← Nederland

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Zoetermeer houdende belastingregels toeristen Verordening toeristenbelasting 2017 (Zoetermeer)

VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN TOERISTENBELASTING 2017De raad van de gemeente Zoetermeer; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 november 2016; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de: VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN TOERISTENBELASTING 2017 Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere doeleinden; mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere doeleinden; niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden; vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan. Artikel2Belastbaar feit Ter zake van het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, wordt onder de naam ‘toeristenbelasting’ een directe belasting geheven. Artikel3Belastingplicht 1Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. 2De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. 3Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 verblijf houdt. Artikel4Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: door degene, die: als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft; verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij ter zake van het verblijf in of het ter beschikking houden van die woning forensenbelasting is verschuldigd; waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting; van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8 van voornoemde wet een verblijfsvergunning heeft, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel5Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. Artikel6Belastingtarief Het tarief bedraagt per persoon per overnachting op/in: een camping op vaste staanplaatsen, in mobiele kampeeronderkomens, in vakantieonderkomens en vormen van verblijf anders dan in een hotel (incl. appartementen en andere verblijven met hoteldienstverlening), een pension of een bed & breakfast € 0,60; een pension, een bed & breakfast € 1,60; een hotel (incl. appartementen en andere verblijven met hoteldienstverlening) € 3,10; Artikel7Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan een kalenderkwartaal. Artikel8Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel9Aanslaggrens Geen belastingaanslag wordt opgelegd indien het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, gedurende het kalenderkwartaal minder dan vijf zal of heeft belopen. Artikel10Termijnen van betaling 1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen één maand na dagtekening van het aanslagbiljet. 2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel11Kwijtschelding Bij de invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel12Nadere regels door het college Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de toeristenbelasting. Artikel13Inwerkingtreding en citeertitel 1De 'Verordening toeristenbelasting 2016' van 14 december 2015, wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2De op artikel 12 van de in het eerste lid genoemde verordening gebaseerde regels van het college worden geacht mede gebaseerd te zijn op artikel 12 van deze verordening. 3Deze verordening treedt in werking met ingang van de vierde dag na die van de bekendmaking. 4De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017. 5Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening toeristenbelasting 2017. Vastgesteld in de openbare vergadering van 19 december 2016,de griffier, de voorzitter,R. Blokland Ch.B. Aptroot

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.