Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting voor de Binnenstad Venlo 2017 De raad van de gemeente Venlo gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 september 2016 nummer 1026174; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelastingvoor de Binnenstad Venlo 2017 (Verordening reclamebelasting Binnenstad Venlo 2017). Artikel1Begripsomschrijving Deze verordening verstaat onder: reclameobject: een openbare aankondiging in letters, symbolen, logo, kleuren of een combinatie daarvan, dan wel een reclamevoorwerp, zichtbaar vanaf de openbare weg; bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirecte steun vindt in of op de grond; tussenpersoon: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het verlenen van bemiddeling bij het tot stand brengen en sluiten van overeenkomsten in opdracht en op naam van personen tot wie hij niet in vaste betrekking staat; exploitant: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van reclameobjecten op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten; voorziening: specifiek hulpmiddel bestemd voor het aanbrengen van één of meer (al dan niet wisselende) openbare aankondigingen. vestiging: een gebouw, of deel daarvan, dat door één organisatie of bedrijf wordt gebruikt; jaar: een kalenderjaar; Artikel2Gebiedsomschrijving De verordening reclamebelasting Binnenstad Venlo 2017 is van toepassing binnen het gebied Binnenstad Venlo. Onder het gebied Binnenstad Venlo wordt verstaan: het aangewezen gebied in de gemeente, dat nader is aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart. Artikel3Belastbaar feit Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen het gebied zoals omschreven in artikel 2 van deze verordening, een directe belasting geheven voor een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. Artikel4Belastingplicht 1.De reclamebelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten behoeve van wie, al dan niet met vergunning, de reclameobjecten worden aangetroffen. 2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting ter zake van reclameobjecten die door tussenkomst van een exploitant zijn aangebracht, geheven van die exploitant. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De reclamebelasting wordt geheven per vestiging naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. 2.Voor de toepassing van dit artikel worden de op de voet van artikel 6, tweede lid, bepaalde oppervlakten van reclameobjecten, die bij één bouwwerk of deel daarvan behoren, bij elkaar opgeteld. Indien meerdere bouwwerken of delen daarvan direct naast elkaar gelegen zijn en tezamen worden gebruikt door één belastingplichtige voor één vestiging, worden de oppervlakten van reclameobjecten die bij deze bouwwerken of delen daarvan behoren voor de toepassing van ditartikel bij elkaar opgeteld. 3.Reclameobjecten behoren in elk geval tot één bouwwerk indien zij daarmee fysiek zijn verbonden of daarmee tezamen worden gebruikt. 4.Het tarief van de reclamebelasting is opgenomen in de bij de verordening behorende tarieventabel. Artikel6Berekening van de reclamebelasting Voor de berekening van de reclamebelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. De oppervlakte van een reclameobject wordt als volgt vastgesteld: indien de openbare aankondiging wordt gedaan op een zuil, bord, vlag, (span)doek, poster of soortgelijk aankondigingvoorwerp, wordt de oppervlakte van de aankondiging bepaald op de oppervlakte van de zijde van het voorwerp waarop de aankondiging wordt gedaan. Indien het voorwerp niet rechthoekig is, wordt de oppervlakte van het aankondigingvoorwerp bepaald door de lengte c.q. de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die het voorwerp omsluit; indien de openbare aankondiging bestaat uit het reclamevoorwerp zelf, wordt de oppervlakte van de aankondiging bepaald op de oppervlakte van het voorwerp. Indien het voorwerp niet rechthoekig is, wordt de oppervlakte bepaald door de lengte c.q. de hoogte en de breedte van het denkbeeldige rechthoek die het voorwerp omsluit; indien de openbare aankondiging wordt gedaan door middel van een combinatie van verschillende losse voorwerpen of een opschrift met losse letters of symbolen, wordt de oppervlakte van het reclameobject bepaald door de lengte c.q. de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die de voorwerpen of het opschrift omsluit. indien de openbare aankondiging wordt gedaan op een zuil, bord, vlag, (span)doek, poster of soortgelijk aankondigingvoorwerp, waarop door meerdere belastingplichtigen een aankondiging wordt gedaan, wordt de oppervlakte van de individuele aankondiging bepaald op de naar verhouding toebedeelde oppervlakte van de denkbeeldige rechthoek die het voorwerp waarop de aankondiging wordt gedaan omsluit, als ware het een individueel aankondiging/voorwerp. indien sprake is van een voorziening voor het doen van de aankondiging, wordt de oppervlakte van de aankondiging bepaald op de oppervlakte van de voorziening. Indien de voorziening niet rechthoekig is, wordt de oppervlakte bepaald door de lengte c.q. de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die de voorziening omsluit; indien het reclameobject slechts voor een deel zichtbaar is vanaf de openbare weg wordt de oppervlakte van het reclameobject bepaald op het van de openbare weg zichtbare gedeelte van het reclameobject. elke zijde van een openbare aankondiging wordt als apart dienende oppervlakte aangemerkt. Artikel7Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak. 2.Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de naar jaartarieven geheven reclamebelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingtijdvak verschuldigde belasting als er in dat belastingtijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.