← Nederland

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Zeist houdende regels omtrent de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Verordening afvalstoffenheff

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2017De raad van de gemeente Zeist; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20-09-2016; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2017 HoofdstukIAlgemene bepalingen Artikel1Inleidende bepaling Krachtens deze verordening worden geheven: een afvalstoffenheffing; reinigingsrechten. Artikel2Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan: onder ‘gebruik maken’ bepaald in Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer. onder grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld. HoofdstukIIAfvalstoffenheffing Artikel3Aard van de belasting en belastbaar feit 1.Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2.De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel4Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief 1De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2Voor de bepaling van het aantal personen dat gebruik maakt van een perceel wordt uitgegaan van de situatie op het tijdstip van het ontstaan van de belastingschuld. Artikel6Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.. 4Indien het aantal personen dat gebruik maakt van een perceel in de loop van het jaar wijziging ondergaat, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar na de wijziging nog volle kalendermaanden overblijven en bestaat uit het verschil, in het tarief over die periode, tussen de eerder vastgestelde belastingschuld en de belastingschuld na wijziging. 5Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 6Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel9Termijnen van betaling 1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het 1e en 2e lid gestelde termijnen. Artikel10Vervallen HoofdstukIIIReinigingsrechten Artikel11Belastbaar feit Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel12Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel13Maatstaf van heffing en belastingtarief 1De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel14Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel15Wijze van heffing De rechten worden bij wege van aanslag geheven. Artikel16Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang 1De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist. 5Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen reinigingsrechten of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel17Termijnen van betaling 1 In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2 In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3 De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het 1e en 2e lid gestelde termijnen. Artikel18Kwijtschelding. Bij de invordering van dit recht wordt geen kwijtschelding verleend. HoofdstukIVAanvullende bepalingen Artikel19Nadere regels met betrekking tot de heffing en invordering Het bestuur van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsheffingen. Artikel20Inwerkingtreding en citeertitel 1De ‘Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2016 vastgesteld bij raadsbesluit van 10 november 2015, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017. 4Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2017’. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 08-11-2016.mr. J. Janssen, griffier drs. J.J.L.M. Janssen, voorzitterGemeente Zeist Hoofdstuk 1 Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing 1.1 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar: 1.1.1 Bij gebruik daarvan door 1 persoon € 166,20 1.1.2 Bij gebruik daarvan door 2 personen € 192,60 1.1.3 Bij gebruik daarvan door meer dan 2 personen, maar niet meer dan 10 personen € 243,60 1.1.4 Bij gebruik daarvan door meer dan 10 personen, maar niet meer dan 25 personen € 750,00 1.1.5 Bij gebruik daarvan door meer dan 25 personen, maar niet meer dan 50 personen € 1.881,00 1.1.6 Bij gebruik daarvan door meer dan 50 personen € 7.648,80 1.2 De belasting als bedoeld in onderdeel 1.1 wordt vermeerderd voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van meer minicontainers dan de twee van gemeentewege aan het perceel verstrekte minicontainers: 1.2.1 voor elke tweede en volgende grijze minicontainer € 90,00 Hoofdstuk 2 Maatstaven en tarieven reinigingsrechten 2.1 Het recht voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafval van beperkte omvang of hoeveelheid bedraagt per belastbaar feit per belastingjaar: 2.1.1 indien éénmaal per week wordt ingezameld € 319,20 2.1.2 indien tweemaal per week wordt ingezameld € 576,00 2.1.3 indien éénmaal per twee weken wordt ingezameld € 183,00 2.2 In afwijking van het bepaalde in 2.1 bedraagt het recht per belastingjaar voor het beschikbaar stellen, het gebruik dan wel het ledigen van minicontainers van maximaal 240 liter en het verwijderen van de daarin verzamelde afvalstoffen indien: 2.2.1 het betreft éénmaal alternerend per week gescheiden middels één minicontainer 2.2.2 het betreft éénmaal per twee weken: € 319,20 2.2.2.1 middels één minicontainer € 183,00 2.2.2.2 middels twee minicontainers € 319,20 2.3 De tarieven reinigingsrechten zoals weergegeven in hoofdstuk 2 van deze tarieventabel zijn inclusief 21% BTW. Behoort bij raadsbesluit van 08-11-2016. De griffier,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.