Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente IJsselstein 2017De raad van de gemeente IJsselstein; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 november 2016, zaaknummer 369563, BESLUIT: vast te stellen de: Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente IJsselstein 2017 (Beheersverordening begraafplaatsen gemeente IJsselstein 2017) HoofdstukIInleidende bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: begraafplaatsen: de begraafplaatsen Eiteren aan het Eiteren en de Hoge Akker aan de Noord IJsseldijk in IJsselstein; gedenkplaats: een plaats ingericht om overledenen te gedenken particulier graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van lijken; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen. Onder ‘particulier graf’ wordt mede verstaan: particulier urnengraf, particuliere urnennis, particulier kindergraf, particuliere verstrooiingsplaats en particuliere gedenkplaats. algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan eenieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken. Onder ‘algemeen graf’ wordt mede verstaan: algemeen urnengraf en algemeen kindergraf; kindergraf: een graf bestemd voor het begraven en begraven houden van het lijk van een kind tot de leeftijd van 12 jaar; islamitisch graf: een graf op het islamitische gedeelte van de algemene begraafplaats de Hoge Akker; particulier urnengraf: een graf, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; het doen verstrooien van as; particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet worden van asbussen met of zonder urnen; urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen; asbus: een bus ter berging van as van een overledene; verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid; grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf of verstrooiingsplaats; beheerder: de ambtenaar die belast is met het dagelijkse toezicht op de begraafplaatsen of degene die hem vervangt; rechthebbende: de rechthebbende op een particulier graf dan wel degene die naar burgerlijk recht geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden het college: het college van burgemeester en wethouders van IJsselstein. HoofdstukIIOpenstelling, orde en rust op de begraafplaats Artikel3Openstelling begraafplaatsen 1.De begraafplaatsen zijn voor eenieder dagelijks toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang. Het college kan besluiten tot sluiting van de begraafplaats onder specifieke omstandigheden. 2.Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de toegangen tijdelijk door het college worden gesloten. 3.Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as. Artikel4Ordemaatregelen 1.Het is steenhouwers en daarmede gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van het college, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaatsen te verrichten. 2.Het is verboden met motorrijtuigen en fietsen op de begraafplaatsen te rijden. Scootmobielen worden geacht stapvoets te rijden. Motorrijtuigen zijn buiten de rijwegen toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer van materialen en dienen stapvoets te rijden. 3.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel. 4.Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. 5.De beheerder kan personen die zich niet aan de bepalingen in dit artikel of aan de aanwijzingen van de beheerder van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen. Artikel5Plechtigheden 1.Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats moeten minimaal vijf dagen tevoren worden gemeld aan de beheerder. Daarbij dient de datum en het tijdstip van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid plaatsvindt te worden opgegeven. 2.Deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van de beheerder. Artikel6Opgravingen en ruimen Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast. HoofdstukIIIVoorschriften voor lijkbezorging Artikel7Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf 1.Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk drie werkdagen voorafgaande aan de dag waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan het college, waarna de beheerder in kennis wordt gesteld. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien het college toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan. 2.De kist waarin het lijk zich bevindt dient bij aankomst op de begraafplaats te zijn voorzien van een registratienummer. 3.Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzing van de beheerder. 4.De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden bedoeld in lid 3 onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk drie werkdagen van tevoren mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen. Artikel8Gebouwen en muziekinstallatie 1.Het gebruik van de ontvangstruimten, de aula alsmede van de muziekinstallatie moet uiterlijk vijf werkdagen voorafgaande aan de dag waarop van de ruimte of de aula gebruik zal worden gemaakt, worden aangevraagd bij de begrafenisadministratie van de gemeente. 2.De ruimte en de muziekinstallatie staan ter beschikking van de aanvrager voor een duur van twee uur. Artikel9Over te leggen stukken en verlenging uitgiftetermijn 1.Begraving mag slechts geschieden indien van te voren het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder. 2.Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd, ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door één van de andere personen, genoemd in artikel 18, tweede lid. 3.De begrafenisadministratie onderzoekt of de overgelegde stukken volledig en correct zijn. Artikel10Tijden van begraven en asbezorging 1.De tijd van begraven en het bezorgen van as is: op werkdagen van 10.00 tot en met 15.00 uur; op zaterdag van 11.00 tot en met 13.00 uur. 2.Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken. HoofdstukIVIndeling en uitgifte van de graven Artikel11Indeling graven en asbezorging 1.Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven particuliere graven, waaronder mede wordt verstaan: particuliere urnengraven, particuliere urnennissen, particuliere verstrooiingsplaatsen en particuliere gedenkplaatsen. 2.Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven en hoeveel verstrooiingen van as er op of in de particuliere graven kunnen plaatshebben. 3.Het college bepaalt tevens de afmetingen van de diverse soorten graven. 4.De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging. Artikel12Aantal overledenen in algemene graven 1.In de algemene graven worden 2 lijken begraven. 2.In de algemene urnengraven kunnen twee asbussen met of zonder urn worden bijgezet. Artikel13Volgorde van uitgifte 1.De particuliere en algemene graven worden slechts voor directe begraving op volgorde van beschikbaarheid door de gemeente uitgegeven. 2.Onder specifieke omstandigheden kan het college een uitzondering op het gestelde in lid 1 toestaan. Artikel14Categorieën Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en particuliere graven onderverdelen in categorieën, welke gesitueerd zijn op verschillende delen van de begraafplaats. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en de oppervlakte. Artikel15Termijnen particuliere graven 1.Onder ‘particuliere graven’ wordt mede verstaan: particulier urnengraf, particuliere urnennis, particulier kindergraf, particuliere verstrooiingsplaats en particuliere gedenkplaats. 1.Het college verleent voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag voor de tijd van twintig jaar het recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven. 2.Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht kan op aanvraag van de rechthebbende verlengd worden telkens met een termijn van 10 jaar, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. 3.Een recht als in dit artikel bedoeld kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 18, eerste lid. Verlening van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. 4.Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door één van de andere personen, genoemd in artikel 18, tweede lid. 5.De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren. Artikel16Termijn algemene graven 1.Het college verleent voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag voor de tijd van tien jaar het recht op een algemeen graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het algemene graf is uitgegeven. De eindtermijn wordt automatisch aangepast na begraving van de tweede persoon in verband met de wettelijke grafrust van tien jaar. 2.Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht kan niet verlengd worden. 3.Een recht als in dit artikel bedoeld kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 18, eerste lid. 4.Het college kan onder specifieke omstandigheden besluiten af te wijken van de termijn genoemd in het eerste lid. Artikel17Grafkelder Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen om een grafkelder aan te brengen, op basis van de door beide partijen te stellen voorwaarden. Artikel18Overschrijving van verleende rechten 1.Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan de vorengenoemde personen is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. 2.Na het overlijden van de rechthebbende kan het particuliere graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de in de vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. 3.Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, is het college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen vervallen. 4.Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd. Artikel19Afstand doen van graven Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende. HoofdstukVGrafbedekkingen Artikel20Vergunning grafbedekking 1.Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het college. 2.De rechthebbende van een graf vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan. 3.Het college stelt nadere regels vast omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen. Deze regels zijn vastgelegd in de Regels voor Grafbedekkingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.