Verordening op de rekenkamercommissie van de gemeente Deventer De raad van de gemeente Deventer; gelezen het voorstel van het presidium van 22 januari 2004, voorstelnummer 2004.02641; gelet op de artikelen 81o en 84 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de Verordening op de rekenkamercommissie van de gemeente Deventer. Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: raad: de raad van de gemeente Deventer; wet: Gemeentewet; voorzitter: voorzitter van de rekenkamercommissie; college: college van burgemeester en wethouders van Deventer ; commissie: de rekenkamercommissie van de gemeente Deventer. Artikel2Rekenkamercommissie Er is een door de raad ingestelde commissie, belast met de uitoefening van de rekenkamerfunctie als bedoeld in artikel 81o van de Gemeentewet. Artikel3Taak rekenkamercommissie. 1.De commissie onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van de uitvoering van het door de raad, B&W en bestuurscommissies gevoerde beleid, en adviseert de raad hierover. 2.Ook instellingen en bedrijven waarvan de activiteiten geheel of in belangrijke mate door de gemeente worden bekostigd, kunnen tot onderwerp van studie benoemd worden. Artikel4Samenstelling, benoeming en zittingsduur 1.De commissie bestaat uit een externe voorzitter en minimaal drie leden (maximaal één lid per fractie); 2.De voorzitter wordt door de raad benoemd. Niet benoembaar tot voorzitter van de commissie is: een lid van het college; een lid van de raad dan wel raadscommissie; een bestuurder of persoon in dienst van een instelling, zoals bedoeld in artikel 12, vijfde lid. 3.De raad benoemt uit de kring van raadsleden en raadscommissieleden het aantal leden als bedoeld in het eerste lid en tenminste één plaatsvervanger. 4.Naar behoefte kan de commissie worden uitgebreid met één of meer door de raad te benoemen externe leden. Ten aanzien van de externe leden is artikel 81g van de Gemeentewet (aflegging eed) van overeenkomstige toepassing. 5.De leden van de commissie die tevens raadslid of raadscommissielid zijn, worden voor een periode gelijk aan de zittingsduur van de raad aangewezen. De voorzitter wordt voor een periode van zes jaar benoemd. 6.De voorzitter wordt bij afwezigheid vervangen door een door de commissie uit haar midden aan te wijzen lid. Artikel5Ontslag en schorsing 1.De raad ontslaat de leden en plaatsvervangende leden of stelt hen op non-activiteit. 2.Het lidmaatschap van een raadslid of raadscommissielid eindigt: op eigen verzoek; indien het lid aftreedt als lid van de raad respectievelijk raadscommissie; indien de raad van oordeel is dat het lid respectievelijk plaatsvervangend lid niet langer geschikt is zijn functie in de commissie te vervullen; 3.Het lidmaatschap van de voorzitter respectievelijk extern lid eindigt: op eigen verzoek; bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de commissie; wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; indien het lid bij onherroepelijk geworden rechtelijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld. 4.De voorzitter en het externe lid van de commissie kunnen door de raad worden ontslagen wanneer zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn hun functie te vervullen. Artikel6Vergoeding voor werkzaamheden van de leden van de rekenkamercommissie 1.De voorzitter, de externe leden en de leden die tevens raadscommissielid doch geen raadslid zijn ontvangen een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie. 2.De vergoeding genoemd in het eerste lid komt ten laste van het budget van de commissie. Artikel7Taken en bevoegdheden voorzitter 1.De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de commissie. 2.De voorzitter bereidt besluiten van de commissie voor en voert deze uit. 3.De voorzitter leidt vergaderingen van de commissie. 4.De voorzitter regelt de orde tijdens een vergadering. 5.De voorzitter draagt zorg voor het bewaken van de uitgangspunten en werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. 6.De voorzitter is verantwoordelijk voor een adequate en tijdige informatievoorziening naar de leden en naar externen. 7.De voorzitter vertegenwoordigt de commissie naar buiten toe en is woordvoerder namens de commissie. Artikel8Ambtelijk secretaris. 1.De commissie wordt bij de uitoefening van haar taken terzijde gestaan door een ambtelijk secretaris. 2.De secretaris maakt deel uit van de raadsgriffie en wordt voor onbepaalde tijd benoemd door de raad in overleg met de commissie. 3.De secretaris legt rechtstreeks verantwoording af aan de commissie over de wijze waarop de ondersteunende taken worden verricht. 4.De secretaris draagt zorg voor de agendaplanning, de verslaglegging en de vorming van dossiers. Artikel9Reglement van orde De commissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na vaststelling onverwijld ter kennisneming aan de raad. Artikel10Onderzoeksprogramma, probleemstelling en onderzoeksopzet 1.De commissie stelt jaarlijks, mede aan de hand van de aangedragen onderwerpen, een onderzoeksprogramma vast. De commissie bepaalt zelf de onderwerpen die zij onderzoekt. 2.De raad kan de commissie, voorafgaand aan de opstelling van het onderzoeksprogramma, gemotiveerd verzoeken een onderwerp in het onderzoeksprogramma op te nemen. Indien de commissie niet aan het verzoek van de raad voldoet, motiveert zij dat naar behoren. 3.De voorzitter doet mededeling van een voorgenomen onderzoek aan raad, B&W en andere betrokkenen, alsmede aan de lokale media. 4.De commissie kan besluiten tot een verkennend onderzoek (quick scan), alvorens definitief te besluiten tot een bepaald onderzoek. 5.Van een voorgenomen verkennend onderzoek hoeft geen mededeling te worden gedaan aan raad, B&W of andere betrokkenen. 6.De commissie formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast. 7.De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de commissie ter kennisneming aan de raad verstuurd. Artikel11Werkwijze 1.De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet. 2.De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren. 3.Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming van het beschikbare budget, externe personen of bureaus inschakelen. 4.Bij de uitvoering van haar onderzoek draagt de commissie zorg voor de toepassing van het beginsel van hoor en wederhoor over de feitelijke bevindingen ten aanzien van de organisatieonderdelen, instellingen en de daarbij werkzame personen die onderwerp van onderzoek zijn. Artikel12Bevoegdheid tot het inwinnen van inlichtingen De commissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en bij alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de commissie gestelde termijn te verstrekken. De commissie is bevoegd alle documenten die berusten bij het college te onderzoeken, voor zover zij dat ter vervulling van haar taak nodig acht. Indien de zorg voor een administratie aan een derde is uitbesteed, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing op de administratie van de betrokken derde dan wel van degene die de administratie in opdracht van die derde voert. Het college verstrekt aan de commissie de planning en de resultaten van onder zijn verantwoordelijkheid uitgevoerde doelmatigheid-, doeltreffendheid- en rechtmatigheid-onderzoeken. De commissie is bevoegd, indien en voor zover de gemeente uit anderen hoofde over deze bevoegdheid beschikt, ten aanzien van de volgende instellingen onderzoek te doen instellen bij: openbare lichamen en gemeenschappelijke organen ingesteld krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan de gemeente deelneemt, over de jaren dat de gemeente deelneemt in de regeling; naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt, over de jaren dat de gemeente meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt; andere privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de gemeente of een derde voor rekening en risico van de gemeente rechtstreeks of middellijk een subsidie, lening of garantie heeft verstrekt ten bedrage van tenminste 50% van de baten van deze instelling, over de jaren waarop deze subsidie, lening of garantie betrekking heeft; De commissie is bevoegd mondeling en schriftelijk informatie in te winnen bij de onder a, b en c genoemde organisaties. Bij het uitoefenen van haar taak kan de commissie gebruik maken van de resultaten van door anderen verrichte controles, onverminderd haar bevoegdheid tot eigen onderzoek. De accountant als bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet verstrekt desgevraagd aan de commissie controleprogramma’s en licht haar volledig in omtrent de resultaten daarvan door overlegging van rapporten of op andere door de commissie aan te geven wijze. Artikel13Vergaderingen rekenkamercommissie 1.De commissie vergadert zoveel als zij nodig acht, ter bespreking van procedu¬rele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek. 2.De commissie vergadert in beslotenheid. 3.De commissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen. 4.Door of namens de voorzitter worden de leden schriftelijk ter vergadering opgeroepen. De oproeping wordt aan de leden en de plaatsvervangend leden toegezonden, onder vermelding van de tijdens de vergadering te behandelen agenda en zo mogelijk onder bijvoeging van de bij de agenda behorende stukken. 5.De commissie is bevoegd collegeleden, raadsleden, ambtenaren, externe deskundigen en bestuurders en medewerkers van instellingen als bedoeld in artikel 12, vijfde lid, uit te nodigen tot het bijwonen van een vergadering. 6.Een vergadering wordt niet gehouden indien niet, behalve de voorzitter, tenminste de helft van het aantal leden en plaatsvervangende leden aanwezig is. 7.Een stemming is alleen geldig indien meer dan de helft van het aantal aanwezige leden daaraan heeft deelgenomen. 8.De commissie neemt besluiten bij meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag. Artikel14Rapportages 1.De commissie legt de resultaten van haar onderzoek vast in een conceptonderzoeksrapport. 2.Elk rapport van de commissie, betrekking hebbend op een onderzoek, bevat een verantwoording over de wijze waarop de commissie dat onderzoek heeft verricht en waarop zij van haar bevoegdheden gebruik heeft gemaakt. 3.De commissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het conceptonderzoeksrapport aan de commissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt verder wie verder als betrokkenen worden aangemerkt. 4.Na vaststelling door de commissie worden het onderzoeksrapport en de nota met conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen op het rapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden. 5.De rapporten van de commissie zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur kan de commissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. Artikel15Jaarverslag De commissie stelt elk jaar vóór 1 april een verslag op van haar werkzaamheden en van de uitvoering van het onderzoekprogramma. Artikel16Budget 1.De commissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken. 2.Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van: de vergoedingen aan de voorzitter , de externe leden en de leden die tevens raadscommissielid doch geen raadslid zijn; de uren van de ambtelijk secretaris; onderzoeksmedewerkers; externe deskundigen die eventueel door de commissie zijn ingeschakeld; eventuele overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak. 3.De commissie is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad. Artikel17Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 april 2004 en vervangt de Verordening op de Rekenkamer van de gemeente Deventer’, gewijzigd vastgesteld op 27 september
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.