Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing Peel en MaasDE RAAD VAN DE GEMEENTE PEEL EN MAAS Gelet op het raadsvoorstel 2017-099 j Zaaknummer: 1894/2017/1148487 Gelet op artikel 228a van de Gemeentewet Gehoord de beraadslagingen BESLUIT Vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing Peel en Maas Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: perceel: een onroerende zaak als bedoeld in Hoofdstuk III van de Wet WOZ, een roerende zaak of een zelfstandig gedeelte van een roerende zaak in de zin van artikel 4; gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht 1.De belasting wordt geheven: van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel en van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel. 2.Voor de toepassing van het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3.Voor de toepassing van het gebruikersdeel, wordt: gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruikmaken door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; gebruik door degene aan wie een deel -niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4- van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld. 4.Indien met betrekking tot een perceel er geen gebruiker is als bedoeld in lid 3, dan wordt het gebruikersdeel geheven van degene die het genot heeft van het perceel krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. Artikel4Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoelde roerende zaak blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel5Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. Artikel6Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven van ongebouwde percelen. Artikel7Belastingtarieven 1.Het tarief voor het eigenarendeel bedraagt per perceel € 140,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.