← Nederland

Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen (Renkum)

Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk gemeente Renkum 2005De raad van de gemeente Renkum, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 29 oktober 2004,nr. inzake de vaststelling van de Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; overwegende dat het wenselijk is regels te stellen ten aanzien van de kwaliteit van peuterspeelzalen; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen §1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: peuterspeelzaalwerk: het bieden van speelgelegenheid aan kinderen van twee tot vier jaar gedurende een of meer dagdelen per week van maximaal 3,5 uur met als doel de ontwikkeling van deze kinderen te bevorderen en hen samen te laten spelen; peuterspeelzaal: een voorziening waar peuterspeelzaalwerk plaatsvindt; houder: degene die een peuterspeelzaal exploiteert; beroepskracht: degene die in een peuterspeelzaal werkzaamheden verricht die zijn opgenomen in de voor het peuterspeelzaalwerk geldende CAO en die beschikt over een voor deze werkzaamheden passende beroepskwalificaties; begeleider: degene die anders dan als beroepskracht is belast met de begeleiding van kinderen bij een peuterspeelzaal. §2Meldingsplicht Artikel2Melding in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal 1.Degene die voornemens is een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen binnen de gemeente doet daarvan melding aan het college. 2.De melding vindt plaats met behulp van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld formulier. Artikel3Ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk De houder geeft in de melding aan het college aan voor welk ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk hij kiest, waarbij de volgende ambitieniveaus worden onderscheiden: ambitieniveau 0: “spelen en ontmoeten “; ambitieniveau 1: “spelen, ontmoeten, ontwikkelen en signaleren”; ambitieniveau 2: “spelen, ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en ondersteunen”. Artikel4Termijn van in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal Een peuterspeelzaal wordt niet in exploitatie genomen binnen acht weken na het tijdstip van de melding. Indien uit het onderzoek van de toezichthouder, bedoeld in artikel 17, eerste lid, eerder is gebleken dat de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de bepalingen in hoofdstuk 3 van deze verordening, kan de exploitatie vanaf dat moment plaatsvinden. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. Artikel5Verbod op het in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal Het is verboden een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen indien uit het onderzoek van de toezichthouder, bedoeld in artikel 17, eerste lid, blijkt dat niet aan de eisen van de verordening wordt voldaan. Artikel6Register Het college houdt een register bij van gemelde peuterspeelzalen. In dit register worden na een melding onmiddellijk de gegevens opgenomen die ingevolge artikel 2, tweede lid, en artikel 3 zijn verstrekt. Het college deelt de houder schriftelijk mee dat opneming van de peuterspeelzaal in het register heeft plaatsgevonden. Het register ligt op het gemeentehuis kosteloos voor een ieder ter inzage. Artikel7Wijzigingen van gegevens 1.De houder doet van wijzigingen in de gegevens die bij de melding zijn verstrekt, onmiddellijk mededeling aan het college. 2.Het college deelt de houder schriftelijk mee dat de wijzigingen in het register zijn aangetekend. §3De kwaliteitseisen Artikel8Algemene kwaliteitseisen (vervallen per 01-08-2010) Artikel9Eisen ten aanzien van veiligheid en gezondheid (vervallen per 01-08-2010) Artikel10Oppervlakte speelruimte Voor ieder kind is minimaal 3,5 m2 bruto-oppervlakte aan binnenspeelruimte beschikbaar. Voor ieder kind is buitenspeelruimte beschikbaar, waarvan de bruto-oppervlakte minimaal 4m2 per kind bedraagt en die voor kinderen bereikbaar is. Artikel11Groepen en groepsgrootte (vervallen per 01-08-2010) Artikel12Aantal beroepskrachten of begeleiders per groep (vervallen per 01-08-2010) Artikel13Overeenkomst tussen houder en ouder (vervallen per 01-08-2010) Artikel14Informatieplicht aan de ouders (vervallen per 01-08-2010) Artikel15Verklaring omtrent het gedrag (vervallen per 01-08-2010) §4Het gemeentelijk toezicht Artikel16Aanwijzing van toezichthouders (vervallen per 02-08-2010) Artikel17Onderzoek door de toezichthouder (vervallen per 01-08-2010) Artikel18Het inspectierapport De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een onderzoek bij een peuterspeelzaal vast in een inspectierapport. Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de voorschriften van deze verordening niet zijn of zullen worden nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport. Alvorens het rapport vast te stellen, stelt het college de houder in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en daarover zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder vermeldt de zienswijze van de houder in een bijlage bij het rapport. De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de houder, die een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage legt op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats. De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na de vaststelling daarvan openbaar. Artikel19Aanwijzing en bevel Het college kan de houder een schriftelijke aanwijzing geven indien op basis van het inspectierapport blijkt dat deze de voorschriften in deze verordening niet of in onvoldoende mate naleeft. In de aanwijzing geeft het college met redenen omkleed aan op welke punten de voorschriften niet of in onvoldoende mate worden nageleefd, alsmede de in verband daarmee te nemen maatregelen. Indien de toezichthouder oordeelt dat de kwaliteit van de opvang bij een peuterspeelzaal zodanig tekortschiet dat het nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden, kan de toezichthouder een schriftelijk bevel geven. Het bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen, die door het college kan worden verlengd. De houder neemt de maatregelen binnen de bij de aanwijzing onderscheidenlijk het bevel gestelde termijn. Artikel20Strafbepaling Overtreding van de artikelen 2, eerste lid, en de artikelen in hoofdstuk 3 van deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie. §5Slot- en overgangsbepalingen Artikel21Overgangsbepaling (vervallen per 01-08-2010) Artikel22Inwerkingtreding Onder toepassing van artikel 25 van de Tijdelijke referendumwet treedt deze verordening in werking 3 dagen na haar bekendmaking in de Veluwepost.. Artikel23Citeertitel De verordening wordt aangehaald als: Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen gemeente Renkum 2005 Aldus besloten in de vergadering van (DATUM INVOEGEN)

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.