het beheersplan eerder geactualiseerd te worden. 3.Bij de Begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: de voortgang van het geplande onderhoud; de omvang van het achterstallig onderhoud. Artikel20.Verbonden partijen 1.In de paragraaf verbonden partijen bij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen van artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op. 2.Het college beoordeelt eens in de 4 jaar of het beleid over Verbonden partijen geactualiseerd dient te worden. Vaststelling van beleid vindt plaats door de raad. In de nota wordt aandacht besteed aan: Definitie Verbonden partijen; regionale visie, doel en effecten op verbonden partijen. Artikel21.Grondbeleid 1.In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel van 16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op. 2.Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast. In de nota wordt aandacht besteed aan: De relatie met de programma’s van de begroting; de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente; te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; de voorraadverwerving en het verloop van de grondvoorraad; de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden; de risicobeheersing binnen het grondbedrijf. Hoofdstuk5.Financiële organisatie en financieel beheer Artikel22.Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de diensten; het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van activa met economische nut, activa met maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen, schulden, enzovoorts. het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het maken van kostencalculaties; het verschaffen van informatie ten behoeve van indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; de inrichting en de werking van de financiële administratie voldoet aan het gestelde in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten; het verstrekken van de vereiste informatie aan het rijk, de provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan gemeenten Artikel23.Financiële organisatie Het college draagt zorgt voor: een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken en verantwoordelijkheden aan de afdelingen en functionarissen; een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; de verlening van volmachten en machtigen voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; voor het eenduidig toewijzen van de lasten en baten aan de producten van de productenraming en de productenrealisatie; opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan. Artikel24.Interne controle 1.Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking, en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel. 2.Het college biedt eens in de vier jaar een nota aan inzake de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de gemeentelijke regelingen. De raad stelt deze nota vast. 3.Het college draagt zorg voor het jaarlijks actualiseren van een intern controleplan, waarin de te controleren processen voor het begrotingsjaar worden vastgesteld. Dit wordt bepaald op basis van een risicoanalyse en een geactualiseerd normenkader, tevens wordt het interne controleplan afgestemd met de accountant. 4.Bij de toetsing dient het college aan de volgende minimale eisen te voldoen: De jaarlijkse toetsingen moeten eenduidig en dus vergelijkbaar zijn; De uitvoering van de toetsing vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de concerncontroller; Op basis van de uitgevoerde interne controles wordt een rapport van bevindingen en aanbevelingen opgesteld en aangeboden aan de concerncontroller en het management Artikel25.Aanbesteding en inkoop Het college draagt zorg voor het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten. Deze regels waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de regels van de Europese Unie en Aanbestedingswet. Artikel26.Subsidieverstrekking en steunverlening Het college draagt zorg voor het beleid en de interne regels voor de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen. Deze regels waarborgen, dat wordt gehandeld in overeenstemming met de regels van de Europese Unie. Hoofdstuk 6.Slotbepalingen Artikel27.Intrekken oude verordening De ‘Financiele verordening Gemeente Venray’ vastgesteld bij raadsbesluit van 14 maart 2016, wordt ingetrokken met ingang van de in het eerste lid van artikel 28 genoemde datum van ingang van deze verordening. Artikel28.Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking. 2.Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Venray. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 1 november 2016.,voorzitter ,raadsgriffier Bijlage afschrijvingsbeleid bij artikel 9 Voor het activabeleid worden de volgende aanvullende uitgangspunten gehanteerd. Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 25.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Het moment van afschrijven hangt samen met de ingebruikname van het actief. Er wordt gestart met afschrijven vanaf het eerst volgende begrotingsjaar na het jaar van ingebruikname. In principe wordt de lineaire afschrijvingsmethode gehanteerd. De keuze voor annuïtaire afschrijvingen wordt beschouwd als een afwijking van de standaard en dient te allen tijde expliciet en gemotiveerd te worden aangegeven. De annuïtaire methode wordt alleen bij die activa toegestaan waar het van belang wordt geacht de lasten gedurende looptijd gelijk te houden. Bij omvangrijke investeringen wordt alleen componentenbenadering 1 De componentenbenadering houdt in dat verschillende samenstellende delen van een materieel vast actief, afzonderlijk worden gewaardeerd en afgeschreven op basis van het waarde verloop van die individuele delen. Per samenstellend deel kan de economische gebruiksduur namelijk verschillen. Bij toepassen van deze benadering, worden afzonderlijke vervangingen opnieuw geactiveerd.toegepast na een specifiek raadsbesluit. Bijvoorbeeld een gebouw bestaat uit de componenten grond, gebouw, verwarmingsinstallaties en liftinstallaties. Voor het bepalen van de hoogte van de afschrijving wordt op grond van het voorzichtigheidsbeginsel geen rekening gehouden met de restwaarde van het actief. In beginsel geldt dat bij investeringen de inzet van capaciteit gedekt wordt uit de exploitatie. Deze uren worden dus niet geactiveerd en moeten passen binnen de reguliere werkzaamheden. Een uitzondering wordt gemaakt voor de kosten van inzet van capaciteit voor investeringen, zoals infrastructurele werken, het grondbedrijf en de totstandkoming van een gebouw. In de toerekening naar investeringen (m.u.v. het grondexploitaties) worden geen overheadkosten meegenomen. Afschrijvingstermijnen van investeringen die niet voorkomen in deze lijst worden na goedkeuring van betreffende investeringskrediet vastgesteld en toegevoegd aan deze lijst. Uitgangspunt bij het uitvoeren van investeringskredieten is dat deze binnen twee jaar na autorisatie afgewikkeld moeten zijn. Kredieten die na beschikbaarstelling door de raad, per ultimo van het begrotingsjaar ouder zijn dan twee jaar, worden niet voor verdere uitvoering in het volgend begrotingsjaar in stand gehouden. Indien een krediet in afwijking op deze regel in stand dient te worden gehouden, kan het college hiertoe aan de raad in de P&C producten een voorstel doen. Kredieten/ investeringen van voor 2014 worden op basis oude systematiek gewaardeerd en afgeschreven. De bevoegdheid van stelselwijzigingen en schattingswijzigingen ligt bij de gemeenteraad 1 Een stelselwijziging betreft een wijziging van de “vrij te kiezen” waarderingsgrondslagen. Bij een stelselwijziging worden bestaande (rest)boekwaarden niet herrekend, maar over de langere, dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende verwachte gebruiksperiode afgeschreven.Een schattingswijziging betreft een wijziging van een verwachte toekomstige gebruiksduur c.q. gebruiksintensiteit dan wel de “naar verwachting” duurzaam lagere gebruikswaarde. De bestaande (rest)boekwaarde wordt niet herrekend, maar over de langere, dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende verwachte toekomstige gebruiksduur afgeschreven.. Afschrijvings- Termijn miv 2016 Immateriële vaste activa - Kosten van onderzoek en ontwikkeling (max. termijn BBV) 5 - Agio en disagio Looptijd geldlening Materiële vaste activa a Gronden en terreinen 0 b-c Woonruimten en bedrijfsgebouwen * Nieuwbouw gebouwen (permanent) 40 * Renovatie, restauratie en verbouw 25 * Tijdelijke gebouwen (bijv. noodlokalen) 10 * Voorzieningen aan gebouwen 10 d Grond-, weg- en waterbouwkundige werken * Riolering aanleg en vervanging vrijverval riolen en hemelwaterafvoer 80 * Riolering aanleg en vervanging persleidingen 60 * Riolering aanleg en vervanging gemalen civiel 60 * Wegen, straten, pleinen, rotondes, trottoirs (binnen bebouwde kom) 25 * Wegen, straten, pleinen, rotondes, trottoirs (buiten bebouwde kom) 40 * Openbare verlichting aanleg en vervanging 20 * Brug 60 * Parkeervoorzieningen: -Parkeergarage 40 -Parkeerplaatsen 20 * Haven aanleg en reconstructie 50 * Damwand 50 * Plantsoenen / parken 25 * Sportterreinen 20 * Kunstgrasvelden (toplaag) Max 15 * Kunstgrasvelden (onderlaag) Max 30 * Speelvoorzieningen: -Speelterreinen 15 -Speeltoestellen etc. 10 * Ondergrondse afvalcontainer: -Ondergrondse afval container glas en kunststof 8 -Ondergrondse afval container overig 15 e Vervoermiddelen * Overige vervoermiddelen 5 * Bruikleenvoorzieningen WMO 7 * Voertuig 10 * Zoutstrooiers 10 f Machines, apparaten en installaties * Verkeersregelinstallaties, borden en bewegwijzering 15 * Mechanische riolering en gemalen elektronisch/mechanisch 15 * Parkeermeters en parkeerautomaten 5 * Zonnepanelen 20 g Overige materiele vaste activa * Informatie Communicatie Technologie (hardware/software) 4 Toelichting op de artikelen Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.