Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de Bedrijveninvesteringszone ZKD Den Haag 2017 (Verordening BI-zone ZKD Den Haag 2017).HoofdstukIAlgemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: Bedrijveninvesteringszone ZKD: het bij deze verordening aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven. Het gebied omvat de volgende straten of delen van straten: Chroomstraat (geheel), De Werf (geheel), Dekkershoek (geheel), Goudlaan (geheel), Kerketuinenweg (geheel), Kobaltstraat (geheel), Koperwerf (geheel), Mangaanstraat (geheel), Platinaweg (geheel), Tinwerf (geheel), IJzerwerf (geheel), Zichtenburglaan (geheel), Zilverstraat (geheel), Dedemsvaartweg 1, Escamplaan 2015, M v Hennebergweg 61 t/m 71 (oneven nummers), Meppelweg 1381 en 1391 en Zinkwerf (geheel); perceptiekosten: de kosten die de gemeente moet maken voor de heffing en inning van de BIZ-bijdrage; uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente Den Haag en de Stichting BIZ ZKD gesloten Uitvoeringsovereenkomst 2016; Stichting: de Stichting BIZ ZKD; wet: de Wet op de bedrijveninvesteringszones. Artikel2Aanwijzing Stichting De Stichting BIZ ZKD wordt aangewezen als de Stichting als bedoeld in artikel 7 van de wet. HoofdstukIIBelastingbepalingen Artikel3Aard van de belasting Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op het internet, die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone. Artikel4Belastbaar feit en belastingplicht 1.De BIZ-bijdrage wordt gedurende een periode van 5 jaren jaarlijks geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen en gelegen zijn op de begane grond en niet in gebruik zijnde als: trafo’s. 2.De BIZ-bijdrage wordt geheven van degenen die bij het begin van het kalenderjaar in de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruiken. 3.Voor de toepassing van het tweede lid wordt: gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. 4.Indien een onroerende zaak bij het begin van het kalenderjaar niet in gebruik is, wordt het niet in gebruik zijn gelijkgesteld aan het gebruik als horeca gelegenheid of als winkel, mits de laatste gebruiker deze als zodanig heeft gebruikt. De BIZ-bijdrage wordt in dit geval geheven van degene die van die zaak het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel5Belastingobject 1.Als een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. 2.Een onroerende zaak dient niet in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak niet in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. 3.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid worden twee of meerdere onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen en die kenbaar naar buiten als één geheel door dezelfde gebruiker worden gebruikt, als één onroerende zaak aangemerkt. Artikel6Maatstaf van heffing 1.De belasting wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het belastingobject vastgestelde waarde voor het kalenderjaar
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.