Wro-coördinatieverordening provincie Overijssel, Ontwikkelopgave EHS/Natura 2000Wro-coördinatieverordening provincie Overijssel, Ontwikkelopgave EHS/Natura 2000 Artikel
(2011)' onder andere de verantwoordelijkheid voor de realisatie van de nieuw begrensde Ecologische Hoofdstructuur (EHS) op zich genomen. Daarvoor hebben Provinciale Staten onder andere in 2013 de actualisatie van de Provinciale Omgevingsverordening vastgesteld. Daarmee staat onder meer de herbegrenzing van de EHS vast, waar de Natura 2000-gebieden binnen vallen, en zijn gronden aangewezen als ‘Uitwerkingsgebied ontwikkelopgave Natura 2000'. Coördinatie is gewenst Voor de uitvoering van de Ontwikkelopgave EHS/Natura2000 moeten per gebied diverse besluiten worden genomen door verschillende bevoegde gezagen. Zonder toepassing van coördinatie doorlopen deze besluiten verschillende procedures en moeten betrokkenen op verschillende momenten en bij verschillende bevoegde gezagen/bestuursrechters hun zienswijze, bezwaar of beroep kenbaar maken. Dit leidt voor betrokkenen tot zeer onduidelijke situaties. Door toepassing van coördinatie worden alle benodigde besluiten voor de uitvoering van de Ontwikkelopgave EHS/Natura2000 per gebied zoveel mogelijk gelijktijdig (danwel geclusterd) voorbereid en ter inzage gelegd. Deze ter inzage legging wordt in één gezamenlijke kennisgeving bekend gemaakt. Alle gecoördineerde (ontwerp)besluiten kunnen ingezien worden bij één loket (de provincie). Desgewenst kan met één zienswijze gereageerd worden op diverse ontwerpbesluiten. Vervolgens kunnen belanghebbenden tegen alle besluiten gelijktijdig beroep indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit zorgt voor meer overzichtelijkheid van de (samenhang) van de procedures. De efficiency van de besluitvorming neemt toe in het geval van toepassing van coördinatie, omdat in plaats van meerdere besluitvormingsprocedures maar één procedure wordt gevoerd. De termijn van de aanvraag van de vergunning tot het definitieve besluit is maximaal zes maanden, maar bij coördinatie kunnen afspraken worden gemaakt over een kortere of langere termijn. Hier worden met de bevoegde gezagen en de aanvrager afspraken over gemaakt, zonder afbreuk te doen aan rechtsbescherming voor derden. Daarnaast worden de (voorgenomen) besluiten zoveel mogelijk in een vroeg stadium inhoudelijk al op elkaar afgestemd, waarmee tegenstijdigheden in de verschillende besluiten wordt uitgesloten. Dit verkleint het risico op niet-uitvoerbare projecten.
- Inhoud van deze coördinatieverordening Reikwijdte (artikel 2 van de verordening) Deze provinciale coördinatieverordening is van toepassing op alle benodigde besluiten die nodig zijn voor de uitvoering van de instandhoudingsmaatregelen zoals opgenomen in de beheerplannen (op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 c.q. de Wet natuurbescherming) en voor de uitvoering van daarmee samenhangende ruimtelijke projecten (bijvoorbeeld het realiseren van maatregelen op grond van de Kaderrichtlijn Water en/of EHS-beleid). Hierbij wordt gedacht aan de volgende besluiten: Vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 c.q. op grond van de Wet natuurbescherming; Ontheffing op grond van de Flora- en faunawet c.q. op grond van de Wet natuurbescherming; Vergunning op grond van de Boswet c.q. op grond van de Wet natuurbescherming; Vergunning op grond van de Ontgrondingenwet; Vergunning op grond van de Waterwet; Vergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; Toestemming op grond van het Besluit Omgevingsrecht of de Regeling Omgevingsrecht; Beschikking op grond van de wet bodembescherming naar aanleiding van een melding; Toestemming op grond van het Besluit bodemkwaliteit; Toestemming op grond van de Keur van het Waterschap; Toestemming op grond van het Activiteitenbesluit; En alle overige besluiten die nodig zijn voor de uitvoering van de maatregelen. Dit betekent dat elk besluit dat nodig is voor de uitvoering van de instandhoudingsmaatregelen zoals opgenomen in de beheerplannen en voor de uitvoering van daarmee samenhangende ruimtelijke projecten gecoördineerd tot stand moet komen. Deze besluiten kunnen eventueel gekoppeld (gecoördineerd) worden aan de procedure van een provinciaal inpassingsplan. Afwijkingsmogelijkheid en beëindiging coördinatie (artikel 3 van de verordening) In deze coördinatieverordening is een mogelijkheid opgenomen voor Gedeputeerde Staten, als coördinerend bevoegd gezag, om af te wijken van de reikwijdte van deze verordening. Zo kunnen Gedeputeerde Staten besluiten dat bepaalde besluiten zonder toepassing van de coördinatieverordening tot stand mogen komen, indien in redelijkheid niet valt te verwachten dat toepassing van coördinatie de besluitvorming in betekenende mate zal versnellen of daaraan anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden. Hiermee wordt o.a. bedoeld dat besluiten buiten de coördinatie tot stand kunnen komen als er sprake is van niet complicerende onderdelen (waar bijvoorbeeld weinig weerstand wordt verwacht), bij besluiten die gericht zijn op tijdelijkheid (bijvoorbeeld besluiten voor de aanleg van tijdelijke werkwegen, reclameborden en dergelijke) of wanneer het behalen van de deadline van de PAS/beheerplan niet behaald kan worden wanneer coördinatie wordt toegepast). Deze mogelijkheid is opgenomen om flexibiliteit te behouden en om ervoor te zorgen dat niet voor elke wijziging van de reikwijdte van deze verordening, Provinciale Staten een aangepaste verordening hoeft vast te stellen. Bovenstaande besluiten zullen vergezeld moeten gaan van een deugelijke motivering, waarop Gedeputeerde Staten hun besluit kan baseren. Gedeputeerde Staten dient binnen vier weken te reageren op een verzoek om bepaalde besluiten zonder coördinatie tot stand te laten komen. Wanneer Gedeputeerde Staten besluit in te stemmen met het verzoek, dan gelden voor het beoogde besluit de wettelijke voorschriften voor de behandeling hiervan.
- Coördinatieprocedure Coördinatieprocedure (artikel 4, lid 1 van de verordening) Bij toepassing van coördinatie is afdeling 3.6.2 van de Wro van toepassing. Hierin staat de te volgen procedure beschreven of wordt verwezen naar andere procedurele wetsartikelen. Bij het toepassen van de coördinatieregeling is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure zoals beschreven in afdeling 3.4 Awb van toepassing. Dit betekent kort gezegd dat alle gecoördineerde besluiten dezelfde procedure doorlopen (aanvraag - ontwerpbesluit - zienswijzen - definitief besluit - beroep). Hun ‘eigen' procedures komen hiermee te vervallen. De beslissingsbevoegdheid blijft in principe bij het bevoegde gezag. Procedurevoorstel (artikel 4, lid 2 van de verordening) Gedeputeerde Staten kan op grond van de coördinatieverordening een procedurevoorstel vaststellen voor het coördinatieproces. In eerste instantie zullen met de betrokken partijen werkafspraken gemaakt worden zonder officieel een procedurevoorstel vast te stellen. Wanneer blijkt dat er geen werkafspraken gemaakt kunnen worden met de betrokken partijen voor de toepassing van coördinatie kunnen Gedeputeerde Staten een procedurevoorstel vast stellen waarin dit wordt vastgelegd. Onderstaande lijn zou onderdeel uit kunnen maken van het procedurevoorstel (en maakt ook deel uit van de werkafspraken met de betrokken partijen). Aanvragen om besluiten moeten schriftelijk ingediend worden bij de betreffende bevoegde gezagen, met de vermelding dat de coördinatieverordening van toepassing is. De betrokken bevoegde gezagen stellen het coördinerend bevoegd gezag in kennis van de binnengekomen aanvragen en sturen tevens een afschrift van de aanvraag toe. Het coördinerend bevoegd gezag stemt met de aanvrager van de besluiten en de betrokken bevoegde gezagen af omtrent de inhoud van de aanvragen, de clustering en fasering van de aanvragen, de plannen en het coördinatieproces (werkafspraken en coördinatieplanning). Er worden geen publicaties geplaatst van de aanvraag van de vergunningen, het eerste publicatiemoment vindt plaats bij de ter inzage legging van de ontwerpbesluiten. De betrokken bevoegde gezagen stellen vervolgens een concept ontwerp-besluit op. Dit concept ontwerp-besluit wordt inhoudelijk afgestemd met de andere betrokken bevoegde gezagen, de aanvrager en het coördinerend bevoegd gezag. De ter inzage legging van de ontwerpbesluiten vindt gelijktijdig plaats (wettelijke termijn van zes weken) en wordt gezamenlijk kennisgegeven (digitaal en analoog) door het coördinerend bevoegd gezag; Een ieder kan in de periode van terinzagelegging een zienswijze inbrengen tegen alle ontwerpbesluiten gezamenlijk, waarbij de provincie Overijssel als loket fungeert; De binnengekomen zienswijzen worden verzameld en samengevat en door de betrokken bevoegde gezagen en de aanvrager gezamenlijk beantwoord in een zienswijzennota, onder leiding van het coördinerend bevoegd gezag; Elk bevoegd gezag stelt het definitieve besluit vast (inclusief de zienswijzennota), in afstemming met de andere bevoegde gezagen, aanvrager en coördinerend bevoegd gezag; De ter inzage legging van de definitieve besluiten vindt gelijktijdig plaats (wettelijke termijn van zes weken) en wordt gezamenlijk kennisgegeven (digitaal en analoog) door het coördinerend bevoegd gezag; De gecoördineerde besluiten worden als één besluit aangemerkt in de beroepsfase, zodat in de beroepsfase gelijktijdige behandeling plaatsvindt bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Hiervoor wordt door de bevoegde gezagen een gezamenlijk verweerschrift opgesteld; Mocht één van de besluiten vernietigd worden door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dan heeft dat in principe alleen gevolgen voor het betreffende besluit en niet voor de overige besluiten. Verzoek om een gemeentelijk coördinatiebesluit (artikel 4, lid 3 van de verordening) Bestemmingsplannen (en gemeentelijke uitwerkingsplannen, wijzigingsplannen en exploitatieplannen) vallen niet onder de provinciale coördinatieregeling uit de Wro (provinciale inpassingsplannen wel). Om bestemmingsplan te coördineren met de overige besluiten, moet een apart gemeentelijk coördinatiebesluit genomen worden. Daarin moet de gemeenteraad van de betreffende gemeente besluiten dat het bestemmingsplan (of uitwerkingsplan / wijzigingsplan / exploitatieplan) gecoördineerd wordt met de te verlenen omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning wordt vervolgens met deze coördinatieverordening gekoppeld aan de overige besluiten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Ontwikkelopgave EHS/Natura
- Op deze manier wordt de provinciale coördinatieverordening gekoppeld aan het gemeentelijke coördinatiebesluit. Op basis van de provinciale coördinatieregeling uit de Wro is Gedeputeerde Staten het coördinerend bevoegd gezag. Op basis van de gemeentelijke coördinatieregeling uit de Wro is het college van Burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente het coördinerend bevoegd gezag voor het bestemmingsplan. In gevallen waar een bestemmingsplan gecoördineerd wordt met de overige besluiten, is er sprake van twee coördinerende bevoegde gezagen. In de Wro is niet opgenomen hoe hiermee omgegaan moet worden. De wetgever heeft dit bewust niet ondervangen in de wet. De wetgever gaat er vanuit dat in dergelijke gevallen in het overleg tussen de verschillende bevoegde gezagen de noodzakelijke afstemming zal plaatsvinden en een verdeling gemaakt zal worden in de coördinatiewerkzaamheden (bron: memorie van toelichting Wro). In het gemeentelijke coördinatiebesluit kan ook opgenomen worden dat Gedeputeerde Staten het coördinerend bevoegd gezag is.
- Tot slot Inwerkintreding van de coördinatieverordening (artikel 5 van de verordening) Zodra provinciale Staten de coördinatieverordening vaststellen, wordt het besluit tot vaststelling gepubliceerd in o.a. het Provinciaal Blad. Deze coördinatieverordening treedt in werking na deze publicatie. Citeertitel (artikel 6 van de verordening) De coördinatieverordening wordt aangehaald als ‘Coördinatieverordening Ontwikkelopgave EHS/Natura 2000'.