← Nederland

Financiële verordening gemeente Leudal 2017 (Leudal)

Financiële verordening gemeente Leudal 20171Begroting en verantwoording Kaderstellen Artikel1Begroting en inrichting 1.De raad stelt bij de aanvang van een nieuwe raadsperiode een programma indeling voor de komende raadsperiode vast. 2.Het college van Burgemeester en Wethouders stelt per programma, relevante indicatoren voor met betrekking tot het toetsen van en het verantwoorden over de beoogde maatschappelijke effecten en de te leveren goederen en diensten. 3.De raad stelt de indicatoren, als bedoeld in lid 2 van dit artikel, vast. 4.Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt een overzicht gegeven van de voorgenomen (nieuwe en vervangings-) investeringen in het begrotingsjaar en de 3 daarop volgende jaren inclusief het benodigde investeringskrediet per investering. 5.De ramingen van onderhoudsbudgetten in de begroting worden gebaseerd op de meerjarige onderhoudsplannen, zoals die door de raad zijn vastgesteld. Artikel2Uitvoeringsinformatie 1.Bij iedere begroting wordt een overzicht gegeven van de toewijzing van taakvelden aan programma’s. 2.De raad stelt de toewijzing, als bedoeld in lid 1 van dit artikel, vast. 3.De toewijzing van de taakvelden aan programma’s staat vast voor de raadsperiode. Afwijking is alleen mogelijk bij dringende redenen. Afwijkingen worden vermeld in de begroting. Artikel3Kaders begroting 1.Het college biedt uiterlijk in juni van het begrotingsjaar een nota aan met de kaders voor het volgende begrotingsjaar en de bijbehorende meerjarenraming. 2.De raad stelt de nota, als bedoeld in lid 1 van dit artikel, vast. Autorisatie Artikel4Autorisatie begroting 1.Met het vaststellen van de begroting geeft de raad aan het college de opdracht te streven naar realisering van de maatschappelijke effecten en de daaruit voortvloeiende doelstellingen. 2.Met het vaststellen van de programmabegroting autoriseert de raad het maximale niveau waartoe het college gemachtigd is uitgaven te doen in de vorm van de totale lasten en baten per programma dan wel per taakveld, het overzicht algemene dekkingsmiddelen en de voorgenomen investeringen. 3.Uitgaven in de loop van het begrotingsjaar, die niet in de begroting zijn opgenomen en hoger zijn dan € 50.000, worden door het college van Burgemeester en Wethouders voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen, voorgelegd aan de raad ter autorisatie. Artikel5Autorisatie investeringen Ter voorbereiding op in de meerjarenbegroting opgenomen investeringen kan het college een voorbereidingskrediet toestaan tot maximaal 10% van het investeringsbedrag. Dit bedrag blijft onderdeel van het totale investeringsbedrag. Indien de investering niet tot uitvoering komt, worden de kosten van voorbereiding ten laste van de exploitatie gebracht. Rapportage en verantwoording Artikel6Planning en Controlcyclus Voor aanvang van een begrotingsjaar biedt het college een overzicht aan met daarin in elk geval de data voor het aanbieden door het college en het vaststellen door de raad van de jaarstukken, de kadernota, de tussentijdse rapportages en de programmabegroting met de meerjarenraming. Artikel7Tussentijdse rapportages en jaarstukken 1.Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages en de jaarstukken over de realisatie van de begroting van de gemeente conform de planning van de Planning en Controlcyclus. 2.De inrichting van de tussentijdse rapportages en de jaarstukken sluit aan bij de inrichting van de programmabegroting. 3.De tussentijdse rapportages en de jaarstukken bevatten een uiteenzetting over de uitvoering en de (eventuele) bijstelling van het beleid en een overzicht van baten en lasten met de (eventueel) bijgestelde raming. 4.In de tussentijdse rapportages en de jaarstukken wordt in ieder geval aandacht besteed aan de significante afwijkingen (10% met een minimum van € 25.000) tussen begroting en realisatie. 5.(Significante) afwijkingen waarvan het wenselijk of noodzakelijk is dat deze buiten de rapportages van de planning en controlcyclus om aan de raad kenbaar gemaakt worden, worden bij de eerstvolgende gelegenheid aan de raad medegedeeld. Beheersing en interne controle Artikel8Interne controle 1.Het college zorgt voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking, en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij geconstateerde gebreken neemt het college maatregelen tot herstel. 2.Jaarlijks stelt het college het normen- en toetsingskader voor de interne controle vast en legt dit aan de raad voor ter vaststelling. Artikel9Misbruik en oneigenlijk gebruik. Het college van Burgemeester en Wethouders zorgt voor en legt de regels vast ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen. 2Financieel beleid Kaderstellen Artikel10Financiële positie Het college draagt er zorg voor dat al het beleid waartoe de raad heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële positie, in de begroting en de meerjarenraming is opgenomen. Artikel11Waardering en afschrijving vaste activa Activering 1.Een vast actief met een verkrijgings-/vervaardigingsprijs van minder dan € 10.000,00 wordt niet geactiveerd. 2.Gronden en terreinen en financiële vaste activa, met uitzondering van activa in eigendom van derden, worden onafhankelijk van de waarde geactiveerd. 3.De minimale gebruiksduur van een actief is 2 jaren. 4.Het saldo van agio en disagio kan lineair in 5 jaar afgeschreven worden. 5.Kosten voor het afsluiten van geldleningen komen direct ten laste van de exploitatie. 6.Activa waarvan het voornemen is dat deze vervreemd gaan worden en die niet meer in gebruik zijn worden niet meer afgeschreven, met uitzondering van de extra afschrijving die noodzakelijk is na toepassing van lid 13 van dit artikel. 7.Activa waarbij sprake is van financiële lease, worden geactiveerd. De som van de gedurende de resterende looptijd jaarlijks te betalen leasetermijnen worden als schuld opgenomen op de balans. Afschrijving 8.De immateriële en materiele vaste activa worden afgeschreven overeenkomstig de bij deze verordening in bijlage 1 opgenomen afschrijvingstabel. 9.Afschrijving van een vast actief vangt aan in het jaar volgend op het jaar van oplevering, in gebruik name of aanschaf van het actief. 10.Aan alle vaste activa wordt rente toegerekend. De hoogte van deze rente wordt jaarlijks berekend en vastgelegd in de begroting. De rente wordt toegerekend vanaf het moment van activeren van het actief. Begrotingstechnisch wordt gemakshalve rekening gehouden met gemiddeld een half jaar rente per actief in het jaar van aanschaf/investeren/in gebruik name. 11.Indien een vast actief wordt afgeschreven, wordt als restwaarde nihil gehanteerd. 12.Het hanteren van de componenten methode (afschrijven op basis van de samenstellende delen van een actief) is toegestaan, onder de voorwaarden dat de componenten zinvol te onderscheiden zijn en de afzonderlijke componenten een minimale waarde vertegenwoordigen van € 50.

  1. Waardering 13.Activa waarvan het voornemen is dat deze vervreemd gaan worden en die niet meer in gebruik zijn worden gewaardeerd tegen de laagste waarde van of wel de boekwaarde dan wel de marktwaarde. 14.Financiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de boekwaarde of tegen een lagere marktwaarde. Artikel12Reserves en voorzieningen Alle zaken met betrekking tot reserves en voorzieningen, zijn opgenomen in de nota Reserves en voorzieningen. De nota reserves en voorzieningen wordt éénmaal per raadsperiode geëvalueerd en eventueel herzien. De nota wordt vastgesteld door de raad. Artikel13Kostprijsberekening. 1.Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en diensten van de gemeente Leudal wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden alle kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende diensten, geleverde goederen en uitgevoerde werken. 2.Toerekening van overheadkosten naar activiteiten waarvoor een tarief wordt gerekend vindt extracomptabel plaats, met uitzondering van de grondexploitaties en investeringsprojecten, waarbij de overhead wel administratief verwerkt wordt. 3.De basis waarop de toerekening van overheadkosten uit lid 2 van dit artikel is gestoeld, ligt in de inschatting van de tijdsbesteding van alle medewerkers, overeenkomstig de totale toegestane formatie, aan de taakvelden. De toerekening van het taakveld overhead aan de overige taakvelden gebeurt op basis van de ingeschatte tijdsbesteding per taakveld. Artikel14Prijzen economische activiteiten 1.Het college past bij economische activiteiten de gedragsregels van de Wet Markt en Overheid toe. De raad neemt, indien nodig, een besluit als er uit het oogpunt van publiek belang wordt afgeweken van de gedragsregels. 2.Het college stelt jaarlijks de hoogte van grondprijzen vast voor het daaropvolgende jaar. Artikel15Belastingen en heffingen. Het college doet de raad jaarlijks een voorstel over de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor belastingen en heffingen. De raad stelt de tarieven vast vóór 1 januari van het jaar waarvoor de tarieven gelden. Artikel16Financieringsfunctie. Alle zaken met betrekking tot de financieringsfunctie zijn vastgelegd in het vigerende Treasurystatuut. Dit statuut wordt, indien dit noodzakelijk geacht wordt, geëvalueerd en herzien. Het statuut wordt vastgesteld door de raad. 3Financiële organisatie en administratie Artikel17Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij: dienstbaar is aan het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de afdelingen. de organisatie in staat stelt verantwoording af te leggen over de rechtmatigheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid in relatie tot de gestelde beleidsdoelstellingen en de begroting voldoet aan relevante interne en externe wet- en regelgeving. Artikel18Financiële organisatie. Het college draagt de zorg voor en legt vast: een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten De (extracomptabele) kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en baten aan de taakvelden en de uitvoeringsinformatie. Artikel19Aanbesteding en inkoop Aanbesteding en inkoop vinden plaats overeenkomstig het gemeentelijk inkoop- en aanbestedingsbeleid. 4Slotbepalingen Slotbepalingen Artikel20Inwerkingtreding en overgangsrecht 1.Deze verordening treedt in werking op 1 januari
  2. 2.Met de inwerkingtreding van deze verordening komt de financiële verordening vastgesteld op 15 december 2009, te vervallen onder de voorwaarde dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt. Artikel21Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële verordening gemeente Leudal 2017”. Bijlage(n) BIJLAGE 1 OVERZICHT AFSCHRIJVINGSMETHODEN EN -TERMIJNEN Omschrijving investering Methode Termijn (jaren) Immaterieel actief Kosten van onderzoek en ontwikkeling van een actief Lineair (voorkeur niet activeren) Maximaal 5 Materieel actief Gronden Geen, wel activeren Geen Kleinschalige verkeersvoorzieningen, incl. bewegwijzering/bebording Lineair 10 Verkeerslichten (VRI) Lineair 20 Geluidschermen Lineair 25 Aardgasvoorziening Lineair 30 Banken toeristische routes Lineair 10 Aanleg/herinrichting speelplaatsen Lineair 10 Afvalcontainers Lineair 25 Riolering (1e aanleg) Lineair 50 Riolering (technische installaties) Lineair 15 Aanleg/uitbreiding begraafplaatsen Lineair 20 Verharde paden begraafplaatsen Lineair 20 Openbare verlichting Lineair 20 Digitale luchtfoto’s Lineair 5 Software Lineair 5 Hardware ((File)servers, CAD, kleurenprinter) Lineair 4 PC’s Lineair 4 Stemcomputers Lineair 7 Huistelefooninstallatie Lineair 7 Inrichting, inventaris etc. (w.o. materialen / inrichting t.b.v. bedrijfsvoering, meubilair, beveiliging) Lineair 10 Technische installaties (gebouwen/accommodaties) Lineair 10 Gymlokalen Lineair 35 Inventaris gymlokalen Lineair 10 Sporthallen/accommodaties Lineair 35 Tennisbanen Lineair 15 Sportterreinen Lineair 15 Wegen, straten en pleinen (inclusief fiets- en voetpaden) Lineair 25 Brandkranen Lineair 20 Straatmeubilair (incl. Abri’s) Lineair 10 Parkeerplaatsen Lineair 25 Monumenten Lineair 25 Bruggen en andere civiel technische kunstwerken Lineair 25 Gebouwen (permanent),niet ten behoeve van onderwijs Lineair 45 Onderwijshuisvesting (permanent) Lineair 45 Diverse voorzieningen gebouwen (onderwijs) Lineair 10 Groot onderhoud gebouwen (renovatie) Lineair 25 Woonwagens Lineair 25 Niet permanente huisvesting Lineair 25 Beveiligingsmaatregelen onderwijs Lineair 10 Onderwijsleerpakket Lineair 10 Brandweervoertuigen Lineair 15 Dienstbus brandweer Lineair 15 Hydropomp/hydraulisch gereedschap Lineair 7 Uitgaansuniformen brandweer Lineair 7 Ademluchtapparatuur Lineair 7 Materieel/machine Lineair 7 Financieel actief Investeringssubsidies Afhankelijk van het doel 10 Leningen aan woningbouwcorporaties Afhankelijk van het doel div. Overige langlopende leningen Afhankelijk van het doel div.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.