Verordening op de heffing en de invordering van marktgeld 2017De raad van de gemeente Bunschoten; gezien het voorstel van het college burgemeester en wethouders van 3 november 2015, nr. 1014070; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de: ‘Verordening op de heffing en de invordering van marktgeld 2017’ Artikel1Begripsomschrijving GBLT: het openbaar lichaam Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus – Tricijn te Zwolle. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam marktgelden worden rechten geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, bestaande uit het ter beschikking stellen van een standplaats voor het uitoefenen van de markthandel en daarmee verband houdende handelingen en/of gebruik van verstrekte hulpmiddelen. Artikel3Belastingplicht Het marktgeld wordt geheven van degene, die op de markt een standplaats inneemt. Artikel4Maatstaf van heffing De maatstaf van heffing voor de berekening van het marktgeld is de frontbreedte van de standplaats. Artikel5Tarief Het marktgeld bedraagt voor iedere strekkende meter frontbreedte of gedeelte daarvan: voor vaste plaatsen: – per kalenderjaar € 144,00 – met een minimum van € 359,00 voor dagplaatsen: – per marktdag € 3,90 – met een minimum van € 8,80 Artikel6Wijze van heffing 1.De marktgelden als bedoeld in artikel 5, onderdeel a, die geheven worden van vaste standplaatshouders, worden geheven bij wege van aanslag. 2.De marktgelden als bedoeld in artikel 5, onderdeel b, die geheven worden van dagplaats standhouders, worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel7Heffingstijdvakken 1.De marktgelden, als bedoeld in artikel 5, onderdeel a, die geheven worden van vaste standplaatshouders worden geheven over een heffingstijdvak van een jaar. 2.De marktgelden, als bedoeld in artikel 5, onderdeel b, die geheven worden van dagplaats standhouders, worden geheven over een heffingstijdvak van een dag. Artikel8Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel9Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
- Het marktgeld voor dagplaatsen is verschuldigd bij het innemen van een standplaats.
- Het marktgeld voor vaste plaatsen is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar, of zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht;
- Indien de belastingplicht van het marktgeld voor vaste plaatsen in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor zoveel driehonderdvijfenzestigste deel van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle etmalen overblijven;
- Indien de belastingplicht van het marktgeld voor vaste plaatsen in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel driehonderdvijfenzestigste deel van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle etmalen overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,
- Indien de belastingplicht van het marktgeld voor vaste plaatsen is beëindigd na dagtekening van het aanslagbiljet, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing indienen bij de ambtenaar belast met de heffing. Artikel10Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, moet de aanslag worden betaald in één termijn die vervalt twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet. 2.Belastingaanslagen waarvoor de belastingschuldige een machtiging heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische incasso, dienen te worden betaald in zoveel gelijke maandelijkse termijnen als er na de dagtekening van het aanslagbiljet nog in het desbetreffende kalenderjaar volle dan wel gedeeltelijke kalendermaanden resteren, met dien verstande dat het aantal maandelijkse termijnen niet minder dan zes bedraagt. Voor de overige aanslagen geldt onverkort de in lid 1 van dit artikel neergelegde hoofdregel. 3.Op de in lid 2 van dit artikel geldt als restrictie dat het bedrag per afschrijving op het totaalbedrag van het desbetreffende aanslagbiljet niet minder dan € 5,00 bedraagt. 4.De marktgelden, als bedoeld in artikel 5, onderdeel b, dat geheven wordt van dagplaats standhouders, moeten worden betaald op het moment van het uitreiken van een gedagtekende, schriftelijke kennisgeving. 5.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel11Kwijtschelding Bij de invordering van het marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel12Nadere regels 1.Het dagelijks bestuur van GBLT kan met betrekking tot de heffing en invordering van de marktgelden voor vaste plaatsen nadere regels geven. Artikel13Inwerkingtreding en citeertitel 1.De ‘Verordening marktgeld Bunschoten 2016’ van 10 december 2015 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3.De datum van ingang van heffing is 1 januari
- 4.Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening marktgeld Bunschoten 2017’. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Bunschoten van 15 december 2016de griffier,E.Hoogstratende voorzitter,M. v.d. Groep