Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2017Raadsbesluit 2016 registratienummer: 2016-20419 DE RAAD DER GEMEENTE EPE gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, nr. 2016-20413 d.d. 27 september 2016; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; BESLUIT Vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten
- Artikel1Begripsomschrijvingen 1.De begripsomschrijvingen uit de Wet op de lijkbezorging en de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Epe 2014 zijn van overeenkomstige toepassing op hetgeen in deze verordening is bepaald. 2.Deze verordening verstaat onder buitengewone uren: maandag tot en met vrijdag: de uren vóór 09.00 uur en na 16.00 uur; zaterdag, zondag, algemeen erkende feestdag en daarmee gelijkgestelde dagen: de gehele dag. Artikel2Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Artikel3Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4Vrijstellingen De rechten worden niet geheven voor het opgraven van een lijk of asbus op rechterlijk gezag. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel6Belastingjaar 1.Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2.Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 4.4 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. Artikel7Wijze van heffing De rechten worden bij wege van aanslag geheven. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1.Het onderhoudsrecht, bedoeld in hoofdstuk 4.3 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is het recht bedoeld in 4.3 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Belastingbedragen van minder dan € 10 worden niet geheven. 4.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor het recht bedoeld in 4.3 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 5.Voor de toepassing van het bepaalde in het derde lid wordt het totaal van op één biljet verenigde aanslagen lijkbezorgingsrechten of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag. Artikel9Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten Andere rechten dan die bedoeld in hoofdstuk 4.3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel10Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2.In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 50,- maar minder dan € 3.500,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.In afwijking in zoverre van het tweede lid geldt dat indien op het aanslagbiljet uitsluitend belasting is vermeld die betrekking heeft op het jaarlijks onderhoudsrecht als bedoeld in onderdeel 4.3 van de tarieventabel, deze moet worden betaald overeenkomstig het eerste lid. 4.In afwijking in zoverre van het tweede lid geldt dat indien een of meerdere aanslagen jaarlijks onderhoudsrecht als bedoeld in onderdeel 4.3 van de tarieventabel op een aanslagbiljet wordt gecombineerd met een of meer andere aanslagen, niet zijnde lijkbezorgingsrechten, de mogelijkheden voor gespreide betaling via automatische betalingsincasso voor die andere aanslagen op overeenkomstige wijze van toepassing zijn op de aanslag(en) jaarlijks onderhoudsrecht. 5.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel11Nadere regels door het bestuur van Tribuut belastingsamenwerking Het bestuur van Tribuut belastingsamenwerking kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de rechten. Artikel12Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: van zuiver redactionele aard zijn; een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant; een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel13Overgangsrecht 1.De Verordening Lijkbezorgingsrechten 2016 van 12 november 2015 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt. Artikel14Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- Artikel15Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening lijkbezorgingsrechten
- Epe, 10 november 2016 De raad voornoemd, de voorzitter, de griffier, Ir. H. van der Hoeve MPA V. Smit. Tarieventabel behorende bij de Verordening lijkbezorgingsrechten 2017 Hoofdstuk 1 Verlenen van rechten 1.
- Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een graf wordt geheven 1.1.
- voor een periode van 20 jaar € 1.314,00 1.1.
- voor een periode van 50 jaar € 2.628,00 1.
- Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een urnennis wordt geheven 1.2.
- voor een periode van 10 jaar € 649,00 1.2.
- voor een periode van 20 jaar € 823,00 1.2.
- voor een periode van 50 jaar € 1.646,00 1.
- Voor het verlengen van het uitsluitend recht, bedoeld in onderdeel 1.
- wordt een recht geheven per verlenging van 10 jaar van € 739,00 1.
- Voor het verlengen van het uitsluitend recht, bedoeld in onderdeel 1.
- wordt een recht geheven per verlenging van 10 jaar van € 338,00 Hoofdstuk 2 Begraven 2.
- Voor het begraven van een lijk van een kind beneden één jaar wordt geheven € 227,00 2.
- Voor het begraven van een lijk van een kind beneden 12 jaar wordt geheven € 451,00 2.
- Voor het begraven van een lijk van een persoon van 12 jaar of ouder wordt geheven € 899,00 2.
- Voor het begraven op buitengewone uren wordt het recht, bedoeld in de onderdelen 2.1., 2.
- en 2.
- verhoogd met € 331,00 Hoofdstuk 3 Bijzetten van asbussen en urnen 3.
- Voor het bijzetten van een asbus of een urn 3.1.
- van een kind beneden 12 jaar wordt geheven € 227,00 3.1.
- van een persoon van 12 jaar of ouder 3.1.1.1 in een urnennis, wordt geheven € 283,00 3.1.1.
- in een graf, wordt geheven € 563,00 3.
- Voor het bijzetten op buitengewone uren wordt het recht, bedoeld in onderdeel 3.
- verhoogd met € 331,00 Hoofdstuk 4 Grafbedekking en onderhoud 4.
- Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het plaatsen van gedenktekens, per gedenkteken € 198,00 4.
- Voor het door of vanwege de gemeente onderhouden van de begraafplaats wordt geheven: 4.2.
- voor een algemeen graf, voor elk lijk dat daarin begraven wordt € 286,00 4.2.
- voor een particuliere urnennis of particulier graf, waarvoor het uitsluitend recht is verleend of verlengd voor de tijd van 10 jaar, voor de duur van die periode € 555,00 4.2.
- voor een particuliere urnennis of particulier graf, waarvoor het uitsluitend recht is verleend of verlengd voor de tijd van 20 jaar, voor de duur van die periode € 1.021,00 4.2.
- vervallen 4.2.
- voor een particuliere urnennis of particulier graf, waarvoor het uitsluitend recht is verleend voor de tijd van 50 jaar, voor de duur van die periode € 2.012,00 4.
- In afwijking in zoverre van het bepaalde in onderdeel 4.2 wordt voor graven of urnennissen waarvoor het uitsluitend recht is verleend of verlengd vóór 1 januari 2016 een jaarlijks onderhoudsrecht geheven, per graf of urnennis van € 60,00 4.
- Het recht, bedoeld in onderdeel 4.
- kan worden afgekocht 4.4.
- voor onbepaalde tijd door voldoening van een som ineens van € 3.374,00 4.4.
- voor bepaalde tijd door voldoening van een bedrag bepaald volgens onderstaande tabel. Afkoop kan alleen plaatsvinden voor de volledige duur van de resterende periode waarvoor het grafrecht loopt. De afkoopsom bedraagt de contante waarde van de op het tijdstip van afkoop nog te verschijnen belastingbedragen en wordt berekend door vermenigvuldiging van het jaarlijkse belastingbedrag met de hierna te noemen factor. Aantal jaren waarvoor vermenigvuldigingsfactor aantal jaren waarvoor vermenigvuldigingsfactor wordt afgekocht wordt afgekocht 1 1 26 21,0405 2 1,9825 27 21,6728 3 2,9479 28 22,2941 4 3,8964 29 21,9045 5 4,8283 30 23,5042 6 5,7439 31 24,0934 7 6,6435 32 24,6724 8 7,5274 33 25,2412 9 8,3959 34 25,8001 10 9,2492 35 26,3492 11 10,0876 36 26,8887 12 10,9113 37 27,4188 13 11,7206 38 27,9396 14 12,5158 39 28,4513 15 13,2971 40 28,9541 16 14,0647 41 29,4481 17 14,8189 42 29,9335 18 15,5599 43 30,4104 19 16,2880 44 30,8790 20 17,0034 45 31,3394 21 17,7063 46 31,7917 22 18,3969 47 32,2361 23 19,0754 48 32,6728 24 19,7420 49 33,1018 25 20,3970 50 33,5233 Hoofdstuk 5 Lijkschouwing 5.
- Voor het op verzoek schouwen van een lijk door een gemeentelijk lijkschouwer wordt geheven € 342,00 Hoofdstuk 6 Opgraven, ruimen en verstrooien 6.1 Voor het opgraven van een lijk of de overblijfselen van een lijk wordt geheven € 899,00 6.2 Voor het na opgraven weer begraven, worden de in hoofdstuk 2 bedoelde rechten geheven 6.3 Voor het opgraven van een asbus wordt geheven € 563,00 6.4 Voor het weer terugplaatsen van de asbus worden de in hoofdstuk 3 bedoelde rechten geheven 6.5 Voor het ruimen (schudden) van een graf op verzoek van de rechthebbende wordt geheven € 899,00 6.6 Voor het verstrooien van as op een begraafplaats wordt per asbus geheven € 150,00 Hoofdstuk 7 Overige heffingen 7.1 Voor het gebruik van de aula op de begraafplaats Norelbos wordt geheven per uitvaart € 183,00 7.2 Het tarief bedraagt voor het beschikbaar stellen van een bronzen gedenkplaat en voor het aanbrengen van een opschrift/inscriptie daarop € 196,00 Behoort bij raadsbesluit van 10 november 2016, nr. 2016-20419, de raadsgriffier van de gemeente Epe, V.J.S.M. Smit Toelichting Verordeninglijkbezorgingsrechten 2017 De gemeente Epe hanteert als uitgangspunt voor het opstellen van de verordening de modelverordening van de VNG. Op onderdelen wijkt Epe af. Voor de toelichting wordt verwezen naar de modeltoelichting van de VNG zoals die onder meer te vinden is op www.modelverordeningen.nl. De afwijkingen worden hieronder toegelicht. Artikel 1, eerste lidDe modelverordening van de VNG kent een uitgebreide begripsomschrijving. In Epe is er voor de eenvoud voor gekozen om aan te sluiten bij bestaande begripsomschrijvingen uit de Wet op de lijkbezorging en de Beheersverordening. Artikel 2Aangezien in Epe geen crematoria zijn is het onderdeel uit de modelbepaling dat betrekking heeft op crematoria niet overgenomen. In verband met de uitbesteding van de gemeentelijke buitendienst per 2015 worden onderhoudswerkzaamheden niet door de gemeente zelf verricht, maar vanwege de gemeente. De redactie is hierop aangepast. Artikel 4Het VNG-model kent geen vrijstellingsbepalingen. Epe hanteert, net als veel andere gemeenten, een vrijstelling voor opgraven van lijken of asbussen op rechterlijk gezag. Wellicht is deze bepaling zelfs overbodig omdat in die gevallen mogelijk geen sprake is van dienstverlening als bedoeld in artikel 229 van de Gemeentewet en legesheffing dus überhaupt niet mogelijk is. De bepaling is voor de zekerheid opgenomen. Artikel 7In Epe worden alle lijkbezorgingsrechten bij wege van aanslag geheven. Het VNG-model kent daarnaast de mogelijkheid voor heffing door middel van een schriftelijke kennisgeving. Artikel 8De ontheffingsmogelijkheid wijkt in Epe af van het VNG-model. In Epe is een bepaling opgenomen op grond waarvan kleine belastingaanslagen (<€ 10) niet worden opgelegd. Tevens is een bepaling opgenomen die bewerkstelligt dat de grens waaronder ontheffing en heffing niet plaatsvindt op biljetniveau geldt. Artikel 10In de gemeente Epe geldt, conform de harmonisatie van betaaltermijnen binnen Tribuut belastingcentrum, de mogelijkheid om in twee termijnen te betalen. Daarnaast bestaat onder bepaalde voorwaarden de mogelijkheid om via automatische incasso in 10 maandelijkse termijnen de belasting te voldoen. Het VNG-model gaat uit van betalen in twee termijnen, zonder automatische incassomogelijkheid. Artikel 12Dit artikel stemt overeen met de vergelijkbare bepaling in de Legesverordening en maakt het mogelijk dat het college van B&W redactionele aanpassingen doorvoert in de verordening. Het VNG-model kent deze bepaling niet. Tarieventabel, hoofdstuk 4 (onderhoud)Het onderhoud van de begraafplaats moet in alle gevallen worden betaald, dus zowel bij algemene als particuliere graven alsmede bij particuliere urnennissen. Nieuw vanaf 2016 is dat het onderhoud via een eenmalige aanslag moet worden betaald voor de duur van het recht en bij algemene graven voor een vast bedrag. Bestaande situaties die vóór 2016 gekozen hebben voor een jaarlijkse aanslag voor onderhoud worden voortgezet totdat de periode waarvoor het uitsluitend recht is verleend afloopt. Als de rechthebbende kiest voor verlenging, geldt dat voor de periode van de verlenging het onderhoud ineens betaald moet worden. Voor nieuw uit te geven graven geldt eveneens het nieuwe regime: de kosten voor onderhoud worden in één keer in rekening gebracht. Die kosten zijn overigens over de gehele looptijd lager dan bij een jaarlijkse aanslag. Omdat er wel een grotere financiële last ineens ontstaat, is de mogelijkheid van gespreide betaling via automatische incasso geïntroduceerd.