Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal houdende regels omtrent tegenprestatie Participatiewet (Beleidsregel Tegenprestatie Participatiewet gemeente Veenendaal 2015) Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal; overwegende dat het wenselijk is een nadere beschrijving te geven van de wijze waarop het college uitvoering geeft aan de Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Veenendaal 2015 gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW), Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) besluit: vast te stellen de Beleidsregel Tegenprestatie Participatiewet gemeente Veenendaal 2015 Hoofdstuk1Begripsomschrijvingen Begrippen In deze beleidsregel wordt verstaan onder: vrijwilligerswerk: werk dat in enig verband onverplicht en onbetaald wordt verricht, voor anderen of de samenleving; tegenprestatie: het verrichten van naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing van de arbeidsmarkt; mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. Alle begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW), Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Algemene wet bestuursrecht. Hoofdstuk2De tegenprestatie naar vermogen 2.Procesomschrijving De medewerker van de gemeente informeert belanghebbende dat van hem/haar een tegenprestatie wordt verwacht. De belanghebbende krijgt de gelegenheid om aantoonbaar te maken dat hij of zij reeds iets doet dat naar aard en omvang minimaal vergelijkbaar is met een tegenprestatie of redelijkerwijs noodzakelijk is (bv mantelzorg, vrijwilligerswerk of parttime betaalde arbeid). De medewerker van de gemeente beziet of belanghebbende in aanmerking komt voor een ontheffing of vrijstelling. Als er geen sprake kan zijn van een ontheffing of vrijstelling krijgt belanghebbende 8 weken de tijd om op zoek te gaan naar een geschikte tegenprestatie. Deze zoekperiode van 8 weken kan door het college tweemaal met 4 weken worden verlengd. Belanghebbenden die zelf geen tegenprestatie kunnen vinden ondersteunen we door handvatten te bieden bij het gericht zoeken. Hierbij kan gedacht worden aan de vrijwilligerscentrale, initiatieven in de wijk, activiteiten bij (sport-)verenigingen enz. Indien het college niet binnen 8 weken na het verstrijken van de zoekperiode zoals bedoeld in sub d. van dit artikel een geschikte activiteit kan aanbieden aan betrokkene, kan het college betrokkene tijdelijk ontheffen van de verplichting tot het verrichten van een Tegenprestatie Belanghebbenden die onvoldoende gemotiveerd zijn om een tegenprestatie te verrichten krijgen een aanbod. Als iemand uiteindelijk niet wil voldoen aan de verplichting tot tegenprestatie kan op basis van de afstemmingsverordening een maatregel worden opgelegd. 3.Duur en omvang In de verordening is de maximale duur en omvang van een tegenprestatie opgenomen. De tegenprestatie wordt opgedragen voor 4 tot 8 uur per week, voor de maximale duur van één jaar.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.