Gemeentelijke begraafplaats, verordening op het beheer en het gebruikDe raad van de gemeente Oud-Beijerland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 augustus 2003 gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 35 Wet op de lijkbezorging, alsmede de Algemene wet bestuursrecht; overwegende dat het gewenst is om regels vast te stellen voor het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats, besluit: vast te stellen de: Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats. hoofdstuk1Inleidende bepalingen artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaats; eigen graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitende recht is verleend tot: - het doen begraven en begraven houden van overleden personen; - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; - het doen verstrooien van as; algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer, waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van overleden personen; algemeen kindergraf: een graf bij de gemeente in beheer, waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van overleden personen in de leeftijd van 0 tot 12 jaar; urnengraf: een grafkelder waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; urnennis: een nis, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; as: de as van een overleden persoon; asbus: een bus ter berging van as van een overleden persoon; urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen; verstrooiingsplaats: een door burgemeester en wethouders aangewezen gedeelte waarop as wordt verstrooid; grafbedekking: gedenktekens op een graf; gedenkteken: een voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften en/of figuren; beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding over de gemeentelijke begraafplaats of degene die hem vervangt; rechthebbende: de rechthebbende op een eigen graf, urnengraf en urnennis. hoofdstuk2Openstelling, rust en orde op de begraafplaats artikel2Openstelling begraafplaats 1De begraafplaats is onverminderd het bepaalde in het derde lid voor een ieder dagelijks toegankelijk van een half uur na zonsopkomst tot een tot een half uur voor zonsondergang. 2Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten. 3Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het publiek geopend is, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as. artikel3Ordemaatregelen 1Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmee gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van burgemeester en wethouders, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaats te verrichten. 2Het is verboden met motorvoertuigen en rijwielen op de begraafplaats te rijden: elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen. Motorrijtuigen en rijwielen zijn buiten de rijwegen slechts toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer van materialen; sneller dan 10 km per uur. 3Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de aanhef en onder a van het tweede lid. 4Bezoekers, personeel en uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde en rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.
- Degene die zich niet aan het in het vierde lid bedoelde aanwijzingen houden, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de begraafplaats verwijderen. 5Aan personen beneden de leeftijd van 12 jaar, is de toegang tot de begraafplaats verboden, tenzij zij onder geleide zijn van een persoon boven die leeftijd. 6Aan personen die zich onbehoorlijk gedragen of die hinderlijk zijn voor anderen, kan door burgemeester en wethouders de toegang tot de gemeentelijke begraafplaats voor een bepaalde termijn worden ontzegd. artikel4 1Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats, anders dan in familieverband, moeten vijf dagen tevoren worden gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden. 2De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan aanwijzingen van de beheerder. artikel5Opgravingen en ruimen 1Het opgraven van een overleden persoon en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast. 2Burgemeester en wethouders behouden de mogelijkheid van het bepaalde in het eerste lid af te wijken indien daarvoor gewichtige redenen aanwezig zijn. hoofdstuk3Voorschriften voor lijkbezorging artikel6Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf 1Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden schriftelijk kennis aan de beheerder, met vermelding van het gewenste tijdstip. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het stoffelijk overschot van een overleden persoon binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan. 2De kist, dan wel het omhulsel en de asbus of urn moeten bij aankomst zijn voorzien van een duurzaam identiteitskenmerk. 3Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen. 4Grafkelders worden door derden geopend en gesloten op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder en op kosten van de rechthebbende. 5Het wegnemen en wederplaatsen van grafbedekkingen op eigen graven geschiedt onder de zorg en op kosten van de rechthebbende, onder toezicht van de beheerder. artikel7Gebouwen en muziekinstallatie 1Het gebruik van de ontvangstruimten, de aula alsmede van de mechanische muziekinstallatie moet uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan de dag waarop van de ruimte of de aula gebruik zal worden gemaakt, worden aangevraagd bij de beheerder. 2De ruimten en de muziekinstallatie staan voor iedere plechtigheid, gedurende een vooraf te bepalen tijdstip en tijdsduur, ter beschikking van de aanvrager. artikel8Over te leggen stukken 1Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder. 2Indien de begraving of de bezorging van as in eigen graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet. 3Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel 13, tweede lid. 4Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgiftetermijn een periode van 40 jaar besloeg kan altijd plaatsvinden onder voorwaarde dat de wettelijke minimum grafrusttermijn, zijnde een periode van tenminste tien jaar, gerespecteerd wordt alvorens tot ruiming zal worden overgegaan. Een dergelijke ruiming kan slechts uitgevoerd worden indien is voldaan aan het genoemde in het tiende lid van artikel
- 5De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde stukken. artikel9Tijden van begraven en asbezorging 1Het begraven en het bezorgen van as heeft op maandag tot en met vrijdag plaats tussen 09.00 uur en 16.00 uur en op zaterdag tussen 09.00 uur en 11.00 uur. 2Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken. hoofdstuk4Indeling en uitgifte van de graven artikel10Indeling graven en asbezorging 1Op de begraafplaats kunnen worden uitgegeven: eigen graven; algemene graven; urnengraven en urnennissen; algemene kindergraven; verstrooiingsplaats. 2Burgemeester en wethouders regelen de indeling van de gemeentelijke begraafplaats in eigen- en huurgraven. 3Burgemeester en wethouders kunnen vakken aangeven waarbinnen in twee lagen begraven zal worden. 4Burgemeester en wethouders kunnen een gedeelte van de gemeentelijke begraafplaats aanwijzen waarin uitsluitend stoffelijke overschotten van overleden personen, die volgens de islamitische rituelen begraven willen worden, kunnen worden begraven. 5Burgemeester en wethouders kunnen bij nader vast te stellen regels de algemene en eigen graven onderverdelen in categorieën. Zij bepalen voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte. 6Burgemeester en wethouders kunnen aan de rechthebbende op een eigen graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door hen te stellen voorwaarden. artikel11Volgorde uitgifte eigen graven 1De eigen graven, algemene graven en algemene kindergraven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven. 2Burgemeester en wethouders kunnen een eigen graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is. artikel12Uitgifte termijnen 1Burgemeester en wethouders stellen grafruimten ter beschikking voor algemene graven voor een termijn van 15 jaar. Verlenging van de termijn is niet mogelijk. 2Burgemeester en wethouders stellen grafruimten ter beschikking voor algemene kindergraven voor een termijn van 15 jaar. Verlenging van de termijn is telkenmale mogelijk. 3Burgemeester en wethouders verlenen, voorzover de bestemde ruimte op de begraafplaats zulks toelaat, op een daartoe bij hen in te dienen aanvraag, het recht op een eigen graf voor onbepaalde tijd of voor een termijn van 25 jaar. 4Burgemeester en wethouders verlenen, voorzover de bestemde ruimte op de begraafplaats zulks toelaat, op een daartoe bij hen in te dienen aanvraag, het recht op een eigen graf voor een termijn van 40 jaar. 5Voor urnengraven wordt gelegenheid gegeven tot het daarin doen bijzetten van ten hoogste 1 asbus met of zonder urn voor een tijd van 25 jaar. 6Voor urnennissen wordt gelegenheid gegeven tot het daarin doen bijzetten van ten hoogste 2 asbussen met of zonder urn voor een tijd van 25 jaar. 7De termijn voor algemene graven van 15 jaar treedt in werking op de datum van uitgifte. 8De termijn voor eigen graven treedt in werking op de datum van verlening van het recht. 9Het recht van de in lid 3, 4, 5 en 6 van dit artikel genoemde grafruimten wordt verleend aan een rechthebbende ten behoeve van zichzelf en personen als bedoeld in artikel 13, tweede lid; verlening van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. 10Het recht van de in lid 3, 5 en 6 van dit artikel genoemde grafruimten wordt op aanvraag van de rechthebbende door burgemeester en wethouders telkens verlengd met een termijn van 10 jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. 11Burgemeester en wethouders verklaren tenminste 1 jaar voor het verstrijken van de in lid 4 van dit artikel genoemde termijn van 40 jaar het eigen graf vervallen. Van de vervallenverklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan rechthebbende. artikel13Overschrijving van verleende rechten 1Het recht op een eigen graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan de vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. 2Na het overlijden van de rechthebbende kan het eigen graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan in de vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. 3Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan burgemeester en wethouders niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, zijn burgemeester en wethouders bevoegd het recht op het eigen graf te doen vervallen. 4Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van een jaar kunnen burgemeester en wethouders het eigen graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een eigen graf dat inmiddels is geruimd. artikel14Afstand doen van graven, urnengraven en urnennissen De rechthebbende kan zonder aanspraak te maken op enige vergoeding bij schriftelijke verklaring afstand doen van het recht op een eigen graf dan wel urnengraf of urnennis ten behoeve van de gemeente. Burgemeester en wethouders bevestigen schriftelijk de ontvangst van een zodanige verklaring aan de rechthebbende. artikel15Sluiting van graven 1Op aanvraag van de rechthebbende kunnen burgemeester en wethouders een graf gesloten verklaren. Gedurende de tijd dat een graf gesloten is, mag daarop geen andere grafbedekking worden geplaatst en mag daarin geen andere begraving plaatshebben, of asbus worden bijgezet, dan wel as worden verstrooid dan die van de stoffelijke overschotten van de personen die de rechthebbende in zijn aanvraag met name heeft genoemd. 2Burgemeester en wethouders bepalen in overleg met de rechthebbende de periode waarvoor de in het eerste lid bedoelde sluiting zal geschieden. Zij stellen de bijzondere voorwaarden vast, waaraan moet zijn voldaan alvorens het graf gesloten wordt verklaard. hoofdstuk5Grafbedekking en grafbeplanting artikel16Vergunning grafbedekking 1Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijk vergunning nodig van burgemeester en wethouders. 2Omtrent de wijzen van aanvraag van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen kunnen burgemeester en wethouders nadere regels stellen. 3Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de door hen vastgestelde nadere regels. 4Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning weigeren indien: niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere regels; de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is; de tekst aanstootgevend is. 5Het plaatsen van een firmanaam of enige andere reclame op de gedenktekens is niet toegestaan. artikel17Grafbeplanting en dergelijke Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen inzake grafbeplanting en dergelijke. artikel18Verwijdering grafbedekking en grafbeplanting 1De grafbedekking en grafbeplanting kan na het verstrijken van de graftermijn door burgemeester en wethouders worden verwijderd. 2Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking en grafbeplanting wordt gedurende ten minste een half jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking en grafbeplanting zal worden verwijderd op een op het te ruimen graf te plaatsen bordje door burgemeester en wethouders bekend gemaakt, tenzij het adres van de rechthebbende bij burgemeester en wethouders bekend is. In dat geval maken zij aan hem uiterlijk een half jaar voor het genoemd tijdstip per brief hun voornemen bekend. 3Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij burgemeester en wethouders ingediende aanvraag, blijft de grafbedekking na verwijdering nog gedurende twaalf weken ter beschikking van degene aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 16 was verleend. De aanvraag kan worden ingediend gedurende de in het tweede lid genoemde termijn. 4De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien: - geen verzoek op grond van het derde lid is ingediend en de termijn waarbinnen dit verzoek had kunnen worden ingediend is verstreken; - de grafbedekking niet binnen drie maanden nadat de ze van het graf is verwijderd, is afgehaald. artikel19Onderhoud door de rechthebbende 1De rechthebbende is verplicht de grafbedekking en grafbeplanting behoorlijk te onderhouden of te herstellen. 2Indien hij nalaat de grafbedekking en grafbeplanting behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kunnen burgemeester en wethouders de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking en grafbeplanting doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende twaalf weken ter beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. 3De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de toestand van de grafbedekking en grafbeplanting. De oproeping geschiedt door mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats als het adres van de rechthebbende niet bekend is. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht. artikel20Onderhoud door de gemeente Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen inzake het onderhoud door de gemeente. hoofdstuk6Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen artikel21Ruiming, bezorging van overblijfselen van as 1Het voornemen van burgemeester en wethouders om een graf te ruimen wordt gedurende ten minste een half jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden op een bij het te ruimen graf te plaatsen bordje ter kennis van de belanghebbenden gebracht, tenzij het adres van de rechthebbende op het graf aan hen bekend is. In dat geval delen zij mee wanneer de termijn van uitgifte gaat verstrijken. Als de rechthebbende geen verzoek indient om de termijn te verlengen maken zij uiterlijk een half jaar voor het genoemde tijdstip per brief het voornemen tot ruiming bekend. 2De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van de stoffelijke overschotten van personen worden begraven en de as wordt verstrooid op een daartoe aangewezen gedeelte van de begraafplaats. 3Nabestaanden van een overleden persoon die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een verzoek indienen om bij ruiming de overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor herbegraving elders. Nabestaanden van een overleden persoon waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders. 4De rechthebbende op een eigen graf, kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om deze elders opnieuw te doen begraven. 5De rechthebbende op een urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien. hoofdstuk7Inrichting register artikel22Voorschriften 1Burgemeester en wethouders stellen voorschriften vast voor het register van de begraven lijken en de bezorgde as. 2Het register wordt bijgehouden door de beheerder. hoofdstuk8Slotbepalingen artikel23Overgangsbepaling De rechten en verplichtingen met betrekking tot eigen graven die voortvloeien uit de ingevolge artikel 25, derde lid ingetrokken verordening, worden geacht ingevolge deze verordening te zijn ontstaan. artikel24Strafbepaling Hij die handelt in strijd met deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie. artikel25Citeertitel en inwerkingtreding 1Deze verordening kan worden aangehaald als: verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats. 2Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de datum van bekendmaking. 3Met ingang van die dag vervalt de Verordening op het begraven van lijken, op de lijkschouwing en op de algemene begraafplaats, vastgesteld op 22 januari
- Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 8 september 2003.De secretaris, de burgemeester,