Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Nissewaard houdende regels omtrent parkeren (Parkeer- en parkeerbelastingverordening Nissewaard)De raad van de gemeente Nissewaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 november 2016; gelet op de artikelen 149 en 225 van de Gemeentewet en op artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994; gezien het advies van de commissie Leefomgeving van 23 november 2016; besluit de volgende verordening vast te stellen: Parkeer- en parkeerbelastingverordening Nissewaard. Hoofdstuk 1 Begrippen, parkeergebieden en parkeertijden Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: voertuig: een in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 bedoeld motorvoertuig, brommobiel, of gehandicaptenvoertuig, mits voorzien van een gesloten carrosserie; kenteken: het kenteken van een motorvoertuig of brommobiel volgens het op grond van de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden kentekenregister, of de combinatie van letters en cijfers van de verzekeringsplaat die aan een gehandicaptenvoertuig is bevestigd; parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; parkeerapparatuur: parkeerautomaten en systemen voor het langs elektronische weg verwerken van kentekens, parkeerplaatsen, parkeertijden en betalingen van parkeerbelasting; wat naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; Artikel 1.2 Parkeerzones 1.Alle binnen een parkeerzone voor het openbaar verkeer openstaande terreinen en weggedeelten worden aangewezen als parkeerplaatsen waar voor het parkeren belasting als bedoeld in artikel 5.1 moet worden betaald. 2.De parkeerzones, aangeduid op de als bijlage I bij deze verordening behorende kaart, zijn: Centrum Kern, welke zone wordt begrensd door de Vierambachtenboezem (watergang), Schenkelweg (fietspad westzijde), Dr. J.M. den Uyllaan (fietspad zuidzijde), Raadhuislaan (fietspad zuidzijde, achterzijde zuidelijke bebouwing met de huisnummers 1 tot en met 85, voorzijde zuidelijke bebouwing met de huisnummers 87 tot en met 111, en fietspad zuidzijde), Marrewijklaan (fietspad westzijde, achterzijde zuidwestelijke 'nieuwbouw Posthuys', fietspad westzijde, inclusief het parkeerterrein aan de zuidwestzijde), Vredehofplein (fietspad zuidzijde), Vredehofstraat (fietspad zuidzijde), Karel Doormanstraat (voetpad oostzijde), met uitzondering van: het pand 'ABC Complex', met de adressen: Nieuwstraat 92 tot en met 234 (even nummers, inclusief de nummers 174A en 180A); Uitstraat 121 tot en met 161; de panden 'Achterstaat, Eerste Heulbrugstraat, Torenstraat', met de adressen: Achterstraat 2 tot en met 52 (even nummers); Eerste Heulbrugstraat 9 tot en met 33 (oneven nummers); Torenstraat 6 tot en met 12; het pand 'Boekenberggarage', met de adressen: Eerste Heulbrugstraat 40 en 42; Karel Doormanstraat 1 tot en met 1D; Kees de Groenplein 1 tot en met 71; Markt 40; het pand 'Breestoep, Marrewijklaan, Uitstraat', met de adressen: Breestoep 1 tot en met 14; Marrewijklaan 61 tot en met 107; Uitstraat 1 tot en met 117 (oneven nummers); het pand 'City Plazagarage', met de adressen: Dr. J.M. den Uyllaan 1 tot en met 217 (oneven nummers); D. Losstraat 17 tot en met 67 (oneven nummers); Nieuwstraat 356 tot en met 434; het pand 'Kolkpleingarage', met de adressen: Damstraat 21 tot en met 27; Sluisstraat 20 en 22; het pand 'Kopspijkergarage', met de adressen: Nieuwstraat 105A tot en met 211 (oneven nummers); Noordkade 2 tot en met 110 (even nummers); Oostkade 22 tot en met 70; het pand 'nieuwbouw Posthuys' aan de Marrewijklaan; het pand 'Stadhuisgarage', met de adressen: Raadhuislaan 104 en 106; Stadhuispassage 1 tot en met 17; Uitstraat 2 tot en met 20A; het pand 'Theatergarage', met de adressen: Gorsstraat 22 tot en met 54 (even nummers); Noordkade 21 tot en met 175 (oneven nummers); Noordpassage 1 tot en met 55; Zuidpassage 1 tot en met 122; het pand 'Vierambachten', met de adressen Markt 4 tot en met 34; het pand 'Vredehofplein', met de adressen Vredehofplein 2 tot en met 118 (even nummers); het pand 'Westkade', met de adressen Westkade 51 tot en met 105; Centrum Noord, welke zone wordt begrensd door de Groene Kruisweg (fietspad zuidzijde), Schenkelweg (fietspad westzijde), Vierambachtenboezem (watergang), Karel Doormanstraat (voetpad oostzijde), Vredehofstraat (achterzijde noordelijke bebouwing met de huisnummers 12 tot en met 16), Hekelingseweg; Centrum Oost, welke zone wordt begrensd door de Raadhuislaan (achterzijde zuidelijke bebouwing met de huisnummers 1 tot en met 85, en fietspad zuidzijde), Dr. J.M. den Uyllaan (fietspad zuidzijde), Schenkelweg (fietspad westzijde), Ruwaard van Puttenweg (fietspad zuidzijde), Schepenpad, met uitzondering van: het P+R terrein in de directe nabijheid van het bus- en metrostation Spijkenisse Centrum; Centrum Zuid, welke zone wordt begrensd door de Vredehofstraat (achterzijde noordelijke bebouwing met de huisnummers 12 tot en met 16), Karel Doormanstraat (voetpad oostzijde), Vredehofstraat (fietspad zuidzijde), Vredehofplein (fietspad zuidzijde), Marrewijklaan (fietspad westzijde, exclusief het parkeerterrein aan de zuidwestzijde, achterzijde zuidwestelijke 'nieuwbouw Posthuys', fietspad westzijde), Raadhuislaan (fietspad zuidzijde en voorzijde zuidelijke bebouwing met de huisnummers 87 tot en met 111), Schepenpad, Ruwaard van Puttenweg (fietspad zuidzijde), Hekelingseweg, met uitzondering van: de panden 'nieuwbouw Nachtegaalstraat' met de bijhorende weg en parkeervakken; het P+R terrein in de directe nabijheid van het bus- en metrostation Spijkenisse Centrum; het pand 'Zuidwester', met de adressen P.J. Bliekstraat 2 en 2A 1 tot en met 2A 42; Gildenwijk; deze zone wordt begrensd door de Ruwaard van Puttenweg (fietspad zuidzijde), Groenewoudlaan (watergang), Fietsenmaker (fietspad). Artikel 1.3 Parkeertijden 1.In dit artikel wordt verstaan onder feestdag: Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en beide Kerstdagen. 2.Er mag uitsluitend tegen betaling van belasting als bedoeld in artikel 5.1 worden geparkeerd in de hierna aangewezen parkeerzone of in een gedeelte daarvan, op de daarbij behorende dagen en uren: op een zondag of een feestdag van maandag tot en met zaterdag, mits een van deze dagen geen feestdag is tijdens de koopavond op donderdag, mits deze dag geen feestdag is Centrum Kern: Gorsstraat - tussen Dr. J.M. den Uyllaan en Damstraat, Damstraat, Sluisstraat, Kolkplein 12.00 uur - 17.00 uur 9.00 uur - 21.00 uur n.v.t. Centrum Kern: gebied, anders dan bedoeld in bovenstaande rij 12.00 uur - 17.00 uur 9.00 uur -18.30 uur 18.30 uur - 21.00 uur Centrum Noord n.v.t. 9.00 uur -18.30 uur 18.30 uur - 21.00 uur Centrum Oost n.v.t. 9.00 uur -18.30 uur 18.30 uur - 21.00 uur Centrum Zuid n.v.t. 9.00 uur -18.30 uur 18.30 uur - 21.00 uur Gildenwijk n.v.t. 9.00 uur -18.30 uur n.v.t 3.De in het tweede lid bedoelde koopavond op donderdag wordt uitgebreid met extra koopavonden op maandag, dinsdag, woensdag en vrijdag, van 18.30 uur tot 21.00 uur, mits deze dagen vallen in de periode van 1 tot en met 4 december of van 21 tot en met 24 december. Hoofdstuk 2 Parkeervergunningsoorten en parkeervoorschriften Artikel 2.1 Bewonersvergunning 1.Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning verlenen aan de aanvrager die volgens de Wet basisregistratie personen ingezetene is met een woonadres in een parkeerzone, en die kentekenhouder is van het voertuig waarvoor hij vergunning vraagt. 2.In afwijking van het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders een tijdelijke vergunning verlenen aan de aanvrager die in een parkeerzone gaat wonen, mits hij zijn toekomstige woonadres aantoont door overlegging van een huurcontract voor een periode van ten minste drie maanden of een koopcontract. 3.In afwijking van het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders aan de aanvrager die ingezetene is met een woonadres aan: de Boezembocht; de Jan Campertkade; de Jan Campertlaan; De Repelaer; de Vaartstraat, met uitzondering van de huisnummers 8 tot en met 14 (even nummers) en 37; de Vierambachtenkade Z.Z.; de Vlietstraat, met uitzondering van de huisnummers 12 tot en met 18 (even nummers); de Zijlstraat, met uitzondering van huisnummer 26; alleen een vergunning verlenen voor het tweede en volgende voertuig van de gezamenlijke bewoners van hetzelfde woonadres. 4.In afwijking van het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders een vergunning verlenen voor een voertuig dat een bewoner voor een periode van ten minste drie maanden gebruikt, mits hij dit gebruik aantoont door overlegging van een huur- of leaseovereenkomst of een verklaring van een werkgever. 5.Aan de bewoner van de Centrum Kern wordt een vergunning verleend voor parkeren in de Centrum Kern en in Centrum Noord, Centrum Oost en Centrum Zuid. 6.Aan de bewoner van een parkeerzone buiten de Centrum Kern wordt uitsluitend een vergunning verleend voor parkeren in de zone waarin hij woont. 7.De vergunninghouder mag het voertuig waarvoor vergunning is verleend tijdens de in artikel 1.3 bedoelde parkeertijden parkeren op een parkeerplaats zonder de parkeerapparatuur in werking te stellen, mits hij het voertuig parkeert in de zone en op de wijze als in de vergunning staat. 8.De vergunning geeft geen recht op een parkeerplaats. Artikel 2.2 Bezoekersvergunning 1.Burgemeester en wethouders kunnen aan een bewoner een vergunning verlenen voor het parkeren door zijn bezoek. 2.De vergunning kan alleen worden verleend aan degene die volgens de Wet basisregistratie personen ingezetene is met een woonadres in een parkeerzone of in één van de uitgezonderde gebieden van de Centrum Kern, en aan de in artikel 2.1, tweede lid, bedoelde toekomstige bewoner. 3.Per woonadres wordt slechts één vergunning verleend. 4.Een bewoner kan alleen gebruik maken van de vergunning door zijn bezoek aan en af te melden bij de parkeerapparatuur. Dit gebeurt door: met behulp van bij de vergunning verstrekte gegevens: in te loggen op een internetadres, of gebruik te maken van een telefoonnummer; een aantal te parkeren uren aan te schaffen en de daarvoor verschuldigde parkeerbelasting te voldoen ter hoogte van het bedrag en op de wijze als door de parkeerapparatuur wordt aangegeven; het kenteken van het door zijn bezoeker te parkeren voertuig en de datum en begin- en eindtijd van het parkeren op te geven 5.De parkeerapparatuur vermindert het aantal aangeschafte parkeeruren met de opgegeven parkeertijd. Als dit aantal is verbruikt, eindigt de parkeertijd en wordt het bezoek afgemeld. Na de aanschaf van parkeeruren kan een bewoner zijn bezoek weer aan- en afmelden 6.De bezoeker mag het voertuig met het kenteken, bedoeld in het vierde lid, onder c, parkeren tijdens de parkeertijden, bedoeld in artikel 1.3, zonder de parkeerapparatuur in werking te stellen, mits: hij parkeert in de parkeerzone die voor de bewoner van toepassing is, zoals bedoeld in artikel 2.1, vijfde of zesde lid, en hij parkeert tussen de begin- en eindtijd, bedoeld in het vierde lid, onder c. 7.De vergunning geeft geen recht op een parkeerplaats. Artikel 2.3 Mantelzorgvergunning 1.Burgemeester en wethouders kunnen aan een bewoner een vergunning verlenen voor het parkeren door zijn bezoek dat plaatsvindt om mantelzorg, bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, te verlenen. 2.De vergunning kan alleen worden verleend aan degene die volgens de Wet basisregistratie personen ingezetene is met een woonadres in een parkeerzone of in één van de uitgezonderde gebieden van de Centrum Kern, en aan de in artikel 2.1, tweede lid, bedoelde toekomstige bewoner. 3.Per woonadres wordt slechts één vergunning verleend. 4.Een bewoner kan alleen gebruik maken van de vergunning door zijn bezoek aan en af te melden bij de parkeerapparatuur. Dit gebeurt door: met behulp van bij de vergunning verstrekte gegevens: in te loggen op een internetadres, of gebruik te maken van een telefoonnummer; het kenteken van het door zijn bezoeker te parkeren voertuig en de datum en begin- en eindtijd van het parkeren op te geven. 5.Een bewoner kan ten hoogste een kenteken opgeven voor het parkeren van een voertuig tijdens de parkeertijd, bedoeld in het vierde lid, onder b. 6.De mantelzorger mag het voertuig met het kenteken, bedoeld in het vierde lid, onder b, parkeren tijdens de parkeertijden, bedoeld in artikel 1.3, zonder de parkeerapparatuur in werking te stellen, mits: hij parkeert in de parkeerzone die voor de bewoner van toepassing is, zoals bedoeld in artikel 2.1, vijfde of zesde lid, en hij parkeert tussen de begin- en eindtijd, bedoeld in het vierde lid, onder b. 7.De vergunning geeft geen recht op een parkeerplaats. Artikel 2.4 Bedrijfs-, beroeps- of functiegebonden vergunning 1.Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning verlenen aan: een bedrijf; een huisarts of verloskundige; de gemeente Nissewaard. 2.De vergunning kan worden verleend indien: de aanvrager aannemelijk maakt dat het voertuig nodig is voor de uitoefening van het bedrijf, het beroep of de functie bij de gemeente; deze uitoefening niet uitsluitend het woon-werkverkeer betreft; de werkzaamheden moeten worden verricht in een parkeerzone of in één van de uitgezonderde gebieden van de Centrum Kern, en het bedrijf, de huisarts, de verloskundige of de gemeente: kentekenhouder is van het voertuig waarvoor de vergunning wordt gevraagd, of door overlegging van een huur- of leaseovereenkomst aantoont dat het voertuig voor een periode van ten minste drie maanden wordt gebruikt. 3.In afwijking van het tweede lid, aanhef en onder d, kan een vergunning worden verleend voor het voertuig van de werknemer van het bedrijf of de ambtenaar van de gemeente, indien wordt aangetoond dat de gebruiker van het voertuig bij het bedrijf of de gemeente in dienst is. 4.Aan een huisarts of verloskundige wordt slechts één vergunning verleend. 5.De vergunning wordt verleend voor parkeren in alle parkeerzones. 6.Artikel 2.1, zevende en achtste lid, zijn van toepassing op de verlening en het gebruik van de vergunning. Artikel 2.5 Meerdaagse vergunning voor een langparkeerterrein 1.Burgemeester en wethouders kunnen aan een ieder die daarom vraagt een vergunning verlenen om wekelijks te parkeren op dezelfde dagen van de week. Dit betreft twee of meer dagen per week, waarbij de aanduiding van de dagen iedere week dezelfde moet zijn. 2.De vergunning kan alleen worden verleend voor het parkeren op één van de voor het lang parkeren bestemde terreinen zoals aangeduid op de bij deze verordening als bijlage I behorende kaart, aan de Breestraat, de Van Houtenstraat of de Vredehofstraat. 3.Artikel 2.1, zevende en achtste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de verlening van de vergunning en de wijze van parkeren op het langparkeerterrein. Hoofdstuk 3 Vergunningverlening en intrekking Artikel 3.1 Aanvraag 1.De aanvraag van een vergunning moet schriftelijk worden ingediend bij burgemeester en wethouders. De aanvraag wordt ondertekend en bevat: de naam en het woonadres van de aanvrager; de dagtekening; een aanduiding van de soort vergunning die wordt gevraagd; het kenteken van het voertuig waarvoor de vergunning wordt gevraagd, tenzij de aanvraag de bezoekersvergunning, bedoeld in artikel 2.2, of de mantelzorgvergunning, bedoeld in artikel 2.3, betreft, en de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag van de betreffende soort vergunning nodig zijn. 2.In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder e, hoeft geen kentekenbewijs te worden overgelegd als het kenteken van het voertuig is geregistreerd in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden kentekenregister. Artikel 3.2 Beslistermijn Burgemeester en wethouders beslissen binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag. Zij kunnen de beslissing vier weken verdagen. Artikel 3.3 Beslissing en overige rechten en plichten 1.Burgemeester en wethouders beslissen schriftelijk op de aanvraag. 2.Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning ook andere dan de in hoofdstuk 2.1 bedoelde voorschriften en beperkingen verbinden. Deze mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. 3.De vergunning treedt in werking op de dag die in de beschikking staat, welke dag niet eerder kan worden gesteld dan de dag na die van verzending van de beschikking. 4.De vergunning wordt verleend tot aan het einde van het kalenderjaar, met stilzwijgende verlenging van telkens een kalenderjaar. 5.In afwijking van het vierde lid: wordt de in artikel 2.1, tweede lid, bedoelde tijdelijke bewonersvergunning eenmalig verleend voor de duur van een maand; kan de in artikel 2.3 bedoelde mantelzorgvergunning worden verleend tot aan het einde van de periode waarin de mantelzorg noodzakelijk is, of kan de in artikel 2.4 bedoelde bedrijfs-, beroeps- of functiegebonden vergunning voor een periode van één of drie maanden worden verleend. 6.De vergunning is persoonsgebonden. Artikel 3.4 Wijziging of intrekking 1.Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning wijzigen of intrekken indien: de vergunninghouder daar schriftelijk om vraagt; zich een wijziging voordoet in de voorwaarden of omstandigheden die van belang waren voor het verlenen van de vergunning; de voor de vergunning verschuldigde parkeerbelasting niet of niet tijdig is voldaan; de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet worden nagekomen; bij de aanvraag van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; dat noodzakelijk is om redenen van openbaar belang; op grond van een verandering van omstandigheden of inzichten die zijn opgetreden na het verlenen van de vergunning, intrekking noodzakelijk is vanwege het belang ter bescherming waarvan de vergunning is vereist; het stelsel van vergunningen komt te vervallen voor het gebied waarop de vergunning betrekking heeft. 2.Artikel 3.2 en 3.3, eerste en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de intrekking van de vergunning. Hoofdstuk 4 Verboden, straf en toezicht Artikel 4.1 Verboden gebruik van parkeerplaatsen 1.Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders een voorwerp te plaatsen of te laten staan op een parkeerplaats. 2.Onder een voorwerp valt niet: een voertuig, bedoeld in artikel 1.1, aanhef en onder a; een aanhangwagen, bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.