Verordening op de heffing en de invordering van Afvalstoffenheffing en Reinigingsrechten 2017De raad van de gemeente Aa en Hunze; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van de gemeente Aa en Hunze van 4 oktober2016; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 vande Wet milieubeheer; besluit: vast te stellen de: ‘Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2017’ (Verordening Reinigingsheffingen 2017) HOOFDSTUKIALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Inleidende bepaling Krachtens deze verordening worden geheven: Afvalstoffenheffing; Reinigingsrechten. Artikel2Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: ‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing:gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer; grof bedrijfsafval:afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke dooraard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld. HOOFDSTUKIIAFVALSTOFFENHEFFING Artikel3Aard van de belasting en belastbaar feit 1.Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel15.33 van de Wet milieubeheer. 2.De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordtnaar afzonderlijke grondslagen geheven terzake van het gebruik maken van een perceel ten aanzienwaarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot hetinzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel4Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld aldan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceelten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichtingtot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bijdeze verordening behorende tarieventabel. Artikel6Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing De belasting wordt geheven door middel van aanslag Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvangvan de belastingplicht. 2.Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voorzoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na deaanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffingvoor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, nahet einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing als de belastingplichtige binnen de gemeenteverhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. Artikel9Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen wordenbetaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van hetaanslagbiljet en de volgende termijn twee maanden later 2.In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigdeaanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 50,00en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnenworden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. Deeerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgendetermijnen één maand later. 3.De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. HOOFDSTUKIIIREINIGINGSRECHTEN. Artikel10Aard van de belasting en belastbaar feit Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel11Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienstwordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel12Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de hoofdstukken2 en 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemdeeenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel13Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel14Wijze van heffing 1.De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden door middel van aanslag geheven. 2.De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving, nota of andere schriftuur. Artikel15Ontstaan van de belastingschuld voor de verschuldigde rechten 1.De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van hetbelastingjaar of zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voorzoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na deaanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffingvoor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, nahet einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing als de belastingplichtige binnen de gemeenteverhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. Artikel16Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van dedienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel17Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen wordenbetaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgendop de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maandenlater. 2.In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaaldin tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen een maand later. 3.De reinigingsrechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel moeten worden betaald, ingevalde kennisgeving als bedoeld in artikel 14 lid 2: mondeling wordt gedaan op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan welingeval van toezending daarvan, binnen veertien
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.