Regeling op de heffing en invordering van reinigingsrechten 2017Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Smallingerland; gelet op het raadsbesluit van 7 september 1999, inzake de overdracht van de bevoegdheid tot het heffen van reinigingsrechten; mede gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; B E S L U I T: vast te stellen de: REGELING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN REINIGINGSRECHTEN 2017 Artikel1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: bedrijfsafval: afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen, afvalwater, autowrakken of gevaarlijke afvalstoffen; grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld. huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens; route-inzameling: het periodiek op verschillende adressen ophalen van bedrijfsafval. Artikel2 Belastbaar feit Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel3 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4 Maatstaf van heffing en belastingtarief De rechten worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel5 Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel6 Wijze van heffing De rechten worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd. Artikel7 Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten De rechten zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan €
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.