Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffing 2010De raad van de gemeente Waterland, Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; Besluit: tot intrekking van de Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffing 2009, met ingang van 1 januari 2010; tot vaststelling van de volgende Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffing 2010: Artikel1Aard van de belasting en belastbaar feit Onder de naam "reinigingsheffing" worden rechten geheven voor zowel genot van door de gemeente verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel2Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel3Maatstaf van heffing en belastingtarief De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel4Tijdstip beoordeling omstandigheden Voor de beoordeling van de belastingplicht en voor de toepassing van de maatstaf van heffing en tarief, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, gelden de omstandigheden die op 1 januari van het belastingjaar aanwezig zijn. Indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar, gelden voor de in het eerste lid bedoelde beoordeling, de omstandigheden die bij aanvang van de belastingplicht aanwezig zijn. Artikel5Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel6Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel7Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2.De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op het in het voorgaande lid gestelde termijn. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang De rechten zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. Belastingbedragen van € 14,00 of minder worden niet geheven. Ontheffing wordt pas verleend als de ontheffing meer dan € 14,00 bedraagt. Artikel9Kwijtschelding Bij de invordering van reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel10Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsheffing. Artikel10Tijdstip van ingang van de heffing en citeertitel Deze verordening treedt in werking op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.