Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting 2017De raad van de gemeente Dronten gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders 9 september 2016, B16.002319; gelet op artikel 223 van de Gemeentewet; gezien het advies van de raadscommissie van oktober 2016; BESLUIT vast te stellen de volgende verordening Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2016 (Verordening forensenbelasting 2017): Artikel1Begripsomschrijvingen 1.Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: Een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet. 2.GBLT: het openbaar lichaam Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus – Tricijn te Zwolle. Artikel2Belastbaar feit en belastingplicht 1.Onder de naam forensenbelasting wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. 2.Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel3Vrijstellingen Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een vertegenwoordigend openbaar lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft. Artikel4Maatstaf van heffing 1.De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt is vastgesteld. 2.In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken. 3.Ingeval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting berekend naar de waarde in het economisch verkeer. 4.De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en het derde lid geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet, met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast. Artikel5Belastingtarief De belasting bedraagt bij een waarde zoals vastgesteld in artikel 4 van deze verordening van: € 26.800,00 of minder: € 132,00; meer dan € 26.800,00, doch minder dan € 40.200,00: € 145,00; € 40.200,00 of meer, doch minder dan € 58.000,00: € 295.00; € 58.000,00 of meer, doch minder dan € 98.000,00: € 442,00; € 98.000,00 of meer: € 610,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.