Verordening tot eerste wijziging van de Verordening voorzieningen raads- en duo-burgerleden 2008De raad van de gemeente Bergen op Zoom; gezien het voorstel van het presidium; gelet op de artikelen 95 en99 van de Gemeentewet en de Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden; BESLUIT: vast te stellen de volgende "Verordening tot eerste wijziging van de Verordening voorzieningen raads- en duo-burgerleden 2008": Paragraaf1Begripsbepalingen Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder. raadslid : lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder, duo - burgerlid : de persoon die daartoe aangewezen door de gemeenteraad, een raadslid vervangt tijdens commissievergaderingen; commissie : een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet; griffier : de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet; college : het college van burgemeester en wethouders; Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244; Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriele regeling van 20 februari 2001, Stcrt 41, als bedoeld in artikel 23 van het Rechtspositiebesluit wethouders. Paragraaf2Voorzieningen voor raadsleden Artikel2Vergoeding voor de werkzaamheden Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in tabel I, gemeenteklasse 12, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Artikel3Onkostenvergoeding 1Aan het raadslid wordt een onkostenvergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten toegekend die gelijk is aan het bedrag voor gemeenteklasse 12, vermeld in tabel II van het Rechtspositie-besluit raads- en commissieleden. 2Aan een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt in afwijking van het eerste lid een onkostenvergoeding toegekend die gelijk is aan het bedrag voor gemeenteklasse 12, vermeld in tabel III van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Artikel4Ingangs- en einddatum vergoedingen en wijziging vergoedingsbedragen 1De vergoedingen bedoeld in de artikelen 2 en 3 vangen aan op de dag van beëdiging als raadslid en eindigen op de dag waarop het in artikel 1, letter d, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden bedoeld tijdstip van beëindiging van het raadslidmaatschap valt. 2De vergoedingen bedoeld in de artikelen 2 en 3 worden maandelijks uitbetaald. 3De vergoedingen volgen de jaarlijkse wijziging per 1 januari als bedoeld in artikel 2, leden 2 en 5 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Artikel5Reis- en verblijfskosten 1De ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen en verblijf buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden aan een raadslid vergoed. 2De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft bij gebruik van a openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten; b een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders. 3De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid vergoed. Artikel6Studiedag, cursus, congres, seminar of symposium 1De kosten van deelname van een raadslid aan een studiedag, cursus, congres, seminar of symposium die in het gemeentebelang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente. 2Het raadslid dat wil deelnemen aan een studiedag, cursus, congres, seminar of symposium, dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij de voorzitter van de gemeenteraad. De aanvrage is voorzien van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. Indien de deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap, komen de kosten voor rekening van de gemeente. Artikel7(Vervallen) Artikel8Verlaging vergoeding werkzaamheden bij arbeidsongeschiktheid De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op verzoek van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Artikel9Compensatie korting werkloosheidsuitkering 1In het geval een raadslid een uitkering op grand van de Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting. 2In het geval dat een raadslid een uitkering op grand van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel ontvangt en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting. Artikel10Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de gemeenteraad 1Een raadslid dat op grand van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan 30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad waarneemt, ontvangt voor die waarneming een toeslag van 8% van de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden over de tijd van de waarneming. 2Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.