Algemene subsidieverordening Gemeente Tholen 2011De raad van de gemeente Tholen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 mei 2010, inzake de Algemene subsidieverordening Gemeente Tholen 2011; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht; b e s l u i t : vast te stellen de volgende verordening: Algemene subsidieverordening Gemeente Tholen 2011 Hoofdstuk1- Algemene bepalingen Artikel1- Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tholen; eenmalige subsidie: subsidie ten behoeve van bijzondere incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal vier jaar subsidie wil verstrekken; raad: raad van de gemeente Tholen; jaarlijkse subsidie: subsidie die per (boek)jaar of voor een bepaald aantal boekjaren aan een instelling voor een periode van maximaal vier jaar wordt verstrekt. Instelling: een rechtspersoon die krachtens deze verordening subsidie ontvangt of wenst te ontvangen. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder instelling mede verstaan een natuurlijke persoon of groep van personen voor zover bij of krachtens deze verordening geen aparte regels worden gegeven. Artikel2- Reikwijdte verordening 1.De Raad stelt vast dat voor de volgende beleidsterreinen subsidie kan worden verstrekt: algemeen bestuur; openbare orde en veiligheid; mobiliteit en openbare ruimte; werken en winkelen; onderwijs; cultuur en recreatie; welzijn; sociale voorzieningen; wonen 2.Het college kan nadere regels stellen, waarin de te subsidiëren activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van de subsidie per beleidsterrein zoals bedoeld in het eerste lid worden omschreven. Artikel3- Evaluatieplicht De evaluatieplicht als bedoeld in artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht wordt uitgesloten. Artikel4- Bevoegdheid college 1.Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies met in achtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen of het subsidieplafond en - indien de begroting nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd - onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. 2.Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden. Hoofdstuk2- Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud Artikel5- Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1.De raad kan jaarlijks bij de vaststelling van de begroting besluiten tot het instellen van subsidieplafond(s). 2.Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld. 3.Het college kan - met inachtneming van de ingevolge artikel 2, door de raad vastgestelde beleidsterreinen en regels, nadere regels stellen omtrent de verdeling van het beschikbare bedrag. 4.Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. 5.Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Hoofdstuk3- Aanvraag van de subsidie Artikel6- Bij aanvraag in te dienen gegevens 1.De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college met behulp van een door het college vastgesteld aanvraagformulier of indien gewenst een eigen opgave met daarin dezelfde gegevens verwerkt als gevraagd wordt in het door het college vastgestelde aanvraagformulier. 2.Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende gegevens: een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor wordt aangevraagd; de doelstellingen en resultaten, die daarmee worden nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen. In bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen; een begroting en dekkingsplan van de kosten van de activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; indien van toepassing bij een jaarlijkse subsidie, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag. 3.Indien een aanvrager voor de eerste maal een jaarlijkse subsidie aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar als bijlagen toe aan het aanvraagformulier. 4.Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk, respectievelijk voldoende, zijn. Artikel7- Aanvraagtermijn 1.Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt gedaan uiterlijk 1 april in het jaar voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft. 2.Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies. Artikel8- Beslistermijn 1.Het college beslist op een aanvraag om een eenmalige subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag, dan wel, indien het college hiertoe regels heeft opgesteld, 13 weken gerekend vanaf de uiterste indieningtermijn voor het aanvragen van de subsidie. 2.Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie uiterlijk vóór 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. Hoofdstuk4- Weigering van de subsidie Artikel9- Weigeringgronden 1.Het college kan een aanvraag voor subsidie weigeren indien de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of niet of nauwelijks ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen. 2.Tevens kan het college de aanvraag voor subsidie weigeren op grond van de genoemde gevallen in de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet Bestuursrecht. 3.Het college kan een aanvraag voor subsidie weigeren wanneer de aanvragen ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken. 4.Het college kan een aanvraag voor subsidie weigeren wanneer de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de gemeente. Artikel10- Wet BIBOB Het college kan voor subsidies binnen door de raad vast te stellen beleidsterreinen of onderdelen daarvan bepalen dat de gevraagde subsidie kan worden geweigerd of de verleende subsidie kan worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur. Hoofdstuk5- Verlening van de subsidie Artikel11- Verlening subsidie 1.Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaats vindt. 2.Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en gebruik van de subsidie. 3.Ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening kan een overeenkomst worden gesloten. Artikel12- Betaling en bevoorschotting 1.Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel a en b, wordt gegeven, vindt de betaling van de gehele subsidie in één bedrag plaats. 2.Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 17, wordt gegeven, wordt 90% bevoorschot. 3.Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 18 wordt gegeven, wordt in het besluit tot subsidieverlening de hoogte en termijnen van de voorschotten bepaald.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.