Verordening op de heffing en de invordering van Rioolrechten 2017De raad van de gemeente Aa en Hunze; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van de gemeente Aa en Hunze van 4 oktober2016; gelet op artikel 228 a van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de: ‘Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2017’ (Verordening Rioolheffing 2017) Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandige gedeelte daarvan; gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transportvan afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voorde gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede dezuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater,alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeftkrachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangeslotenop de gemeentelijke riolering. 2.Met betrekking tot de belasting wordt, ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van hetbelastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dattijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel4Zelfstandige gedeelten Als gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijkgeheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte,met dien verstande dat als twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel5Maatstaf van heffing 1.De belasting wordt geheven naar de waarde in het economisch verkeer van het perceel. 2.Als het perceel een onroerende zaak is, is de waarde in het economisch verkeer de op de voetvan hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgesteldewaarde zoals deze voor het in artikel 7 bedoelde kalenderjaar geldt. 3.Als voor het perceel geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerendezaken is vastgesteld, wordt de heffingsmaatstaf van het perceel bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wetwaardering onroerende zaken. 4.Als voor het perceel geen waarde kan worden vastgesteld met toepassing van het bepaalde inhet tweede en derde lid en sprake is van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet waardering onroerende zaken bedraagt de belastingeen vast bedrag per perceel. Artikel6Belastingtarieven 1.De belasting bedraagt per perceel bij een waarde van: Waarde Tarief
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.