Regeling Opleiding & Ontwikkeling Regio RivierenlandHet Dagelijks Bestuur van Regio Rivierenland gelet op artikel 33b van de Wet gemeenschappelijke regelingen; gelet op hoofdstuk 17 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en de uitvoeringsovereenkomst voor de sector gemeenten (CAR-UWO); na verkregen instemming van de Ondernemingsraad d.d. 25 oktober 2016; besluit vast te stellen de navolgende Regeling Opleiding & Ontwikkeling Regio Rivierenland uitgangspunt De medewerker is op de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor zijn duurzame inzetbaarheid en loopbaanperspectief, waardoor diens positie op de interne en externe arbeidsmarkt verbetert (artikel 17:1 CAR-UWO) Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen een fulltime en parttime medewerker die gebruik maakt van deze regeling . Artikel1Begripsbepaling Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: loopbaanadvies Een advies door een intern of extern deskundige met betrekking tot de huidige loopbaan en toekomstige loopbaanwensen en – mogelijkheden conform artikel 17:5 CAR-UWO. medewerker De medewerker bedoeld in artikel 1:1 lid 1 sub a van de CAR-UWO opleidingsbehoefte Opleidingen die voortkomen uit de behoefte die medewerkers hebben om hun kennis en vaardigheden verder te ontwikkelen, dan wel een nieuw loopbaanpad in te slaan. opleidingsbudget Het bedrag dat jaarlijks door de werkgever beschikbaar wordt gesteld voor de uitvoering van de opleidingsplannen. opleidingsfaciliteiten Het geheel van de door de werkgever vergoede kosten alsmede extra toegekende (studie)verlofuren ten behoeve van een opleiding. opleidingsnoodzaak Opleidingen die nodig zijn om medewerkers aan de (veranderende) eisen vanuit de omgeving, en daarmee aan de (veranderde) behoeften van de organisatie, te laten voldoen. re-integratieactiviteiten Activiteiten ten behoeve van medewerkers voor wie de werkgever op grond van artikel 10d:5 van de CAR-UWO binnen de re-integratiefase verplichtingen heeft om inspanningen te verrichten met als doel een andere functie binnen of buiten de organisatie te vinden. studiekosten Cursus– en lesgelden, evenals examen- en diplomagelden. studiemateriaal Verplicht en niet verplicht voorgeschreven boeken, syllabi, schrijfbenodigdheden en duurzame gebruiksartikelen, benodigd voor de gevolgde studie. werkgever Het Dagelijks Bestuur van Regio Rivierenland. Artikel2Termijn opleidingsfaciliteiten 1.De in deze regeling vernoemde opleidingsfaciliteiten worden verleend voor een termijn die wordt afgeleid van de door het betrokken opleidingsinstituut voorgeschreven studieduur. 2.Wanneer de medewerker niet binnen de vooraf gestelde termijn de opleiding afrondt, wordt de termijn, na overleg met de leidinggevende, verlengd tot het eerstvolgende (her)examen, mits het niet slagen van de afronding niet het gevolg is van aantoonbare nalatigheid van de medewerker. Artikel3Categorieën opleidingen die toegekend kunnen worden In deze regeling wordt verstaan onder de verschillende opleidingen: opleidingen die door werkgever verplicht zijn opgedragen conform artikel 15:1:26 van de CAR-UWO; opleidingen die direct betrekking hebben op de huidige functie van de medewerker; opleidingen die niet direct betrekking hebben op de huidige functie van de medewerker, maar in het kader van zijn loopbaan(ontwikkeling) gericht zijn op de huidige functie (bij uitbreiding) of een toekomstige functie binnen de organisatie; opleidingen in het kader van re-integratieactiviteiten conform hoofdstuk 10d van de CAR-UWO. Artikel4Opleidingsbudget Het opleidingsbudget bedraagt c.a.1% van de totale salarislasten van de organisatie. Bij de jaarlijkse vaststelling van het budget wordt onder andere de budgetuitputting in voorgaande jaren betrokken. Artikel5Opleidingsverlof 1.Een medewerker die een opleiding volgt als bedoeld in artikel 3 sub a,b of d, wordt verlof met behoud van bezoldiging verleend benodigd voor daadwerkelijke deelname aan de opleiding (volgen van de lessen). 2.Heeft de medewerker zelf schuld aan de vertraging (aantoonbare nalatigheid), dan vervalt zijn recht op opleidingsverlof. 3.Een medewerker die een opleiding volgt als bedoeld in artikel 3 sub a van deze regeling (verplicht opgedragen opleidingen), waarvan de lessen niet of niet geheel in de werktijd van de medewerker plaatsvinden, kan ter compensatie verlof worden verleend voor maximaal/gemiddeld 4 uren per week. 4.Aan een medewerker die een opleiding volgt als bedoeld in artikel 3, sub c, van deze regeling kan in overleg met de leidinggevende opleidingsverlof worden verleend. De hoogte van het verlof is gerelateerd aan de hoogte van het vergoedingspercentage van deze opleiding volgens artikel 7, lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.