Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelastingDE RAAD VAN DE GEMEENTE VAALS; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 8 november 2016; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; B E S L U I T: vast te stellen de 'Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting’ (Verordening toeristenbelasting 2017). Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a vakantie-onderkomens: woningen en andere verblijven, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; b mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; c niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden; d vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan; e een groepsaccommodatie: een gebouw of een deel van een gebouw welke blijvend bestemd is voor tijdelijk recreatief nachtverblijf door groepen, waarbij wordt overnacht in slaapzalen en/of grote slaapkamers waar een dagverblijf beschikbaar is waarin gasten mede huishoudelijke werkzaamheden kunnen verrichten en waarbij kenmerkend is het gemeenschappelijk gebruik van sanitaire voorzieningen, keuken, verblijfsruimten en slaapzalen/grote slaapkamers. Artikel2Belastbaar feit Ter zake van het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente in hotels, pensions, vakantie-onderkomens, groepsaccommodatie mobiele kampeeronderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten en op vaste standplaatsen tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, wordt onder de naam 'toeristenbelasting' een directe belasting geheven. Artikel3Belastingplicht 1.Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. 2.De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, terzake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. 3.Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtige degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 verblijf houdt. Artikel4Vrijstellingen 1.De belasting wordt niet geheven ter zake voor het verblijf door degene, die: verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen; op de dag, waarop de eerste overnachting plaats vindt, nog niet de leeftijd van zes jaren heeft bereikt. 2.De belasting wordt niet geheven ter zake voor het verblijf van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel5Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belasting tijdvak. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten. Artikel6Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1.Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen bepaald op 2,5 per mobiel kampeeronderkomen of stacaravan. 2.Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht wordt, indien de mobiele kampeeronderkomens of stacaravans geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt mogen worden gedurende een periode van: ten hoogste drie aaneengesloten maanden (naseizoen) bepaald op 20; meer dan drie doch ten hoogste vier aaneengesloten maanden (voorseizoen) bepaald op 25; meer dan vier doch ten hoogste twaalf aaneengesloten maanden (seizoens- en jaarplaatsen) bepaald op
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.