Erfgoedverordening 2016De raad van de gemeente Kaag en Braassem; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 8 november 2016; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 3.16 en 9.1 Erfgoedwet de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; besluit: de Erfgoedverordening 2016 vast te stellen. Hoofdstuk1.Algemeen Artikel1.Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister; gemeentelijk erfgoedregister: een register waarop zijn geregistreerd;overeenkomstig deze verordening zaken of terreinen bedoeld in onderdeel a, c en h; gemeentelijke dorpsgezichten: groepen van onroerende zaken die van algemeen belang is wegens haar schoonheid, karakteristieke eigenschappen, onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel haar wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden; commissie: commissie ruimtelijke kwaliteit zoals bedoeld in het artikel 4:18 van de Erfgoedwet; bouw- cultuurhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en bouwtechnische kenmerken en kwaliteit van een monument geplaatst in cultuurhistorische context; archeologisch onderzoek: het verwen van informatie, aan de hand van bestaande bronnen en/of aan de hand van veldonderzoek; archeologisch rapport: een verslag van een volgens de gebruikelijke normen verricht archeologisch onderzoek, op basis waarvan een conclusie kan worden getrokken over de aanwezigheid van archeologische waarden; archeologisch monument: een terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen; archeologische vondst: overblijfsel, voorwerp of ander spoor van menselijke aanwezigheid in het verleden afkomstig van een archeologisch monument; minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; normaal onderhoud: noodzakelijke reguliere werkzaamheden die gericht zijn op het behoud van monumentale waarde; rijksmonument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijkserfgoedregister; rijksmonumentenregister: register als bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet; omgevingsvergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Hoofdstuk2.Aanwijzing gemeentelijk monument Artikel2.Gemeentelijk Erfgoedregister 1.Burgemeesters en wethouders houden een door eenieder te raadplegen gemeentelijk register bij van krachtens deze verordening onherroepelijk aangewezen cultureel erfgoed. 2.Het gemeentelijk erfgoedregister bevat: gegevens over de inschrijving en ter identificatie van het aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed; gegevens over door burgemeester en wethouders van de minister ontvangen afschriften van de inschrijving van een rijksmonument in rijksmonumentenregister als bedoeld in artikel 3.3 vijfde lid, van de Erfgoedwet. Artikel3.De aanwijzing tot gemeentelijk monument 1.Burgemeesters en wethouders kunnen al dan niet op verzoek van een belanghebbende besluiten een monument of archeologisch monument dat van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde aan te wijzen als gemeentelijke monument. 2.Voor een verzoek dienen de zakelijke gerechtigde op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste van de Kadasterwet schriftelijk toestemming te geven. 3.Ter onderbouwing van een verzoek levert de verzoeker/belanghebbende een bouw-cultuurhistorisch of archeologisch rapport aan. 4.Dit artikel is niet van toepassing op: rijksmonumenten, en monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de Erfgoedverordening. Artikel4.Voornemen tot aanwijzing Een voornemen om toepassing te geven aan artikel 3 wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk bekend gemaakt aan de verzoeker/belanghebbende en de zakelijke gerechtigde op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste van de Kadasterwet. Artikel5.Voorbescherming 1.De bescherming van hoofdstuk 3 is van overeenkomstige toepassing op het monument of archeologisch monument ten aanzien waarvan een voornemen als bedoeld in artikel 4 is bekendgemaakt. 2.De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment van inschrijving in het gemeentelijk erfgoedregister, of op het moment waarop het aanwijzingsbesluit wordt herroepen of door de bestuursrechter wordt vernietigd. Artikel6.Advies Commissie ruimtelijke kwaliteit. 1.Burgemeester en wethouders vragen over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 4 advies aan de Commissie ruimtelijke kwaliteit. 2.De Commissie ruimtelijke kwaliteit brengt binnen 10 weken na ontvangst van de adviesaanvraag schriftelijk en gemotiveerd advies uit. Artikel7.Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit 1.Op een aanvraag om aanwijzing dient te worden besloten binnen 14 weken na ontvangst van het advies van de Commissie ruimtelijk kwaliteit. 2.De aanwijzing bevat in ieder geval de plaatselijke aanduiding van het gemeentelijk monument, de datum van aanwijzing, de kadastrale aanduiding en de een beschrijving van het gemeentelijke monument. Artikel8.Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbende en inschrijving. 1.De aanwijzing wordt schriftelijk bekend gemaakt aan alle zakelijke gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. 2.Zodra een aanwijzing onherroepelijk is geworden wordt deze opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister. Artikel9.Wijziging gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing 1.Burgemeester en wethouder kunnen ten aanzien van gemeentelijke monumenten ambtshalve wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijk erfgoedregister. 2.Als de wijziging ziet op het schrappen uit het register is Hoofdstuk 2 van overeenkomstige toepassing, tenzij het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing heeft als zodanig is tenietgegaan. 3.Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft, is ingeschreven in het rijksmonumentenregister of een provinciaal erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17, derde lid van de Erfgoedwet. Het vervallen van de aanwijzing wordt bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister. Hoofdstuk3.Bescherming gemeentelijk monument Artikel10.Instandhoudingbepaling Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is. Artikel11.Omgevingsvergunning gemeentelijk monument 1.Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een gemeentelijk monument: te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, of te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 2.Het eerste lid is niet van toepassing op: de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt, of inpandige verandering van het monument, voor zover het een onderdeel daarvan betreft dat vanuit het oogpunt van monumentenzorg zonder betekenis is. 3.Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van werkzaamheden nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid. Artikel12.De schriftelijke aanvraag Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.