← Nederland

Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning Meierijstad 2017 (Schijndel)

Besluitnadere regels maatschappelijkeondersteuningMeierijstad2017 Hoofdstuk1Begripsomschrijvingen Artikel1.1Begripsomschrijvingen 1.In dit besluit wordt verstaan onder: a. kleinschalig wooninitiatiefeen woonsituatie op basis van een particulier initiatief waarbij minimaal drie en maximaal zesentwintig bewoners een persoonsgebonden budget als bedoeld in de wet ontvangen voor ondersteuning en hiervoor door bundeling van persoonsgebonden budgetten gezamenlijk de ondersteuning inkopen, én waarbij de bewoners verblijven op één woonadres als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet basisregistratie personen, of op verschillende woonadressen binnen een straal van honderd meter, waarin ten minste één gemeenschappelijke verblijfsruimte aanwezig is die geschikt is voor het ontplooien van gezamenlijke activiteiten. b. verordening de geldende verordening maatschappelijke ondersteuning Meierijstad. c. zzp’erzelfstandige zonder personeel die staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. 2.Alle begrippen die in dit besluit worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, de Algemene wet bestuursrecht en de verordening. Hoofdstuk 2 Persoonsgebonden budget Paragraaf1Controle en Verantwoording pgb Artikel2.1Verantwoording en controle Iedere cliënt legt verantwoording af over (de besteding van) het persoonsgebonden budget. De cliënt hoeft van het persoonsgebonden budget 0,75% per jaar niet te verantwoorden, met dien verstande dat het verantwoordingsvrije bedrag minimaal € 125,- en maximaal € 625,- per jaar is. Bij beschermd wonen geldt er geen verantwoordingsvrij bedrag. De controle van de verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college kan steekproefgewijs plaatsvinden na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar. Paragraaf2Voeren van een huishouden Artikel2.2Persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden De omvang van het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld in uren per week. Het bedrag van het persoonsgebonden budget voor ‘Hulp bij het huishouden’ bedraagt maximaal: a. € 20,00 per uur indien de cliënt een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst met de voor de sector toepasselijke cao (veelal VVT). b. € 17,00 per uur indien de cliënt een zzp’er of zorgorganisatie die een lagere cao hanteert, inschakelt. c. € 12,50 per uur indien de cliënt iemand uit het sociaal netwerk inschakelt. Paragraaf3Het hebben van zelfregie over het dagelijkse leven, het hebben van dagstructuur en het ontlasten van mantelzorgers Artikel2.3Persoonsgebonden budget begeleiding Het bedrag van het persoonsgebonden budget voor begeleiding bedraagt maximaal: a. € 45,00 per uur indien de cliënt een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst met de voor de sector toepasselijke cao (veelal VVT). b. € 38,25 per uur indien de cliënt een zzp’er of zorgorganisatie die een lagere cao hanteert, inschakelt. c. € 22,50 per uur indien de cliënt iemand uit het sociaal netwerk inschakelt. Artikel2.4Persoonsgebonden budget dagbesteding Het persoonsgebonden budget voor dagbesteding bedraagt maximaal: a. € 45,00 per dagdeel indien de cliënt een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst met de voor de sector toepasselijke cao (veelal VVT). b. € 38,25 per dagdeel indien de cliënt een zzp’er of zorgorganisatie die een lagere cao hanteert, inschakelt. c. € 22,50 per dagdeel indien de cliënt iemand uit het sociaal netwerk inschakelt. Artikel2.5Persoonsgebonden budget kortdurend verblijf Het persoonsgebonden budget voor kortdurend verblijf bedraagt maximaal: a. € 101,00 per dag indien de cliënt een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst met de voor de sector toepasselijke cao (veelal VVT). b. € 85,85 per dag indien de cliënt een zzp’er of zorgorganisatie die een lagere cao hanteert, inschakelt. c. € 30,00 per dag indien de cliënt iemand uit het sociaal netwerk inschakelt. Paragraaf4Normaal gebruik van de woning Artikel2.6Persoonsgebonden budget woonvoorzieningen Het persoonsgebonden budget voor woonvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de prijs van de goedkoopst passende voorziening, inclusief kosten van onderhoud, verzekering en reparatie, zoals die door het college aan de leverancier betaald zou worden. Paragraaf5Verplaatsen in en om de woning Artikel2.7Persoonsgebonden budget rolstoelen Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de prijs van de goedkoopst passende voorziening, inclusief kosten van onderhoud, verzekering en reparatie, zoals die door het college aan de leverancier betaald zou worden. Het persoonsgebonden budget voor een aanpassing van een rolstoel wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de prijs van de goedkoopst passende voorziening, inclusief kosten van onderhoud en verzekering, zoals die door het college aan de leverancier betaald zou worden. Paragraaf6Lokaal verplaatsen per vervoermiddel Artikel2.8Persoonsgebonden budget vervoersvoorziening Het persoonsgebonden budget voor de vervoersvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de prijs van de goedkoopst passende voorziening, inclusief kosten van onderhoud, verzekering en reparatie, zoals die door het college aan de leverancier betaald zou worden. Paragraaf7Onderhouden van sociale contacten Artikel2.9Sportvoorziening Een persoonsgebonden budget voor een sportvoorziening wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de prijs van de goedkoopst passende voorziening, inclusief kosten van onderhoud, verzekering en reparatie, zoals die door het college aan de leverancier betaald zou worden. Paragraaf8Beschermd wonen Artikel2.10Beschermd wonen Het persoonsgebonden budget voor beschermd wonen bedraagt maximaal: a. € 40.000 per jaar voor beschermd wonen all-inclusive. b. € 30.000 per jaar voor beschermd wonen thuis. De in het eerste lid genoemde bedragen worden opgehoogd met een bedrag van € 4.000 indien het pgb wordt besteed bij een kleinschalig wooninitiatief. Hoofdstuk 3 Bijdrage in de kosten Artikel3.1Bijdrage in de kosten 1.De kostprijs is: € 14,00 per uur voor begeleiding. € 14,00 per dagdeel voor dagbesteding € 14,00 per etmaal voor kortdurend verblijf. 2.De kostprijs bij verstrekking in natura van maatwerkvoorzieningen, die vanaf 1 januari 2017 worden verstrekt én afgenomen van Medipoint, is: € 43,60 per maand voor een hoepelrolstoel actief gebruik, vouwbaar € 344,18 per maand voor een elektrische rolstoel voor binnenshuis en directe woonomgeving. € 47,89 per maand voor een scootmobiel. € 47,70 per maand voor een driewielfiets voor volwassenen en kinderen. € 79,50 per maand voor een elektrische driewielfiets voor volwassenen. € 102,57 per maand voor een tillift. € 39,70 per maand voor een kinderduwwandelwagen. € 42,00 per maand voor kinderrolstoelen. € 60,50 per maand voor kinderautozitjes. € 97,40 per maand voor een handbike aankoppeldeel voor rolstoel. € 68,94 per maand voor een aandrijfunit voor duwrolstoelen. € 106,00 per maand voor een aandrijfunit op achterwielen hoepelrolstoelen. € 90,22 per maand voor een tandemfiets kinderen. € 90,22 per maand voor een tandemfiets volwassenen. € 55,59 per maand voor fiets met elro trapondersteuning. € 18,23 per maand voor een badliften. € 55,39 per maand voor douche- en toilethulpmiddelen. 3.De kostprijs voor de niet in lid 1 en 2 genoemde voorzieningen is bij de verstrekking van een voorziening in natura gelijk aan de prijs waarvoor de gemeente de voorziening in natura betrekt van een leverancier/aanbieder, inclusief eventuele reparatie- en onderhoudskosten. 4.Cliënten met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum, krijgen wel een eigen bijdrage (fictief) opgelegd door het Centraal Administratie Kantoor doch deze wordt in opdracht van de gemeente niet geïnd. Definitie inkomen: het bijdrageplichtig inkomen: verzamelinkomen van twee jaar geleden + 8% van de grondslag sparen en beleggen van dat jaar (conform het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015). Voor 2017 gelden de volgende inkomensgrenzen voor dit minimabeleid. Gezinssamenstelling Inkomensgrens Eenpersoonshuishouden jonger dan 65 jaar € 20.746 Eenpersoonshuishouden, ouder dan 65 jaar € 15.614 Meerpersoonshuishouden, jonger dan 65 jaar € 35.000 (overeenkomstig landelijke maatregel) Meerpersoonshuishouden, 65 jaar en ouder € 21.565 Hoofdstuk 4 Mantelzorgwaardering Artikel4.1Jaarlijkse blijk van waardering mantelzorgers Het college zal in nauw overleg met de Adviesraad Sociaal Domein Meierijstad bepalen waaruit de jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers bestaat. Hoofdstuk 5 Slotbepalingen Artikel5.1Overgangsrecht Het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Schijndel 2015, het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Sint-Oedenrode 2015 versie 3 en de Nadere Regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Veghel 2015 worden ingetrokken met de inwerkingtreding van dit besluit, met dien verstaande dat zij van toepassing blijven ten aanzien van voorzieningen die vóór de inwerkingtreding van dit besluit zijn verstrekt, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken. Artikel5.2Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2017. Artikel5.3Citeertitel Deze besluit wordt aangehaald als “Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning Meierijstad 2017”.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.