FINANCIELE VERORDENING GEMEENTE HELMOND 2017De raad van de gemeente Helmond; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 oktober 2016; gelet op de bepalingen van de Gemeentewet; besluit: De Financiële verordening gemeente Helmond 2017 vast te stellen; De Nota Investeringsbeleid 2017 vast te stellen. Hoofdstuk1Inleidende Bepalingen Artikel1Definities In deze verordening wordt verstaan onder: administreren: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Helmond en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. financiële organisatie: het onderdeel van de administratie dat systematisch financiële gegevens maakt en verwerkt van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Helmond, teneinde te komen tot een goed inzicht in: - de financieel-economische positie; - het financiële beheer; - de uitvoering van de begroting; - het afwikkelen van vorderingen en schulden; - alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover. rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving. doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen. doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde prestaties en (maatschappelijke) effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald. Hoofdstuk2Planning en Contolcyclus Artikel2Kalender 1.Het College van B&W biedt jaarlijks, vóór 1 december, een bestuurlijke planning voor het volgende begrotingsjaar aan de Raad aan. In deze planning zijn de data opgenomen met betrekking tot het aanbieden en vaststellen van de Planning en Controlproducten. 2.De Planning en Controlcyclus bestaat uit de volgende producten: Voorjaarsnota Programmabegroting Bestuursrapportage Jaarstukken Artikel3Voorjaarsnota 1.Het College van B&W biedt, als aftrap van de nieuwe Planning- en Controlcyclus, aan de Raad een nota aan waarin de beleidsmatige en budgettaire uitgangspunten alsmede de vertaling daarvan naar de budgettaire kaders voor het begrotingsjaar en de meerjarenraming duidelijk worden. In deze nota worden op hoofdlijnen ook voorstellen gedaan hoe met de budgettaire ruimte of opgave om te gaan bij het opstellen van de ontwerpbegroting. 2.De voorjaarsnota wordt vastgesteld door de Raad. Artikel4Programmabegroting Het College kan nadere regels stellen die waarborgen dat de uitvoering van de programmabegroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt. Artikel5Bestuursrapportage 1.Het College informeert de Raad door middel van twee Bestuursrapportages over de voortgang van de programmabegroting in het lopende boekjaar. 2.De rapportage gaat in op de budgettaire en beleidsmatige afwijkingen ten opzichte van de vastgestelde programmabegroting alsmede op eventuele nieuwe beleidsmatige ontwikkelingen en bevat tevens de realisatie ultimo rapportagedatum en een prognose van het jaarresultaat. Daarnaast wordt ingegaan op afwijkingen in tijd en geld ten aanzien van de investeringskredieten. 3.In of als bijlage bij een Bestuursrapportage wordt jaarlijks over de voortgang van de majeure projecten, waaronder de grootste grondexploitaties gerapporteerd. 4.Op basis van deze Bestuursrapportage kunnen voorstellen tot wijziging van de programmabegroting ter vaststelling aan de Raad worden aangeboden die als bijlage bij deze Bestuursrapportage worden gevoegd. Hoofdstuk3Financiële Positie Artikel6Investeringsbeleid 1.Het College legt de uitgangspunten voor het investeringsbeleid alsmede de waardering en afschrijving van vaste activa vast in een nota Investeringsbeleid. Deze nota wordt eens in de vier jaar ter vaststelling aan de Raad aangeboden. 2.Deze nota bevat minimaal: het afwegingskader voor investeringen; criteria voor het activeren van activa; criteria voor het waarderen van activa; toegepaste methoden van afschrijven; interne regels rondom verantwoording in de producten van de Planning en Controlcyclus; procedures rondom afsluiten van kredieten en het overhevelen van de kredieten naar het volgende begrotingsjaar. Artikel7Reserves en voorzieningen De interne regels omtrent reserves en voorzieningen worden vastgesteld in een nota Reserves en Voorzieningen. Deze nota wordt eens in de vier jaar ter vaststelling aan de Raad aangeboden. Artikel8Kostprijsberekening 1.Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, betrokken. 2.Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken. 3.Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorieën Salarissen en sociale lasten en Ingeleend personeel die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken, diensten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën Salarissen en sociale lasten en Ingeleend personeel. 4.Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. 5.Bij het bepalen van het rentepercentage voor de omslagrente wordt rekening gehouden met een de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen (bespaarde rente). Artikel9Financieringsfunctie 1.Het College draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie zorg voor: het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma's binnen de door de Raad vastgestelde kaders van de programmabegroting uit te kunnen voeren; het beheersen van de risico's verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s en kredietrisico's; het minimaliseren van de in- en externe verwerkingskosten bij het beheren van de geldstromen en de financiële posities; het optimaliseren van het rendement van de beschikbare liquiditeiten binnen de gegeven wettelijke kaders, respectievelijk de richtlijnen en limieten van het Treasurystatuut. 2.Het College neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de volgende richtlijnen in acht: voor het aantrekken van financieringen worden tenminste 2 prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm gelden de wettelijke waarden. Het College informeert de Raad indien de kasgeldlimiet of de renterisiconorm dreigt te worden overschreden. 3.Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële participaties anders dan genoemd in het tweede lid worden uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van financiële participaties hanteert het College een terughoudend beleid. Uitgangspunten omtrent leningenen borgstellingen zijn uitgewerkt in het Treasurystatuut. 4.Het College stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder het eerste tot en met derde lid en legt deze regels alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening vast in een besluit Treasurystatuut. Het College zendt het besluit Treasurystatuut eens in de vier jaar ter kennisgeving aan de Raad. Hoofdstuk4Paragrafen Artikel10Lokale heffingen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het College in de paragraaf lokale heffingen de verplichte onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op. Artikel11Weerstandsvermogen en risicobeheersing In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het College naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's. Uitgangspunt is een ratio weerstandsvermogen, dit is de verhouding tussen benodigd en aanwezig weerstandsvermogen, te hanteren van minimaal 1,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.