Verordening afvalstoffenheffing gemeente Zutphen 2017De raad van de gemeente Zutphen, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 november 2016 met nummer 91484; gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; b e s l u i t : vast te stellen de: Verordening afvalstoffenheffing gemeente Zutphen 2017 Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: aangeboden container: container die op een zodanig(e) tijdstip en/ of plaats en/ of wijze opgesteld is, dat de inzameldienst redelijkerwijs van mening kon zijn dat deze aangeboden is om huishoudelijk afval in te zamelen; college: het college van burgemeester en wethouders; container: een voor de inzameling van huishoudelijk afval door of vanwege de gemeente per perceel of per groep van percelen ter beschikking gesteld of geplaatst inzamelmiddel; ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer; groep van percelen: een groep van percelen waarvoor op grond van de Afvalstoffenverordening Zutphen 2005 gemeenschappelijk gebruik wordt gemaakt van één of meer containers; huishoudelijk afval: huishoudelijke afvalstoffen, als bedoeld in artikel 1.1 Wet milieubeheer; inworp: opening van een per groep van percelen ter beschikking gestelde of geplaatste inzamelvoorziening; kennisgeving: een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, nota of andere schriftuur; perceel: een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt; tarieventabel: de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. Artikel2Aard van de belasting en belastbaar feit 1.Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2.De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel3Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel4Maatstaven van heffing en tarieven De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel5Belastingjaar 1.Bij de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, geldt voor de belasting als bedoeld in de hoofdstukken II tot en met IV van de tarieventabel als heffingstijdstip het moment waarop de dienst aangevraagd, dan wel verleend wordt. Artikel6Wijze van heffing 1.De belasting bedoeld in hoofdstuk I van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. 2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, wordt de belasting als bedoeld in de hoofdstukken II tot en met IV van de tarieventabel geheven bij wege van een mondelinge dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving. 3.Per belastbaar feit kan afzonderlijk worden geheven. Artikel7Ontstaan van belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belasting als bedoeld in hoofdstuk I, onderdeel 2 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.De belasting als bedoeld in hoofdstuk I, onderdeel 3 van de tarieventabel is verschuldigd na afloop van het belastingjaar of, als dit eerder is, na beëindiging van de belastingplicht. 3.De belasting als bedoeld in de hoofdstukken II, III en IV van de tarieventabel zijn verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening. 4.Als een belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk I, onderdeel 2 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting, als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 5.Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 6.Het vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing, als de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 7.Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven. 8.Voor de toepassing van het bepaalde in het zevende lid wordt het totaal van de op één biljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing of andere heffingen als één belastingaanslag aangemerkt. Artikel8Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2.In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven en wanneer het totaalbedrag van de op het aanslagbiljet vermelde aanslag(en), meer is dan € 50,- doch minder dan € 3.500,- , de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt een maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen een maand later. 3.Bij een op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. 4.De belasting als bedoeld in de hoofdstukken II tot en met IV van de tarieventabel moet worden betaald: bij uitreiking van de kennisgeving: op het tijdstip van uitreiking; bij toezending van de kennisgeving: binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 5.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel9Overdracht van bevoegdheden Het college kan deze verordening wijzigen als de wijzigingen: van zuiver redactionele aard zijn; een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijkswet- en regelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant; een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel10Nadere regels door het bestuur van de gemeenschappelijke regeling Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling Tribuut belastingsamenwerking kan nadere regels geven over de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing. Artikel11Datum van ingang heffing De datum van ingang van de heffing is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.