Vaststelling van de regeling tot wijziging van de regeling Maatschappelijke Ondersteuning Den Haag 2016HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS, gelet op: artikel 1.3 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Den Haag 2015, het Beleidsplan maatschappelijke ondersteuning 2015-2016, Besluit: vast te stellen de Regeling tot wijziging van de Regeling maatschappelijke ondersteuning Den Haag 2016: ArtikelI De Regeling maatschappelijke ondersteuning Den Haag 2016 wordt gewijzigd als volgt: A. Hoofdstuk 3 Voorwaarden en criteria maatwerkvoorzieningen komt te luiden: Hoofdstuk3Voorwaarden en criteria maatwerkvoorzieningen Paragraaf3.1Nadere regels als bedoeld in artikel 3.1, vierde lid van de Verordening Artikel3.1.1Doelgroepen Het college kent alleen een maatwerkvoorziening toe bij het aanwezig zijn bij de aanvrager van een: somatische aandoening of beperking; psychogeriatrische aandoening; psychiatrische aandoening; lichamelijke beperking; verstandelijke beperking; zintuiglijke beperking. Artikel3.1.2Criteria voor maatwerkvoorzieningen 1.Om in aanmerking te komen voor een maatwerkvoorziening moet zijn vastgesteld datde aanvrager beperkt of niet zelfredzaam is op één of meerdere levensdomeinen als bedoeld in de Wmo-2015, waarbij er geen of onvoldoende ondersteuning kan plaatsvinden vanuit gebruikelijke ondersteuning, die bestaat uit: een wettelijke voorziening; gebruik van het sociale netwerk en mantelzorg; een algemene voorziening; algemeen gebruikelijke middelen; zelfredzaamheid en eigen kracht; gebruikelijke hulp; welzijns- en vrijwilligersorganisaties. Voor de beslissing op de aanvraag voor een maatwerkvoorziening onderzoekt het college: de persoonskenmerken van de aanvrager; het regelvermogen van de aanvrager; de mate van participatie van de aanvrager; de mate van zelfredzaamheid van de aanvrager; het sociale netwerk van de aanvrager; het mogelijk bestaan van multi-problematiek in de relatie tussen problemen en beperkingen; de aanwezigheid van gebruikelijke ondersteuning als bedoeld in het eerste lid inclusiefde (tijdelijke) mogelijkheden daartoe. Voorts onderzoekt het college de mate waarin deze ondersteuning onverplicht en vrijwillig wordt gegeven. Voorts stelt het college bij het behandelen van de aanvraag vast of de gebruikelijke ondersteuning als bedoeld in het eerste lid, de aanvraag adequaat compenserend kan voorzien. Hierbij wordt in het te nemen besluit tevens rekening gehouden met: de persoonskenmerken van de aanvrager, zoals leeftijd en beperkingen; het inkomen van de aanvrager; de sociale omstandigheden, zoals de gezinssituatie; de toegankelijkheid van ondersteuning en voorzieningen. Artikel3.1.3Toekenning van de maatwerkvoorziening 1.Het door het college op te stellen besluit vermeldt de inhoud van de maatwerkvoorziening voldoende bepaalbaar en concreet en motiveert gelet op artikel 3.1.2, derde lid, hoe en op welke wijze de beperking bij zelfredzaamheid en participatie adequaat wordt gecompenseerd. 2.Indien in het door het college op te stellen besluit onvoldoende toepassing gegeven kan worden aan het bepaalde in het eerste lid wordt de verplichting als bedoeld in het eerste lid opgenomen in het ondersteuningsplan bij het collegebesluit. 3.Voor het beslissen op aanvragen voor maatwerkvoorzieningen op grond van artikel 3.8 en artikel 3.9 van de Verordening is de vaststelling van een ondersteuningsplan vereist. 4.Het ondersteuningsplan vermeldt in de gevallen als bedoeld in het derde lid, ten minste de beoogde resultaten, en de activiteiten die daarvoor noodzakelijk zijn met een beschrijving hoe de genoemde activiteiten bijdragen aan het beoogde resultaat. Artikel3.1.4Geldigheidsduur indicatie 1.Een indicatie is geldig voor een periode van minimaal 6 weken tot maximaal 5 jaar. 2.De lengte van een indicatie is afhankelijk van de situatie of er wijzigingen zijn te verwachten. 3.Een indicatie voor een termijn korter dan een jaar wordt afgegeven als uit de informatie van de aanvrager blijkt: dat er vooruitgang of herstel in de situatie van de aanvrager wordt verwacht; of indien er een duidelijke reden is om een kortere indicatie af te geven zoals bijvoorbeeld verhuizing, of een wijziging in de woonsituatie. 4.De nieuwe indicatie sluit direct op de oude aan wanneer het een vervolgmelding betreft die tijdig is ingediend. Paragraaf3.2Nadere regels als bedoeld in artikel 3.2 van de Verordening, ‘logeervoorziening’ Artikel3.2.1Criteria ‘logeervoorziening’ In aanvulling op het gestelde in artikel 3.2, eerste lid, onder a. van de Verordening is sprake van permanent toezicht indien wordt voldaan aan de volgende vereisten: de burger is op basis van aandoeningen, stoornissen en beperkingen noodzakelijkerwijs optoezicht aangewezen op regelmatige en onregelmatige momenten; het toezicht wordt geboden op basis van actieve observatie; het toezicht signaleert dreigende ontsporing in het gedrag of de gezondheidssituatievroegtijdig, waardoor tijdig kan worden ingegrepen en de escalatie kan worden voorkomen van onveilige, gevaarlijke, (levens-)bedreigende gezondheids- en (levens-)bedreigende gedragssituaties voor de burger; zorgverlening kan op elk moment nodig zijn. Behalve geplande zorg is regelmatig ook ongeplande zorg nodig; de burger is niet in staat te beoordelen of hij zorg nodig heeft, hulp in te roepen en hulp af te wachten. Paragraaf3.3Nadere regels als bedoeld in artikel 3.3 van de Verordening, ‘opvang en beschermd wonen’ Gereserveerd Paragraaf3.4Nadere regels als bedoeld in artikel 3.4 van de Verordening, ‘doventolk’ Gereserveerd Paragraaf3.5Nadere regels als bedoeld in artikel 3.5 van de Verordening, ‘vervoersvoorziening’ Artikel3.5.1Financiële tegemoetkomingen voor vervoersvoorzieningen 1.Het college bepaalt de maximum hoogte van de financiële tegemoetkoming voor de kosten van vervoersvoorzieningen aan de hand van de normbedragen in bijlage VI. Dit betreft de volgende voorzieningen: eigen vervoer of vervoer door derden; vervoer door middel van een bruikleenauto of open of gesloten buitenwagen; rolstoeltaxivervoer; begeleidingskosten. 2.De financiële tegemoetkoming in de kosten van vervoersvoorzieningen als genoemd in het eerste lid wordt door het college, indien de voorziening voor een kortere periode wordt toegekend, naar evenredigheid verminderd. 3.De financiële tegemoetkoming voor de voorzieningen met uitzondering van het rolstoeltaxivervoer wordt uitgekeerd als een forfaitaire vergoeding. 4.De financiële tegemoetkoming voor het rolstoeltaxivervoer wordt uitgekeerd op basis van bevoorschotting. 5.De declaratie voor het rolstoeltaxivervoer moet voldoen aan de volgende vereisten: de aanvrager toont door middel van een declaratie aan dat hij gebruik heeft gemaakt van een rol- of ligstoeltaxi; declaraties worden periodiek ingediend door middel van een hiertoe door het college verstrekt formulier; voor vergoeding komen alleen ritten van maximaal 4 OV-zones van het woonadres in Den Haag in aanmerking; het college kan in bijzondere gevallen afwijken van artikel 3.5.1 lid 5 onder c. Paragraaf3.6Nadere regels als bedoeld in artikel 3.6 van de Verordening, ‘woonvoorziening’ Artikel3.6.1Normbedragen ‘woonvoorzieningen’ 1.Het college bepaalt de hoogte van de financiële tegemoetkoming voor de kosten van een woningsanering ten gevolge van een allergie aan de hand van de normbedragen in bijlage II. 2.Het college bepaalt de hoogte van de financiële tegemoetkoming voor de kosten van een woningaanpassing aan de hand van de normbedragen van bijlage III. 3.Het college bepaalt de hoogte van de financiële tegemoetkoming ter vervanging van een woonvoorziening aan de hand van de normbedragen in bijlage IV. Paragraaf3.7Nadere regels als bedoeld in artikel 3.7 van de Verordening, ‘rolstoelvoorziening’ Gereserveerd Paragraaf3.8Nadere regels als bedoeld in artikel 3.8 van de Verordening, ‘het voeren van het huishouden’ Artikel3.8.1Maatwerkvoorziening ‘het voeren van het huishouden’ 1.De maatwerkvoorziening ‘het voeren van het huishouden’ wordt in aanvulling op paragraaf 3.1 door het college omschreven in resultaten en activiteiten. 2.Voor het resultaatgericht verstrekken van de maatwerkvoorziening zoals bedoeld in het eerste lid besluit het college tot het toekennen van een of meer van de volgende resultaten: het netwerk bij het voeren van het huishouden is ingeschakeld; heeft een schone, leefbare en georganiseerde woning; beschikt over schoon wasgoed en schone draagbare kleding; heeft voldoende levensmiddelen in huis; huishoudelijke taken zijn aangeleerd; heeft de regie over het huishouden; beschikt over maaltijden; (tijdelijke) primaire zorg aan kinderen tot 12 jaar die tot het gezin behoren is geleverd. 3.De maatwerkvoorziening kent de intensiteiten: basis, plus, intensief en waakvlam. 4.De activiteiten en de frequenties van de activiteiten die samen het resultaat aan compenserende ondersteuning vormen, worden afgeleid van objectieve en/of objectief te maken criteria. Paragraaf3.9Nadere regels als bedoeld in artikel 3.9 van de Verordening, ‘ondersteuning’ Artikel3.9.1Maatwerkvoorziening ‘ondersteuning’ 1.De maatwerkvoorziening ‘ondersteuning’ wordt in aanvulling op paragraaf 3.1 door het college omschreven in resultaten en activiteiten. 2.Voor het resultaatgericht verstrekken van de maatwerkvoorziening zoals bedoeld in het eerste lid besluit het college tot het toekennen van een of meer resultaten van de volgende resultaatgebieden: sociaal en persoonlijk functioneren; zelfzorg en gezondheid; dagbesteding; financiën. 3.De maatwerkvoorziening kent per resultaatgebied de intensiteiten: basis, plus, intensief en waakvlam. 4.De activiteiten en de frequenties van de activiteiten die samen het resultaat aan compenserende ondersteuning vormen, worden afgeleid van objectieve en/of objectief te maken criteria. In bijzondere gevallen kan hiervan worden afgeweken. Paragraaf3.10Nadere regels als bedoeld in artikel 3.10 van de Verordening Gereserveerd Paragraaf3.11Nadere regels als bedoeld in artikel 3.11 van de Verordening, ‘waardering van mantelzorgers’ Artikel3.11.1Aanspraak op een mantelzorgwaardering De mantelzorger die gedurende tenminste drie maanden of minimaal 8 uur per week mantelzorg heeft verleend, kan aanspraak maken op de mantelzorgwaardering. Artikel3.11.2Aanvraag 1.Het aanvragen van een mantelzorgwaardering vindt uitsluitend plaats via de website www.denhaagmantelzorg.nl. 2.De aanvraag kan slechts betrekking hebben op 1 mantelzorgontvanger. 3.Per mantelzorgontvanger komt slecht 1 mantelzorger voor een mantelzorgwaardering in aanmerking. 4.In een kalenderjaar kan ten hoogste 1 aanvraag worden ingediend. Artikel3.11.3Aard en omvang mantelzorgwaardering 1.De mantelzorgwaardering is een waardering in natura in de vorm van een tegoed waarvan de hoogte door het college wordt vastgesteld. 2.Het in het eerste lid bedoelde tegoed kan door de mantelzorger uitsluitend worden besteed aan producten en diensten die worden aangeboden op de webwinkel. 3.Een toegekend tegoed kan vanaf de toekenning tot uiterlijk 31 januari van het daaropvolgende kalenderjaar worden besteed. Daarna vervalt het niet bestede tegoed. Artikel3.11.4Weigeringsgrond Aanvragen worden door het college geweigerd indien het door het college vastgestelde budget voor het jaar van de aanvraag is uitgeput. ArtikelII Deze Regeling treedt in werking op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.