← Nederland

Bouwverordening gemeente Terneuzen 2016 (Terneuzen)

Bouwverordening gemeente Terneuzen 2016HOOFDSTUK1Inleidende bepalingen Artikel1.1.Begripsomschrijvingen 1)In deze verordening wordt verstaan onder: bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, met inbegrip van een gedeelte daarvan, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; NEN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm; 2)In deze verordening wordt verder verstaan onder: bevoegd gezag: dat wat daaronder wordt verstaan in de Woningwet; omgevingsvergunning voor het bouwen: dat waar daaronder wordt verstaan in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Artikel1.2Termijnen (Vervallen) Artikel1.3Indeling van het gebied van de gemeente (Vervallen) HOOFDSTUK2De aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen Paragraaf1Gegevens en bescheiden Artikel2.1.1Aanvraag bouwvergunning (Vervallen) Artikel2.1.2In de aanvraag op te nemen gegevens (Vervallen) Artikel2.1.3Bij de aanvraag in te dienen bescheiden (Vervallen) Artikel2.1.4Gegevens met betrekking tot het coördineren van vergunningaanvragen (Vervallen) Artikel2.1.5Bodemonderzoek 1.Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Woningwet bestaat in ieder geval uit de resultaten van een recent milieuhygiënisch bodemonderzoek verricht volgens NEN 5740:2009+A1:2016 nl, in overeenstemming met het onderzoeksprotocol dat volgt uit figuur

  1. Als op basis van het onderzoek aanleiding bestaat te veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of –stof, in de bodem aanwezig is, vindt het onderzoek mede plaats op de wijze als voorzien in NEN 5707:2015 nl. 2.De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport, bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht, geldt niet als het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in de artikelen 2 of 3 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Deze verwijzing geldt niet voor de hoogtebepalingen in de artikelen 2 en 3 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. 3.Het bevoegd gezag staat een geheel of gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport, bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht, toe als voor toepassing van artikel 2.4.1 bij het bevoegd gezag reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn. 4.Het bevoegd gezag kan een gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport, bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht, toestaan voor een bouwwerk met een beperkte instandhoudingtermijn als bedoeld in artikel 2.23 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.16 van het Besluit omgevingsrecht als uit het in NEN 5725, uitgave 2009, bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en de bodemgesteldheid blijkt dat de locatie onverdacht is of dat de gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740:2009+A1:2016 nl niet rechtvaardigen. 5.Als het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige bouwwerken zijn gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te vinden nadat is gesloopt en voordat met de bouw wordt begonnen. 6.Het bodemonderzoek dient te worden aangeleverd in pdf-formaat en in de laatste xml-versie. Artikel2.1.6Overige gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag om bouwvergunning (Vervallen) Artikel2.1.7Bouwregistratie (Vervallen) Artikel2.1.8Bijzondere bepalingen omtrent de aanvraag om bouwvergunning woonwagens en standplaatsen (Vervallen) Paragraaf2Behandeling van de aanvraag om bouwvergunning Artikel2.2.1Ontvangst van de aanvraag (Vervallen) Artikel2.2.2Samenloop met vrijstelling ruimtelijke ordening (Vervallen) Artikel2.2.3Bekendmaking van termijnen (Vervallen) Artikel2.2.4In behandeling nemen en fasering bouwvergunningverlening (Vervallen) Artikel2.2.5In behandeling nemen en bodemonderzoek (Vervallen) Artikel2.2.6Kennisgeving van rechtswege verleende bouwvergunning (Vervallen) Paragraaf3Welstandstoetsing Artikel2.3.1Welstandscriteria (Vervallen) Paragraaf4Het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem Artikel2.4.1Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, mag niet worden gebouwd voorzover dat bouwen betrekking heeft op een bouwwerk: waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven; voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist; en dat de grond raakt, of, waarvan het bestaande, niet-wederrechtelijke gebruik niet wordt gehandhaafd. Artikel2.4.2Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen In afwijking van het bepaalde in artikel 2.4.1 en onverminderd het bepaalde in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht, kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen, in het geval zij op grond van het in de Regeling omgevingsrecht bedoelde onderzoeksrapport en/of andere bij hen bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van het overeenkomstig het tweede lid van artikel 39 van de Wet bodembescherming goedgekeurde saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid, van die Wet van oordeel zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt. Paragraaf5Voorschriften van stedenbouwkundige aard en bereikbaarheidseisen Artikel2.5.1Richtlijnen voor de verlening van ontheffing van de stedenbouwkundige bepalingen (Vervallen) Artikel2.5.2Anti-cumulatiebepaling (Vervallen) Artikel2.5.3Bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen (Vervallen) Artikel2.5.3ABrandweeringang (Vervallen) Artikel2.5.4Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten (Vervallen) Artikel2.5.5Ligging van de voorgevelrooilijn (Vervallen) Artikel2.5.6Verbod tot bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn (Vervallen) Artikel2.5.7Toegelaten overschrijding van de voorgevelrooilijn (Vervallen) Artikel2.5.8Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de voorgevelrooilijn (Vervallen) Artikel2.5.9Bouwen op de weg (Vervallen) Artikel2.5.10Plaatsing van de voorgevel ten opzichte van de voorgevelrooilijn. Afschuining van straathoeken (Vervallen) Artikel2.5.11Ligging achtergevelrooilijn (Vervallen) Artikel2.5.12Verbod tot bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn (Vervallen) Artikel2.5.13Toegelaten overschrijding van de achtergevelrooilijn (Vervallen) Artikel2.5.14Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de achtergevelrooilijn (Vervallen) Artikel2.5.15Erf bij woningen en woongebouwen (Vervallen) Artikel2.5.16Erf bij overige gebouwen (Vervallen) Artikel2.5.17Ruimte tussen bouwwerken (Vervallen) Artikel2.5.18Erf- en terreinafscheidingen (Vervallen) Artikel2.5.19Bouwen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen en ondergrondse hoofdtransportleidingen (Vervallen) Artikel2.5.20Toegelaten hoogte in de voorgevelrooilijn (Vervallen) Artikel2.5.21Toegelaten hoogte in de achtergevelrooilijn (Vervallen) Artikel2.5.22Toegelaten hoogte van zijgevels tegenover een achtergevelrooilijn (Vervallen) Artikel2.5.23Toegelaten hoogte tussen voor- en achtergevelrooilijnen (Vervallen) Artikel2.5.24Grootste toegelaten hoogte van bouwwerken (Vervallen) Artikel2.5.25Hoogte van bouwwerken op niet aan een weg grenzende terreinen (Vervallen) Artikel2.5.26Wijze van meten van de hoogte van bouwwerken (Vervallen) Artikel2.5.27Toegelaten afwijkingen van de toegelaten bouwhoogte (Vervallen) Artikel2.5.28Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de toegelaten bouwhoogte (Vervallen) Artikel2.5.29Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de rooilijnen en van de toegelaten bouwhoogte in geval van voorbereiding van nieuw ruimtelijk beleid (Vervallen) Artikel2.5.30Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen (Vervallen) Paragraaf6Voorschriften inzake brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen Artikel2.6.1Beginsel inzake brandmeldinstallaties (Vervallen) Artikel2.6.2Aanwezigheid van brandmeldinstallaties (Vervallen) Artikel2.6.3Omvang van de bewaking door brandmeldinstallaties (Vervallen) Artikel2.6.4Kwaliteit van brandmeldinstallaties (Vervallen) Artikel2.6.5Beginsel inzake ontruimingsalarminstallaties (Vervallen) Artikel2.6.6Aanwezigheid van ontruimingsalarminstallaties (Vervallen) Artikel2.6.7Kwaliteit van ontruimingsalarminstallaties (Vervallen) Artikel2.6.8Beginsel inzake vluchtrouteaanduidingen (Vervallen) Artikel2.6.9Aanwezigheid van vluchtrouteaanduidingen (Vervallen) Artikel2.6.10Kwaliteit van vluchtrouteaanduidingen (Vervallen) Artikel2.6.11Gelijkwaardigheid (Vervallen) Artikel2.6.12Communicatiesysteem voor publieke hulpverleningsdiensten (Vervallen) Paragraaf7Aansluitplicht op de nutsvoorzieningen Artikel2.7.1Eis tot aansluiting aan de waterleiding (Vervallen) Artikel2.7.2Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet (Vervallen) Artikel2.7.3Eis tot aansluiting aan het aardgasnet (Vervallen) Artikel2.7.4Eis tot aansluiting aan de openbare riolering (Vervallen) Artikel2.7.5Aansluiting anders dan aan de openbare riolering (Vervallen) Artikel2.7.6Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen (Vervallen) Artikel2.7.7Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen (Vervallen) HOOFDSTUK3De melding Artikel3.1De wijze van melden (Vervallen) Artikel3.2Welstandscriteria (Vervallen) HOOFDSTUK4Plichten tijdens en bij voltooiing van de bouw en bij ingebruikneming van een bouwwerk Artikel4.1Intrekking bouwvergunning bij niet-tijdige start of tussentijdse staking van bouwwerkzaamheden (Vervallen) Artikel4.2Op het bouwterrein verplicht aanwezige bescheiden (Vervallen) Artikel4.3Wijzigingen in gegevens bouwregistratie (Vervallen) Artikel4.4Het uitzetten van de bouw (Vervallen) Artikel4.5Kennisgeving aan het bouwtoezicht van start van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden (Vervallen) Artikel4.6Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen (Vervallen) Artikel4.7Bemalen van bouwputten (Vervallen) Artikel4.8Veiligheid op het bouwterrein (Vervallen) Artikel4.9Afscheiding van het bouwterrein (Vervallen) Artikel4.10Veiligheid van hulpmiddelen en het voorkomen van hinder (Vervallen) Artikel4.11Bouwafval (Vervallen) Artikel4.12Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden (Vervallen) Artikel4.13Melden van werken bij lage temperaturen (Vervallen) Artikel4.14Verbod tot ingebruikneming (Vervallen) HOOFDSTUK5Staat van open erven en terreinen, aansluiting op de nutsvoorzieningen en het weren van schadelijk en hinderlijk gedierte Paragraaf1Staat van open erven en terreinen Artikel5.1.1Staat van onderhoud van open erven en terreinen (Vervallen) Artikel5.1.2Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen (Vervallen) Artikel5.1.3Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten (Vervallen) Paragraaf2Staat van brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen Artikel5.2.1Voorschriften inzake brandveiligheidinstallaties en vluchtroute-aanduidingen (Vervallen) Artikel5.2.2Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in gebouwen niet zijnde woningen, woongebouwen, logiesverblijven, logiesgebouwen of kantoorgebouwen (Vervallen) Artikel5.2.3Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in woongebouwen van bijzondere aard (Vervallen) Artikel5.2.4Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in logiesverblijven en logiesgebouwen (Vervallen) Artikel5.2.5Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in kantoorgebouwen (Vervallen) Paragraaf3Aansluiting op de nutsvoorzieningen Artikel5.3.1Eis tot aansluiting aan de waterleiding (Vervallen) Artikel5.3.2Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet (Vervallen) Artikel5.3.3Eis tot aansluiting aan het aardgasnet (Vervallen) Artikel5.3.4Eis tot aansluiting aan de openbare riolering (Vervallen) Artikel5.3.5Aansluiting anders dan aan de openbare riolering (Vervallen) Artikel5.3.6Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen (Vervallen) Artikel5.3.7Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen (Vervallen) Paragraaf4Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid Artikel5.4.1Preventie (Vervallen) HOOFDSTUK6Brandveilig gebruik Paragraaf1Gebruiksvergunning Artikel6.1.1Vergunning gebruik bouwwerk (Vervallen) Artikel6.1.2Aanvraag gebruiksvergunning (Vervallen) Artikel6.1.3In behandeling nemen (Vervallen) Artikel6.1.4Termijn van beslissing (Vervallen) Artikel6.1.5Weigeren gebruiksvergunning (Vervallen) Artikel6.1.6Intrekken gebruiksvergunning (Vervallen) Artikel6.1.7Verplicht aanwezige bescheiden (Vervallen) Paragraaf2Het voorkomen van brand en het beperken van brand en brandgevaar Artikel6.2.1Gebruikseisen voor bouwwerken (Vervallen) Artikel6.2.2Opslag brandgevaarlijke stoffen (Vervallen) Artikel6.2.3Opslag en verwerking stoffen (Vervallen) Paragraaf3Het bestrijden van brand en het voorkomen van ongevallen bij brand Artikel6.3.1Gebruiksgereed houden bluswaterwinplaatsen (Vervallen) Artikel6.3.2Gebruik middelen en voorzieningen (Vervallen) Paragraaf4Hinder in verband met de brandveiligheid Artikel6.4.1Hinder in verband met de brandveiligheid (Vervallen) HOOFDSTUK7Overige gebruiksbepalingen Paragraaf1Overbevolking Artikel7.1.1Overbevolking van woningen (Vervallen) Artikel7.1.2Overbevolking van woonwagens (Vervallen) Paragraaf2Staken van het gebruik Artikel7.2.1Verbod tot gebruik bij bouwvalligheid (Vervallen) Artikel7.2.2Staken van gebruik wegens gebrek aan veiligheid en gebrek aan hygiëne (Vervallen) Artikel7.2.3Staken van het gebruik van een woonwagen (Vervallen) Paragraaf3Gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen =========================================================================== Artikel352oud Verbod tot het gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen in afwijking van de bestemming Zolang bij een bestemmingsplan, tot stand gekomen als uitbreidingsplan of als voorschriften ex artikel 43 van de Woningwet 1901, hetzij vóór, hetzij na inwerkingtreding van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Stb. 286 van 1962) geen voorschriften zijn gegeven omtrent het gebruik van de in die plannen of voorschriften begrepen bouwwerken, open erven of terreinen en geen aanpassing aan de Wet op de Ruimtelijke Ordening heeft plaatsgevonden, is het verboden die bouwwerken, open erven of terreinen te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de uit dat plan of die voorschriften voortvloeiende bestemming, nadat de bij het bestemmingsplan aangegeven bestemming is verwezenlijkt. Het is verboden niet in een bestemmingsplan begrepen bouwwerken en hun aanhorigheden te gebruiken in strijd met de bestemming, die zij blijkens hun constructie dan wel inrichting hebben. Niet van toepassing is het bepaalde in de leden 1 en 2 voor een gebruik dat tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet onwettig was en zolang in dat gebruik geen wijziging wordt gebracht. Vrijstelling kan worden verleend van het bepaalde in de leden 1 en
  2. Zie voor de toepassing van dit artikel zowel artikel 12.7, lid 2, onder c als de 'Toelichting Bouwverordening gemeente Terneuzen' bladzijde 35-
  3. =========================================================================== Artikel7.3.2Hinder (Vervallen) Paragraaf4Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid Artikel7.4.1Preventie (Vervallen) Paragraaf5Watergebruik Artikel7.5.1Verboden gebruik van water (Vervallen) Paragraaf6Installaties Artikel7.6.1Gebruiksgereed houden van installaties (Vervallen) HOOFDSTUK8Slopen Paragraaf1Omgevingsvergunning voor het slopen Artikel8.1.1Omgevingsvergunning voor het slopen (Vervallen) Artikel8.1.2Aanvraag sloopvergunning (Vervallen) Artikel8.1.3In behandeling nemen (Vervallen) Artikel8.1.4Termijn van beslissing (Vervallen) Artikel8.1.5Samenloop van slopen en bouwen (Vervallen) Artikel8.1.6Weigeren omgevingsvergunning voor het slopen (Vervallen) Artikel8.1.7Intrekken omgevingsvergunning voor het slopen (Vervallen) Paragraaf2Uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voor het slopen Artikel8.2.1Sloopmelding (Vervallen) Artikel8.2.2Overige uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voor het slopen (Vervallen) Paragraaf3Verplichtingen tijdens het slopen Artikel8.3.1Veiligheid op sloopterrein (Vervallen) Artikel8.3.2Op het sloopterrein verplicht aanwezige bescheiden (Vervallen) Artikel8.3.3Plichten van de houder van de omgevingsvergunning voor het slopen (Vervallen) Artikel8.3.4Plichten van degene die sloopt (Vervallen) Artikel8.3.5Wijze van slopen, verpakken en opslaan van asbest (Vervallen) Artikel8.3.6Plichten ten aanzien van de sloop van tuinbouwkassen (Vervallen) Paragraaf4Vrij slopen Artikel8.4.1Sloopafval algemeen (Vervallen) HOOFDSTUK9Welstand Artikel9.1De welstandscommissie (Vervallen) Artikel9.2Advisering door de welstandscommissie (Vervallen) Artikel9.3Samenstelling van de welstandscommissie (Vervallen) Artikel9.4Benoeming en zittingsduur (Vervallen) Artikel9.5Secretariaat (Vervallen) Artikel9.6Jaarlijkse verantwoording (Vervallen) Artikel9.7Termijn van advisering (Vervallen) Artikel9.8Openbaarheid van vergaderen en mondelinge toelichting (Vervallen) Artikel9.9Afdoening bij mandaat (Vervallen) Artikel9.10Afdoening onder verantwoordelijkheid (Vervallen) Artikel9.11Vorm waarin het advies wordt uitgebracht (Vervallen) Artikel9.12Uitsluiting van gebieden en categorieën bouwwerken (Vervallen) Artikel9.13Advisering omgevingsvergunning 1.De advisering over de monumentale waarden bij een aanvraag omgevingsvergunning is opgedragen aan een onafhankelijke deskundige op het gebied van cultuur- en bouwhistorie, landschap of archeologie. 2.De deskundige brengt advies uit over plannen voor Rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten, waarin zowel de aspecten op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht als aspecten op grond van de Monumentenwet 1988 en Erfgoedverordening gemeente Terneuzen worden betrokken. 3.Een aanvraag omgevingsvergunning, waarbij de monumentale waarden beoordeeld moeten worden wordt gelijk na ontvangst ter advisering voorgelegd aan de deskundige. 4.Binnen vier weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht brengt de deskundige schriftelijk advies uit aan het college. Het advies van de deskundige is openbaar en dient een deugdelijke motivering te bevatten. 5.In het verzoek om advies kunnen burgemeester en wethouders een langere termijn dan vier weken geven voor het uitbrengen van advies. Een langere termijn kan worden gegeven indien de termijn van afdoening van de aanvraag is verlengd met toepassing van artikel 3.9, tweede lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 6.Zodra het advies is uitgebracht, wordt het door of namens het bevoegd gezag gevoegd bij de aanvraag om een omgevingsvergunning. Artikel9.14Niet wettelijk verplichte taken De deskundige kan desgevraagd adviezen uitbrengen aan burgemeester en wethouders over de monumentale aspecten van in voorbereiding zijnde ruimtelijke plannen. Artikel9.14Beoordeling excessen 1.Naar aanleiding van eigen waarnemingen of klachten is de ambtenaar, bevoegd tot het beoordelen van aanvragen omgevingsvergunningen bevoegd zich een oordeel te vormen over de buitensporigheden in het uiterlijk van bouwwerken die ook voor niet-deskundigen evident zijn. 2.Bij deze beoordeling dient de excessenregeling Terneuzen als kader. HOOFDSTUK10Overige administratieve bepalingen Artikel10.1De aanvraag om woonvergunning (Vervallen) Artikel10.2De aanvraag om vergunning tot hergebruik van een ontruimde onbewoonbaar verklaarde woning of woonwagen (Vervallen) Artikel10.3Overdragen vergunningen (Vervallen) Artikel10.4Overdragen mededeling (Vervallen) Artikel10.5Het kenteken voor onbewoonbaar verklaarde woningen en woonwagens alsmede onbruikbaar verklaarde standplaatsen (Vervallen) Artikel10.6Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere voorschriften Het bevoegd gezag is bevoegd om rekening te houden met de herziening en vervanging van de NEN-normen, voornormen, praktijkrichtlijnen en andere voorschriften waarnaar in deze verordening - of in de bij deze verordening behorende bijlagen - wordt verwezen, indien de bevoegde instantie de betrokken norm, voornorm, praktijkrichtlijn of het voorschrift heeft herzien of vervangen en die herziening of vervanging heeft gepubliceerd. HOOFDSTUK11Handhaving Artikel11.1Stilleggen van de bouw (Vervallen) Artikel11.2Overtreding van het verbod tot ingebruikneming (Vervallen) Artikel11.3Stilleggen van het slopen (Vervallen) Artikel11.4Onderzoek naar een gebrek (Vervallen) HOOFDSTUK12Straf-, overgangs- en slotbepalingen Artikel12.1Strafbare feiten (Vervallen) Artikel12.2Overgangsbepaling bodemonderzoek (Vervallen) Artikel12.3Overgangsbepaling met betrekking tot de staat van open erven en terreinen (Vervallen) Artikel12.4Overgangsbepaling (aanvragen om) gebruiksvergunning (Vervallen) Artikel12.5Overgangsbepaling sloopmelding (Vervallen) Artikel12.6Slotbepaling 1.Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervalt: a.de ‘Bouwverordening gemeente Terneuzen’, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 12 december 2013; met uitzondering van artikel 352 MBV oud; en alle daarin aangebrachte wijzigingen. 2.Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Bouwverordening gemeente Terneuzen 2016’. OvergangsbepalingenOp een aanvraag om ontheffing of toestemming of een aanvraag om omgevingsvergunning, die is ingediend voor het moment waarop deze wijzigingsverordening van kracht wordt en waarop op genoemd tijdstip nog niet is beschikt, zijn de bepalingen van de bouwverordening van toepassing, zoals die luidden vóór deze wijziging, tenzij de aanvrager aangeeft dat de gewijzigde bepalingen worden toegepast. Dit geldt uiteraard niet voor de van rechtswege vervallen artikelen van de bouwverordening, omdat het voor deze artikelen in de plaats komende rijksregelgeving een dergelijke mogelijkheid niet kent. Inwerkingtreding Deze (wijzigings)verordening treedt in werking op 1 november
  4. Besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Terneuzen op 10 november 2016.Griffier,Voorzitter,mr. J.H.P. (Joost) de Jong, J.A.H. (Jan) Lonink

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.