← Nederland

Beleidsregels terugvordering en verhaal gemeente Amstelveen (Amstelveen)

Beleidsregels terugvordering en verhaal gemeente AmstelveenHoofdstuk1.Algemene bepalingen. Artikel1.Begripsbepalingen. Voor de toepassing van deze beleidsregels wordt verstaan onder: belanghebbende: d

. Ad f inlichtingenplicht “De belanghebbende doet aan het college op verzoek of uit eigen beweging tijdig en behoorlijk mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op zijn arbeidsinschakeling of het recht op bijstand.” “Deze verplichting geldt niet, indien die feiten en omstandigheden door het college kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties (het digitaal klantdossier, DKD). Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing is” (artikel 17, eerste lid wet, geldend op 1 januari 2013). Ad g en h

. Ad i fraudevordering Het college van de gemeente die de bijstand heeft verleend vordert de kosten van bijstand terug voor zover de bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is ontvangen als ge- volg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht, zoals beschreven onder Ad f. Ad j en k

. Artikel 1a. Bevoegdheden algemeen. Het college maakt gebruik van alle bevoegdheden aangaande terug- en invordering, met uitzondering van de bevoegdheid genoemd in artikel 58, zevende lid, van de wet en artikel 25, zesde lid van de IOAW/IOAZ. Deze laatste bevoegdheid houdt het volgende in: Met de inwerkingtreding van de Wet aanscherping handhaving- en sanctiebeleid SZW- wetgeving per 1 januari 2013 kan het college bij een fraudevordering besluiten 'van terugvordering of verdere terugvordering af te zien als': 10 jaar aan de betalingsverplichting is voldaan; 10 jaar niet aan de verplichting is voldaan maar de kosten over die periode wel zijn terugbetaald; 10 jaar geen betaling is voldaan en ook niet verwacht wordt dat dit gaat gebeuren; Als ten minste 50% in één keer wordt afgelost. (Zie artikel 58 lid 7 wet). Het college maakt geen gebruik van deze bevoegdheid. Artikel

  1. Terugvordering. Dit artikel is vervallen. Artikel
  2. Brutering van terugvorderingen. Lid 1 Het bruteren van terugvorderingen houdt in dat de vordering met de loonbelasting en premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de bijstand verstrekt in het kader van de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtig is, wordt opgehoogd. Dit voor zover deze belasting en premies niet verrekend kunnen worden met de door het college af te dragen loonbelasting en premies volksverzekeringen. Dit gebeurt jaarlijks na 31 december over de vorderingen van het jaar daarvoor en als het gaat om fraudevorderingen en situaties als genoemd in artikel 2 lid 1 onder a en b Lid 2 Het komt voor dat de hoogte van de terugvordering pas enige tijd nadat bekend is geworden dat er een feit is waaruit een terugvordering voortkomt, kan worden vastgesteld. Is deze periode 3 maanden of langer wordt in principe geen brutering toegepast. Artikel
  3. Verplichtingen met betrekking tot de invordering.

. Artikel 4a. Dwangbevel. Het college kan de kosten van de bijstand invorderen bij dwangbevel. Het college maakt gebruik van deze bevoegdheid. Het college maakt gebruik maakt van de bevoegdheid waarbij de bekendmaking van het dwangbevel door middel van toezending per post aan degene van wie kosten van bijstand worden teruggevorderd. Artikel

  1. Verrekening en beslaglegging. Indien de belanghebbende van wie kosten van de uitkering wordt teruggevorderd, een uit- kering ontvangt op grond van de wet, IOAZ of IOAW, is het college bevoegd tot verrekening van die kosten met die uitkering. Artikel
  2. Wettelijke rente en kosten.

Artikel 7

. Afzien van (verdere) invordering wegens schuldenproblematiek.

Artikel 8

. Afzien van kwijtschelding wegens schuldenproblematiek.

Artikel 9

. Inwerkingtreding van het besluit tot afzien van (verdere) invordering wegens schuldenproblematiek.

. Artikel 10. Intrekking besluit tot afzien van (verdere) invordering wegens schuldenproblematiek.

. Artikel 11. Ambtshalve afzien van (verdere) invordering na het voldoen aan de betalingsverplichting.

. Artikel

  1. Afzien van (verdere) invordering op aanvraag na het voldoen aan de betalingsverplichting. Bij niet-fraudevorderingen is geregeld dat in bepaalde situaties afgezien kan worden van verdere invordering. In veel situaties werken klanten mee met een betalingsregeling maar is het inkomen een periode niet of nauwelijks toereikend om betalingen te verrichten. In dit artikel wordt geregeld dat rekening gehouden wordt met de draagkracht van de belanghebbende bij het besluit om af te zien van verdere terugvordering. Artikel
  2. Geen kwijtschelding na voldoen aan betalingsverplichting.

. Artikel

  1. Geen kwijtschelding bij fraude. In geval van een fraudevordering vindt geen kwijtschelding plaats. Artikel
  2. Verhaal. Het college maakt gebruik van de bevoegdheid om de kosten van de uitkering te verhalen op degene die bijvoorbeeld bij het ontbreken van gezinsverband zijn onderhoudsplicht je- gens zijn echtgenoot, of minderjarig kind niet of niet behoorlijk nakomt. Tenzij sprake is van de uitzonderingen genoemd in artikel
  3. Als het op te leggen verhaalsbedrag lager is dan €50,00 per maand wegen de baten niet op tegen de te maken uitvoeringskosten bij verhaal. Artikel
  4. Onderzoek.

. Artikel 17. Kwijtschelding.

. Artikel 18. Verhaal in rechte.

. Artikel

  1. Bijstellen aflossingsbedragen. De aflossingsbedragen worden ambtshalve bijgesteld bij een wijziging van de bijstandnormen. Met ingang van de dag waarop het netto minimumloon wijzigt, worden de normen herzien met het percentage van deze wijziging. Artikel
  2. Onvoorziene situaties.

. Artikel 21. Hardheidsclausule.

. Artikel 22. Citeertitel en inwerkingtreding.

.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.