Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2017De raad van Venray, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 november 2016 (Gemeenteblad 2016, nr. 442); gelet op artikel 228a van de Gemeentewet ; gezien het advies van de commissie Werken en Besturen d.d. 30 november 2016; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2017 (Verordening rioolheffing 2017) Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater; afkoppelen: het ongedaan maken van een situatie waarin hemelwater dat op verhard oppervlak valt, wordt afgevoerd naar de riolering; verhard oppervlak: de bedekking van het aardoppervlak met niet water doorlaatbare materialen (zoals asfalt, metaal, glas, steen en plastic) zoals daken, wegen, trottoirs; aangesloten verhard oppervlak: het gedeelte van het verhard oppervlak dat afwatert op de riolering, in horizontale meting, loodrecht gemeten als gevolg waarvan neerslag tot afvoer komt via de riolering. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater alsmede bedrijfsafvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht 1.De belastingen worden geheven: van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd en welke tot bewoning dient, verder te noemen: gebruikersdeel woning. van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd en welke niet tot bewoning dient, verder te noemen: gebruikersdeel niet-woning. 2.Met betrekking tot het eigenarendeel van de belastingen wordt, ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3.Met betrekking tot het gebruikersdeel van de belastingen wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan. Artikel4Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, worden de belastingen geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel5Maatstaf van heffing rioolheffing. 1.De heffing van het eigenarendeel wordt geheven: naar een vast bedrag per perceel; afhankelijk of een perceel al dan niet is afgekoppeld; naar het aangesloten verhard oppervlak per eenheid van 200 m². 2.De heffing van het gebruikersdeel wordt geheven: naar een vast bedrag per huishouden; naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. 3.Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. 4.Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 5.De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd. Artikel6Vrijstellingen 1.De rioolheffing wordt niet geheven ter zake van percelen voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor nutsvoorzieningen en voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige percelen die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs. 2.Het eigenarendeel van de rioolheffing wordt niet geheven voor woningen als bedoeld in artikel 7 onder 2a voor zover de hemelwaterafvoer van het verhard oppervlak bij het begin van het belastingjaar volledig is afgekoppeld van de gemeentelijke riolering. Artikel7Belastingtarieven rioolheffing
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.