Beleidsregels bijzondere bijstand inrichtingskosten statushouders-ABeleidsregel bijzonder bijstand statushouders-A Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Uden gelet op artikel 35 van de participatiewet en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; overwegende dat voor statushouders de kosten van een volledige woninginrichting voortvloeien uit buitengewone bijzondere omstandigheden en waarvoor geen reservering voor deze kosten mogelijk is geweest; besluit vast te stellen: Beleidsregels bijzondere bijstand inrichtingskosten statushouders-A Artikel 1 Definities Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht. In deze beleidsregels wordt verstaan onder: Statushouders: Verblijfsgerechtigde vreemdeling die ingevolge de Vreemdelingenwet als vluchteling is toegelaten danwel beschikt over een op grond van een asielaanvraag verleende vergunning of over een voorwaardelijke vergunning tot verblijf Belanghebbende: de statushouder die zich huisvest in de gemeente Uden Woning: een woning zoals bedoeld in artikel 1 onderdeel j Wet op de huurtoeslag, alsmede woonwagen of woonschip, zoals bedoeld in artikel 3 lid 6 Participatiewet. Hoofdbewoner: de hoofdhuurder, dan wel degene op wiens naam de huurovereenkomst met de verhuurder staat. De wet: de Participatiewet Artikel 2 Inrichtingskosten De kosten voor een volledige woninginrichting voor statushouders kunnen, voor zover zij voldoen aan de nadere bepalingen die in deze regels zijn opgenomen, worden gezien als uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van bestaan die niet kunnen worden voldaan uit het inkomen en vermogen, zoals genoemd in artikel 35 van de wet en nader bepaald in hoofdstuk 3 van de Beleidsregels bijzondere bijstand 2010, en komen derhalve in aanmerking voor bijstandsverlening. Artikel 3 Berekening bedragen Het maximale bedrag dat voor bijzondere bijstand in aanmerking komt, wordt vastgesteld aan de hand van de actuele bedragen die zijn opgenomen in de Nibud Prijzengids, waarbij Tabel 1A wordt gehanteerd bij een alleenstaande; en Tabel 1B wordt gehanteerd bij gehuwden Op de Nibud bedragen wordt een factor toegepast in verband met actieprijzen en aanschaf tweedehands goederen, als volgt: Op het inventarispakket 1A een factor van 0,60 als er sprake is van zelfstandige bewoning van een woning of een hoofdbewoner; Op het inventarispakket 1A en een factor van 0,175 voor de (meerderjarige) alleenstaande in verband met kamerbewoning of medebewoning dan wel kostendeling; Op het inventarispakket 1B een factor van 0,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.