Verordening bezwarenregeling personele aangelegenhedenDe raad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Renkum, ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft; gezien het voorstel van het college d.d. 12 april 2010; gelet op artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb); vast te stellen de volgende verordening: Verordening bezwarenregeling personele aangelegenheden Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen; commissie: de bezwarencommissie “personele aangelegenheden”. Artikel2Inleidende bepaling commissie 1.Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de raad en het college. 2.De commissie is slechts bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten betrekking hebbend op personele aangelegenheden. Artikel3Samenstelling van de commissie 1.De commissie bestaat uit drie leden die geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Renkum. Zij worden benoemd, geschorst en ontslagen door het college, conform het bepaalde in lid 2 van dit artikel. 2.De leden, als bedoeld in lid 1, worden op de volgende wijze geselecteerd: voorzitter: aan te wijzen door de werkgever en de werknemersdelegatie in de commissie voor het Georganiseerd Overleg gezamenlijk; een extern lid: aan te wijzen door de werkgever; een extern lid: aan te wijzen door de werknemersdelegatie in de commissie voor Georganiseerd Overleg; 3.Het college benoemt tevens een plaatsvervanger voor ieder lid. De plaatsvervangers worden op identieke wijze voorgedragen als de leden. 4.De leden beschikken over adequate en relevante juridische en bij voorkeur ook bestuurlijke deskundigheid. Artikel4Secretaris 1.De secretaris van de commissie is een door het college aangewezen ambtenaar. 2.Het college wijst tevens een of meer plaatsvervangers van de secretaris aan. 3.De secretaris dient de commissie desgevraagd van advies. Artikel5Zittingsduur 1.De (plaatsvervangend) voorzitter en de (plaatsvervangende) leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van vier jaar en zij zijn terstond herbenoembaar. 2.De (plaatsvervangend) voorzitter en (plaatsvervangende) leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college. 3.Het college kan tussentijds tot schorsing en ontslag van de voorzitter of een lid overgaan indien daarover in het Georganiseerd Overleg overeenstemming bestaat. Het college zal tot ontslag overgaan als de voorzitter of een lid een ambt of functie heeft aanvaard die krachtens artikel 3, eerste lid, van deze verordening onverenigbaar is met het lidmaatschap van de commissie. 4.De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. Dit geldt niet voor de voorzitter en leden die op grond van het bepaalde in het derde lid, eerste volzin, uit hun functie zijn ontheven. 5.De commissie stelt een rooster van aftreden op zodat de continuïteit van de commissie wordt gewaarborgd. Artikel6Ingediend bezwaarschrift 1.Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend. 2.Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld. 3.Bij het bericht van ontvangst als bedoeld in artikel 6:14 van de Awb wordt vermeld dat een commissie over het bezwaar zal adviseren. Artikel7Bemiddeling De commissie onderzoekt of de zaak in de minne kan worden geschikt alvorens de zaak in behandeling wordt genomen. De secretaris verricht daartoe de nodige handelingen. Artikel8Uitoefening bevoegdheden De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie: artikel 2:1, tweede lid; artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een termijn; artikel 6:17, voorzover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de commissie; artikel 7:4, tweede lid; artikel 7:6, tweede en vierde lid. Artikel9Vooronderzoek 1.De voorzitter van de commissie is in verband met de voorbereiding van de behandeling van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen. 2.De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist. Artikel10Hoorzitting 1.De voorzitter van de commissie bepaalt het tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen op het gemeentehuis in Oosterbeek. 2.De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb. 3.Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan. Artikel11Uitnodiging zitting 1.De voorzitter nodigt de belanghebbende(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.