Financiele verordening Gemeente Huizen 2017 Raadsbesluit De raad van de gemeente Huizen; in vergadering bijeen op 27 oktober 2016, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 oktober 2016; agendapunt 2.6; gelet op artikel 212 van de Gemeentewet en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten b e s l u i t : vast te stellen de financiële verordening Gemeente Huizen 2017 Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikell.Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: Administratie Het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. Baten Inkomsten die aan een periode zijn toegerekend. De baten in een begrotingsjaar zijn inkomsten die in dat jaar of een ander jaar hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden, maar die op het begrotingsjaar betrekking hebben, omdat hetzij de uitvoering van een taak die tot opbrengsten leidde in het begrotingsjaar plaatsvond, hetzij omdat het voordeel in het begrotingsjaar plaatsvond. De definitie van baten omvat zowel opbrengsten als andere voordelen. c.Beheer van vermogenswaarden: het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen rechten van de gemeente Huizen. d.Doelmatigheid Het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen. e.Doeltreffendheid De mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald. f.Financiële organisatie Het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatievoorziening ten behoeve van de verantwoordelijke leiding. g.Lasten Lasten zijn uitgaven welke aan een periode zijn toegerekend. De lasten in een begrotingsjaar zijn de uitgaven die in dat jaar of in een ander jaar hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden, maar die op het begrotingsjaar drukken, omdat hetzij de uitvoering van een taak die zal leiden tot kosten in het begrotings-jaar plaatsvond, hetzij omdat het verlies in het begrotingsjaar plaatsvond. h.Rechtmatigheid Het handelen in overeenstemming met wet- en regelgeving, waaronder ook begrepen zijn de gemeen-telijke verordeningen, raads- en collegebesluiten. i.Taakveld De eenheden waar programma’s in zijn onderverdeeld. Hoofdstuk2Begroting en verantwoording Artikel2.Programma-indeling De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode de door het college aan de programma’s toegewezen taakvelden vast. De indeling kan alleen om dringende redenen leidden tot tussentijdse wijzigen; dit wordt dan bij de begroting expliciet gemeld. De raad stelt op voorstel van het college per programma vast: de beoogde maatschappelijke effecten (outcome); wat willen we bereiken?; de te leveren goederen en diensten (output); wat gaan we daarvoor doen?; de lasten (input): wat mag het de kosten?; de baten: wat zijn de revenuen?; de bestuurlijke prioriteiten/accenten. De raad stelt op voorstel van het college per programma, naast de verplichte indicatoren, relevante indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van verantwoording over de beoogde maatschap-pelijke effecten (outcome) van het gemeentelijke beleid en de te leveren gemeentelijke productie (output) van goederen en diensten. Artikel3.Inrichting begroting en jaarstukken 1.De begroting dient te voldoen aan de bepalingen zoals deze zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van het Besluit Begroting en Verantwoording (B.B.V.). 2.Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de lasten en baten weergegeven en bij de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten weergegeven. 3.Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting worden de totale investeringskredieten per jaar weergegeven inclusief de kapitaallasten. 4.Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van het financiële perspectief als gevolg van de begroting, de meerjarenraming en de investeringen. 5.In de jaarrekening wordt van de investeringen en meerjarige projecten de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten weergegeven. 6.De jaarrekening dient te voldoen aan de bepalingen zoals deze zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van het Besluit Begroting en verantwoording (B.B.V.) 7.Via de jaarlijkse nota van uitgangspunten ten behoeve van begroting en rekening kan de raad aanvullende eisen en uitgangspunten formuleren. Artikel4.Kaders begroting 1.Het college biedt tijdig voor 1 april van het begrotingsjaar aan de raad een nota van uitgangspunten aan over de kaders en uitgangspunten voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren. In deze nota worden tevens richtlijnen gesteld ten behoeve van de opzet en inhoud van voorjaarsnota alsmede begroting en rekening. 2.De raad stelt deze nota uiterlijk 1 april vast. 3.In de begroting wordt jaarlijks een post onvoorzien opgenomen gerelateerd aan de in artikel 12 van de financiële verhoudingswet opgenomen percentage. Artikel5.Autorisatie begroting en investeringskredieten 1.De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en lasten per programma. 2.De raad autoriseert met het vaststellen van de programmabegroting de kredieten voor (vervangings-) investeringen voor zover deze zijn benoemd en gekwantificeerd in de begrotingsstukken. 3.Het college waarborgt dat de uitvoering van de begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt. 4.Het college draagt er zorgt voor dat: de lasten van de programma's niet worden overschreden; de lasten van de Taakvelden, niet dusdanig worden overschreden dat het verwezenlijken van andere Taakvelden binnen hetzelfde programma onder druk komen. 5.Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde budgetten en de investeringskredieten en eventueel het bijstellen van het beleid. 6.Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een voorstel voor het vaststellen van het investeringskrediet aan de raad voor. Artikel6.Tussentijdse rapportage Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de raad heeft besloten actueel wordt vertaald en informeert de raad hierover door middel van tussentijdse rapportages drie keer per jaar omtrent de financiële positie van de gemeente. De onder art. 1 genoemde informatie wordt de raad aangeboden bij gelegenheid van de voorjaarsnota (medio mei), de aanbieding van de begroting voor het volgend dienstjaar (medio september) en in november ten behoeve van de laatste raadsvergadering van het jaar. Ontwikkelingen welke van invloed zijn op het financiële beeld worden budgettair vertaald (b.v. bestuurlijke rapportages , majeure ontwikkelingen), dan wel opgenomen in het financieel perspectief d.m.v. verwerking in de risicoparagraaf. Daarnaast worden bij de voorjaarsnota en bij de (toelichting op de) begroting tevens die zaken toege-voegd welke nog niet budgettair vertaald (kunnen) worden maar wel de financiële positie verduidelijken en completeren. De ontwikkelingen binnen de totale financiële positie kennen een rubricering welke verwijst naar corresponderende taakvelden en programma’s. De rapportages gaan in op substantiële/relevante afwijkingen, zowel wat betreft de lasten/baten (input/ revenuen), de geleverde Taakvelden (output) en indien daar aanleiding voor is de maatschappelijke effecten (outcome). In de rapportages wordt in ieder geval aandacht besteed aan: inkomsten uit de algemene uitkering; de renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt; resultaten uit grondexploitatie; uitgaven in het kader van open einderegelingen; uitgaven in de sfeer van bijstand c.a.; suggesties voor bijsturing en herprofilering. Artikel7.Informatieplicht 1.Algemeen uitgangspunt is dat er sprake moet zijn van een actieve informatieplicht vanuit het college naar de raad toe; bepalend hierbij zijn niet alleen de in deze verordening beschreven situaties maar veeleer de politiek bestuurlijke relevantie van de omstandigheden. 2.De raad wordt geïnformeerd via de tussentijdse rapportage, via het agendapunt begrotingswijziging of via een afzonderlijk raadsvoorstel conform de geautoriseerde procedure voor begrotingswijzigingen opgenomen in de nota van uitgangspunten. 3.Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas een definitief besluit nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen inzake : het aangaan of verlenen van geldleningen, anders dan opgenomen in het besluit treasurystatuut; het garanderen van geldleningen; de aankoop en verkoop van onroerend goed, behoudens rechtshandelingen die als niet-ingrijpend voor de gemeente kunnen worden beschouwd (zoals aangegeven in het protocol artikel 169 Gemeentewet); nieuwe (meerjarige) verplichtingen waaraan financiële verplichtingen zijn verbonden; besluiten welke niet passen binnen het kader van de begroting. Artikel8.EMU-saldo Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben over-schreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het een voorstel voor het wijzigen van de begroting. HOOFDSTUK3:Financieel beleid Artikel9.Waardering en afschrijving vaste activa 1.De materiële vaste activa met economisch nut of investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, worden afgeschreven volgens de termijnen en criteria zoals opgenomen in de bijlage Tabel activering activa bij de Nota van uitgangspunten. 2.Kosten voor het afsluiten van geldleningen, (dis)agio worden direct ten laste c.q. ten gunste van de exploitatie gebracht. 3.Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief worden lineair in maximaal 5 jaar afgeschreven. Artikel10.Oninbare vorderingen 1.Waardering van belastingdebiteuren en overige vorderingen vindt plaats tegen de nominale waarde . 2.Oninbare posten worden jaarlijks bij het opstellen van de jaarrekening ten laste van de exploitatie gebracht. 3.De budgettaire effecten van niet inbare vorderingen worden op basis van historische gegevens opgenomen in jaar- en meerjarenbegroting. Artikel11.Reserves en voorzieningen 1.Het college biedt jaarlijks als onderdeel van de nota van uitgangspunten het (bijgestelde) overzicht van reserves en voorzieningen aan ter behandeling en vaststelling door de raad. Het overzicht bevat de criteria voor: de vorming en besteding van reserves; de vorming en besteding van voorzieningen; de (eventuele) toerekening en verwerking van rente over reserves en voorzieningen. 2.Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven: het specifieke doel van de reserve; de voeding van de reserve; de maximale hoogte van de reserve. Artikel12.Kostprijsberekening Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en diensten van de gemeente, die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, vindt kosten toerekening aan taakvelden plaats op basis van het principe van de integrale kostprijsberekening. Deze toerekening van overhead zal extracomptabel moeten plaatsvinden. Er dient door de raad een algemeen overhead percentage vastgesteld te worden op basis van de integrale kostprijsberekening. De indirecte kosten, kosten taakveld overhead en renteomslag, zullen worden uitgedrukt in een percentage van de totale directe kosten. Dit percentage wordt voorgelegd bij het raadsvoorstel volgend op het begrotingsjaar en bij raadsbesluit vastgesteld. Dit percentage is van toepassing voor de vennootschapsbelasting. 3.Bij de berekening van de tarieven van de lokale heffingen worden de overheadkosten extracomptabel toegerekend op basis van personeelslasten. (CBS methodiek). In deze benadering worden de overheadkosten volledig omgeslagen naar rato van de personele kosten inclusief inhuur derden per taakveld. Bij de bepaling van de rentecomponent wordt niet alleen uitgegaan van rentelasten en renteopbrengsten maar tevens van gecalculeerde renten over eigen en (eventueel) vreemd vermogen . Compensabele b.t.w. maakt deel uit van kostprijsberekeningen welke ten grondslag liggen aan daar vanaf geleide tarieven voor derden. Kostprijsberekeningen welke leiden tot tarieven welke niet marktconform zijn, of anderszins niet haalbaar zijn, blijven basis voor de begrotingsopzet, in die zin dat inzicht in verhouding tussen lasten en baten gewaarborgd is. Artikel13.Prijzen economische activiteiten 1.Voor de levering van goederen, diensten of werken aan overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking doet het college vooraf gaand aan elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel aan de raad, waarin het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd. 2.Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven en derden brengt de gemeente de geraamde integrale kosten in rekening. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel aan de raad, waarin het publiek belang van de lening of garantie wordt gemotiveerd. 3.Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel aan de raad, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd. 4.Raadsvoorstellen met de motivering van het publiekbelang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van: levering van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak; een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak; een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden; een bevoordeling van sociale werkplaatsen; een bevoordeling van onderwijsinstellingen; een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is. Artikel14.Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen 1.Het college biedt, bij de aanbieding van de begroting, een belastingnota aan ter behandeling en vaststelling door de raad. In deze nota wordt ingegaan op de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke belastingen, alsmede de ontwikkelingen en accenten binnen de diverse afzonderlijke belastingen en heffingen en het tarievenbeleid.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.