Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Vlissingen 2016Hoofdstuk1Algemene bepalingen Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Vlissingen 2016 De raad van de gemeente Vlissingen; gelezen het voorstel van het college van 18-10-2016; gelet op artikel 140 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 134 van de Wet op de expertisecentra, artikel 96g van de Wet op het voortgezet onderwijs, de artikelen XIII, XV en XVII van de Wet dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden en hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht; b e s l u i t : vast te stellen de volgende ‘Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Vlissingen 2016’. Artikel1Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: a. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlissingen; b. schoolbestuur: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs , de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs bekostigde in de gemeente gelegen openbare of bijzondere school, of, voor zover in deze verordening is bepaald, van een nevenvestiging waarvan de hoofdvestiging is gelegen in een andere gemeente; c. school: school voor basisonderwijs, school voor (voortgezet) speciaal onderwijs of school voor voortgezet onderwijs; ·school voor basisonderwijs: een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; ·school voor (voortgezet) speciaal onderwijs: een school voor speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de expertisecentra en een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra ; ·school voor voortgezet onderwijs: school of scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor praktijkonderwijs. d. nevenvestiging deel van een school dat door de minister ingevolge artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 76a of artikel 76b van de Wet op de expertisecentra, artikel X van de wet van 31 mei 1995 (Stb. 319) of artikel 75 van de Wet op het voortgezet onderwijs voor bekostiging in aanmerking is gebracht; e. Voorziening een voorziening zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening; f. aanvullende voorziening een door het college vastgestelde nieuwe voorziening waarmee de verordening tijdelijk wordt aangevuld; g. indieningsdatum uiterste moment zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening, waarvoor een aanvraag voor een voorziening voor het eerste daaropvolgende tijdvak moet zijn ingediend; h. toekenningscriteria de omstandigheden zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening, waaronder een schoolbestuur in aanmerking komt voor een voorziening of een aanvullende voorziening; i. tijdvak periode zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening, waarvoor een voorziening wordt toegekend; j. subsidieplafond een bedrag zoals bedoeld in artikel 4:22 van de wet, dat beschikbaar is voor een voorziening, of een aanvullende voorziening; k. feitelijke beschikbaarstelling de beschikking van het college waarbij een voorziening of aanvullende voorziening in natura beschikbaar wordt gesteld; l. subsidievaststelling een beschikking zoals bedoeld in artikel 4:42 van de wet; m. wet de Algemene wet bestuursrecht; n. subsidieverlening de beschikking van het college waarbij een voorwaardelijke financiële aanspraak ontstaat op het subsidiebedrag voor een voorziening of een aanvullende voorziening. Artikel2Subsidieplafond en verdelingsregels 1.De raad kan voor een voorziening een subsidieplafond vaststellen. Hierbij bepaalt de raad hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld. 2.De raad kan voor een voorziening het gestelde in het eerste lid overdragen aan het college. Het college neemt daarbij de gemeentebegroting in acht. 3.Het college maakt het subsidieplafond en de wijze van verdeling van het beschikbare bedrag, uiterlijk zes weken voor de indieningsdatum aan de schoolbesturen bekend. Artikel3Aanvullende voorziening 1.Het college kan bepalen dat de verordening tijdelijk wordt aangevuld met een voorziening. 2.Het college stelt de toekenningscriteria vast waaronder aanspraak bestaat op de aanvullende voorziening. Artikel4Jaarlijks overzicht Jaarlijks voor 1 juli zendt het college aan de schoolbesturen een overzicht van de op basis van deze verordening toegekende voorzieningen. Het overzicht omvat de periode van 1 juni van het voorafgaande jaar tot en met 31 mei van het jaar van toezending. Hoofdstuk2Procedures Paragraaf2.1Aanvraag voorzieningen; weigeringsgronden Artikel5Toevoegen, wijzigen en intrekken Een wijziging van de verordening die leidt tot het toevoegen, wijzigen of intrekken van een voorziening, wordt uiterlijk zes weken voor de indieningsdatum bekendgemaakt door het college. Artikel6Indiening aanvraag 1.Het schoolbestuur dat een voorziening voor het eerste daaropvolgend tijdvak wenst, dient voor de indieningsdatum een aanvraag in bij het college. De indieningsdatum is niet van toepassing indien voor de voorziening is bepaald dat een indieningsdatum niet is voorgeschreven. Indien de aanvraag niet voor de indieningsdatum is ingediend, besluit het college om de aanvraag niet te behandelen. 2.De aanvraag vermeldt: naam en adres van het schoolbestuur; de dagtekening; de gewenste voorziening; de naam van de school en de onderwijssoort indien de voorziening is bestemd voor een school; een motivering dat wordt voldaan aan de toekenningscriteria. 3.Bij het ontbreken van een of meer gegevens deelt het college dit schriftelijk mee aan het schoolbestuur. Daarbij krijgt het schoolbestuur de gelegenheid om binnen drie weken na de datum van verzending van de mededeling de gegevens schriftelijk aan te vullen. Indien het schoolbestuur de ontbrekende gegevens niet binnen deze termijn verstrekt, beslist het college de aanvraag niet te behandelen. Artikel7Beslissingstermijn 1.Het college besluit binnen twaalf weken na de indieningsdatum op een aanvraag. Indien ten aanzien van een voorziening geen indieningsdatum is voorgeschreven, beslist het college binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag. 2.Het college kan de termijn van twaalf weken met vier weken verlengen. Bij verlenging wordt uiterlijk twee weken voor het einde van de termijn van twaalf weken hiervan door het college schriftelijk mededeling gedaan aan het schoolbestuur. Hierbij geeft het college de reden voor de verlenging aan. 3.Het college stelt binnen twee weken na de datum van de beschikking op de aanvraag het schoolbestuur hiervan schriftelijk in kennis. Artikel8Weigeringsgronden Het college weigert de voorziening in ieder geval indien: de gewenste voorziening geen voorziening is in de zin van deze verordening; niet is voldaan aan één van de toekenningscriteria; door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden. Paragraaf2.2Aanvraag aanvullende voorzieningen; weigeringsgronden Artikel9Indiening aanvraag 1.Het schoolbestuur dat een aanvullende voorziening wenst, dient een aanvraag in bij het college. 2.Op de aanvraag is artikel 6, tweede en derde lid, van toepassing. Artikel10Beslissingstermijn Het college besluit binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag of binnen vier weken na de verstrekking van de aanvullende gegevens. Binnen twee weken na de datum van de beschikking stelt het college het schoolbestuur hiervan schriftelijk in kennis. Artikel11Weigeringsgronden Het college weigert de aanvullende voorziening in ieder geval indien: de gevraagde voorziening geen aanvullende voorziening zoals bedoeld in artikel 3 is; niet is voldaan aan een van de toekenningscriteria. Paragraaf2.3Toekenning; uitvoering beschikking subsidieverlening; intrekking of wijziging; verbod vervreemding Artikel12Inhoud beschikking tot toekenning; betaling 1.De beschikking van het college tot toekenning van een voorziening of een aanvullende voorziening kan inhouden: feitelijke beschikbaarstelling van de voorziening; of een subsidievaststelling. 2.De beschikking bevat: het tijdvak en het doel waarvoor de voorziening is toegekend; de wijze waarop het schoolbestuur de voorziening dient uit te voeren. 3.De beschikking tot subsidievaststelling bevat voorts: het bedrag van de subsidie; het bedrag van het voorschot of de wijze van vaststelling daarvan indien de beschikking tot subsidieverlening bepaalt dat het college een voorschot verleent; de bepaling dat de wet van toepassing is en voor zover van belang welke afzonderlijke bepalingen of afwijkingen hierop van kracht zijn. 4.De betaling van het subsidiebedrag vindt binnen zes weken na de subsidievaststelling plaats. Artikel13Intrekken of wijzigen beschikking; terugvordering Ten aanzien van het beleid tot intrekking, wijziging, stopzetting of verlaging van de afgegeven subsidiebeschikking dan wel terugvordering van gegeven subsidie is titel 4:2 van de wet van toepassing. Artikel14Verbod tot vervreemding Vervreemding door het schoolbestuur van op basis van deze verordening toegekende voorzieningen, is niet toegestaan zonder toestemming van het college tenzij sprake is van een overdracht van voorzieningen aan een ander schoolbestuur als gevolg van samenvoeging van het betreffende schoolbestuur met een ander schoolbestuur. HOOFDSTUK3Slotbepalingen Artikel15Informatieverstrekking Het schoolbestuur verstrekt op verzoek van het college nadere gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bepaalde in deze verordening. Artikel16Beslissing van het college in gevallen waarin de verordening niet voorziet In gevallen, de uitvoering van de verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel17Citeertitel; inwerkingtreding De verordening wordt aangehaald als ‘Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Vlissingen 2016’. De verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking daarvan en werkt terug tot en met 1 januari 2016. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 03-11-2016. de griffier, de voorzitter, mr. F. Vermeulen drs. A.R.B. van den Tillaar Bijlage 'Voorzieningen' In de Bijlage 'Voorzieningen' moet een gemeente aangegeven welke voorzieningen onder de werking van de verordening vallen. Per voorziening wordt een aparte bijlage opgenomen. In de bijlage bij de verordening worden per voorziening de volgende punten beschreven: I Aanduiding van de voorzieningHier dient te worden aangegeven welke voorziening kan worden aangevraagd. II IndieningsdatumHier wordt de indieningsdatum voor de betreffende voorziening bepaald. Ook kan worden bepaald dat geen specifieke indieningsdatum, gezien de aard van de voorziening, is voorgeschreven. Dit laatste zal met name spelen bij voorzieningen die noodzakelijk zijn als gevolg van calamiteiten. III Tijdvak waarvoor voorziening wordt toegekendDe raad vult hier het tijdvak in waarvoor een voorziening wordt toegekend. Dit kan een schooljaar zijn (wat voor de meeste voorzieningen, gezien de koppeling met het onderwijsproces, aan de orde is), maar ook een kalenderjaar. IV Toekenningscriteria op grond waarvan een schoolbestuur in aanmerking komt voor een voorzieningHet geheel van criteria zoals geformuleerd onder IV (en vastgesteld door de raad), geeft de omstandigheden weer waarin de school moet verkeren om in aanmerking te komen voor de voorziening. IVa SchoolsoortHier dient te worden aangegeven voor welke schoolsoorten (basisonderwijs, [delen van het] [voortgezet] speciaal onderwijs en/of voortgezet onderwijs) de mogelijkheid om de voorziening aan te vragen, wordt geopend. IVb Voorziening staat open voor een nevenvestiging van een hoofdvestiging in een andere gemeenteHier dient te worden aangegeven door de raad of de voorziening kan worden aangevraagd voor een in de gemeente gelegen nevenvestiging van een hoofdvestiging die in een andere gemeente is gelegen. IVc Hoofdgebouw/ dislocatie/ nevenvestigingIndien relevant voor de voorziening dient hier te worden aangegeven van welke soort gebouwen de voorziening kan worden aangevraagd (dit kan zowel het hoofdgebouw, de dislocatie als de nevenvestiging zijn). IVd Overige criteria op basis waarvan het schoolbestuur van een school in aanmerking komt voor een voorziening Hiermee wordt gedoeld op de overige inhoudelijke toekenningscriteria die zijn gerelateerd aan de voorziening. V Wijze van toekenning met eventueel daarbij behorende berekeningseenheidVI SubsidieplafondVIa Voor deze voorziening wordt een subsidieplafond gehanteerdVIb VerdelingsregelsVerordening materiële financiële gelijkstelling onderwijsBijlage ‘Voorziening verhuiskosten meubilair en onderwijsleerpakket’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.