BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN PEEL EN MAAS;Gelet op de Algemene Subsidieverordening Peel en Maas; Gelet op het bepaalde in het, door de Raad van de gemeente Peel en Maas d.d. 19 januari 2016 vastgestelde, algemene subsidieverordening ; Overwegende dat het wenselijk is uitvoeringsregels vast te stellen voor het uitvoeren van de subsidiëring van verenigingen en vrijwilligersorganisaties. BESLUITEN: Vast te stellen de volgende uitvoeringsregeling: Uitvoeringsregeling subsidiëring van verenigingen en vrijwilligersorganisaties Artikel1Begripsomschrijving In deze regeling wordt verstaan onder: Subsidieverordening: de Algemene Subsidieverordening Peel en Maas; Actieve leden/deelnemers zijn diegenen die daadwerkelijk en structureel (dus vaker dan maar af en toe) deelnemen aan de activiteiten (de sporters, muzikanten, schutters enz.), alsook degenen die structureel als vrijwilliger actief zijn bij de uitvoering van de activiteiten of het runnen van de vereniging/organisatie. Als niet actief worden bv. aangemerkt de zgn. steunende leden, donateurs, ereleden of anderen die geen (of een slechts minimale) actieve deelname hebben aan de activiteiten. vaststaande subsidieperiode: het tijdvak van vier jaar waarvoor subsidie wordt verleend Overige begrippen worden in de regeling nader uitgewerkt dan wel in de toelichting benoemd. Artikel2Toepassingsbereik Het bepaalde in de deze uitvoeringsregeling is enkel van toepassing op de verstrekkingen van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten en aan de in artikel 5 genoemde doelgroepen. Artikel3Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen 1.Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan de uitvoering van het gemeentelijk beleidsthema 3: Burgerschap en Samenleving en die een wezenlijk gemeenschapsbelang dienen. 2.De activiteiten dienen plaats te vinden op het vlak van: gemeenschapsontwikkeling en leefbaarheid, jeugd en gezin, wonen-welzijn-zorg, sport en bewegen, kunst en cultuur. Artikel4Weigeringsgronden In aanvulling op artikel 9 2e lid van de subsidieverordening kunnen burgemeester en wethouders subsidie weigeren voor activiteiten met een (para)commercieel doel c.q. karakter; activiteiten in de hobbysfeer of met een recreatief karakter; activiteiten die een slechts geringe (of helemaal geen) actieve deelname hebben van inwoners van Peel en Maas en die daarom voor de eigen inwoners vooral van recreatief belang zijn; activiteiten die koepelorganisaties aanbieden aan de (leden van) de aangesloten organisaties; activiteiten van politieke aard; activiteiten met een religieus of levensbeschouwelijk karakter; activiteiten die niet algemeen toegankelijk zijn vanwege bv. de hoge kosten van deelname of het hanteren van een selectie- of invitatiestelsel (behalve als daarvoor een functionele aanleiding bestaat); activiteiten die schadelijk zijn voor natuur en milieu of die anderszins strijdig zijn met de duurzaamheid; activiteiten waarbij er sprake is van een ongerechtvaardigd eigen belang van de aanvrager; activiteiten waarvoor op grond van een andere regeling al subsidie is verleend. Artikel5Doelgroep 1.Subsidie op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt aan verenigingen en vrijwilligersorganisaties. 2.Tot de doelgroep hoort in ieder geval niet: Verenigingen met vooral ontmoetings- en gezelligheidsactiviteiten waaronder buurtverenigingen. Hobbyclubs, recreatieve groepen, vriendenclubs. Cafésporten, alle denksporten en kaartspelen en behendigheidssporten als biljarten, bowling, kegelen, dart, (midget-)golf. Overlegplatforms die verenigingen zelf instellen en/of in stand houden voor het behartigen van hun gemeenschappelijke belangen en ten behoeve van de onderlinge samenwerking. Ten behoeve van een vereniging functionerende nevenorganisaties of verzelfstandigde afdelingen/onderdelen waarvan de activiteiten primair ten dienste staan van of zijn toe te rekenen aan de vereniging waaraan ze gelieerd zijn. De activiteiten van dit soort organisaties worden betrokken bij de subsidievaststelling voor de ‘moedervereniging’. Organisaties die activiteiten uitvoeren die onlosmakelijk deel uitmaken van een groter geheel hetgeen ook algemeen als zodanig wordt ervaren. De activiteiten van dit soort organisaties worden betrokken bij de subsidievaststelling voor de vereniging die leidend is voor het geheel. Politieke en levensbeschouwelijke organisaties. Verenigingen die niet algemeen toegankelijk zijn vanwege bv. ideologie of levensbeschouwing, hoge kosten van deelname, ballotage, beperkingen die liggen in de aard van de activiteiten (bv. een popband of een zangtrio). Verenigingen/activiteiten die strijdig zijn met de duurzaamheid. Artikel6Procedurebepalingen 1.De subsidie wordt verleend voor een vaststaande subsidieperiode van 4 jaar. 2.Verenigingen die niet bij de aanvang van een subsidieperiode zijn meegenomen in de algemene vierjaarlijkse verlening van de subsidies kunnen alsnog later een subsidieaanvraag indienen. 3.Op de in lid 2 bedoelde aanvraag wordt een subsidiebesluit genomen voor de nog resterende jaren van de subsidieperiode. Het te nemen besluit ligt in de lijn van de regels zoals die algemeen zijn toegepast aan het begin van de vierjaarlijkse subsidieperiode. 4.Op grond van artikel 17 lid 3 van de Algemene subsidieverordening Peel en Maas worden waarderingssubsidies één maal per vier jaar verleend op basis van een algehele inventarisatie van voor de subsidieverlening relevante verenigingsgegevens. Artikel7Berekening van de subsidie 1.De aan een vereniging of vrijwilligersorganisatie te verlenen waarderingssubsidie (jaarsubsidie) c.q. haar aandeel in het totaalbudget wordt gebaseerd op: De verenigingsactiviteiten en de omvang van de daarvoor noodzakelijke vrijwilligersinzet. De extra waarde/prestaties voor de gemeenschap. Bijzondere kosten die de draagkracht te boven gaan. Hieronder worden uitsluitend verstaan de kosten voor actieve muzikanten van Hafabra-verenigingen en daarmee vergelijkbare muziekkorpsen. 2.De berekeningssystematiek voor het vaststellen van de verschillende delen van de subsidie zijn vastgelegd in bijlage 1 bij deze uitvoeringsregeling. Artikel8Tussentijdse wijziging van de het subsidiebedrag 1.Een vereniging aan wie subsidie is toegekend kan in de loop van de vierjarige subsidieperiode vragen de subsidie tussentijds bij te stellen. Zo’n verzoek wordt slechts gehonoreerd: indien de vereniging expliciet aantoont dat er ten opzichte van de oorspronkelijke opgave sprake is van een substantiële toename van haar inzet voor kwetsbare groepen; alsdan vindt een bijstelling plaats van de score (en het subsidie) voor uitsluitend dat aspect, óf indien ten opzichte van de oorspronkelijke opgave het subsidiabele ledenaantal met tenminste 10% óf met tenminste 10 leden is toegenomen. Hierbij dient deze toename plaats te vinden binnen de categorie kinderen t/m 10 jaar, de categorie jeugdigen/jongeren van 11 t/m 20 jaar, of de categorie ouderen (65 plus). Een bijstelling vindt dan plaats voor het subsidiedeel dat is geënt op het ledenaantal (dus niet voor de andere factoren). Peildatum voor het ledenaantal is 1 januari van het subsidiejaar. 2.Een in sub b genoemde tussentijdse herziening kan slechts één keer per vaststaande subsidieperiode plaatsvinden en geldt vervolgens voor de rest van de vierjarige subsidieperiode. 3.Op de ingediende aanvraag wordt een subsidiebesluit genomen voor de nog resterende jaren van de subsidieperiode. Het te nemen besluit ligt in de lijn van de regels zoals die algemeen zijn toegepast aan het begin van de vierjaarlijkse subsidieperiode. Artikel9Vaststelling en uitbetaling van het waarderingssubsidie 1.Voor het eerste subsidiejaar van de vierjarige subsidieperiode wordt de subsidie bij het besluit tot subsidieverlening tegelijk ook vastgesteld. Het subsidie voor het eerste jaar wordt dan uitbetaald zonder dat de aanvrager actie hoeft te ondernemen. Voor de volgende jaren vindt de vaststelling en uitbetaling van het subsidie plaats aan de hand van een voor dat jaar in te dienen aanvraag. Volstaan kan worden met een verklaring dat de vereniging nog steeds actief is. 2.De aanvraag tot vaststelling en uitbetaling van het subsidie dient te zijn ondertekend. Gevraagd wordt om in de aanvraag ook steeds de actuele contactgegevens te vermelden, alsmede het bankrekeningnummer waarop het subsidie kan worden overgemaakt. 3.De aanvraag tot vaststelling en uitbetaling van het subsidie kan worden ingediend op elk gewenst moment van het subsidiejaar maar uiterlijk tot 1 oktober. Na ontvangst zal de aanvraag meteen worden afgehandeld. Indien de aanvraag niet vóór de uiterste datum van 1 oktober is ingediend dan wordt aangenomen dat de vereniging/organisatie niet meer actief is en daarmee niet langer prijs stelt op subsidie. Artikel10Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen, ten gunste van de belanghebbende, afwijken van de bepalingen in deze uitvoeringsregeling, indien toepassing van deze regels tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel11Citeertitel en inwerkingtreding 1.Deze uitvoeringsregeling wordt aangehaald als uitvoeringsregeling subsidiëring van verenigingen en vrijwilligersorganisaties. 2.De uitvoeringsregeling treedt in werking per 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.