Beleidsregels voor briefadressen gemeente Kaag en Braassem december 2016Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kaag en Braassem, gelet op de artikelen 1.1, 2.23, 2.38 tot en met 2.42, 2.43, 2.45, 2.47 en 2.52 van de Wet basisregistratie personen (wet BRP), artikel 29 van het Besluit basisregistratie personen (Besluit BRP), de artikelen 17, 18 en 19 van de Regeling basisregistratie personen (Regeling BRP), de artikelen 4:5, 4:7 en 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, de circulaire ‘BRP en briefadres’ van de minister van Binnenlandse Zaken van 7 november 2016 en de circulaire ‘Registratie briefadres om veiligheidsredenen waaronder ingeval van verblijf in Blijf-van-mijn-lijf-huizen’ van de Minister van Binnenlandse Zaken van 6 december 2013; overwegende dat het gewenst is om beleidsregels vast te stellen met betrekking tot de aangifte en registratie van een briefadres met als doel duidelijkheid bieden over hoe wet- en regelgeving wordt toegepast binnen de gemeente Kaag en Braassem én het oneigenlijk gebruik van het briefadres tegen te gaan; besluit vast te stellen de Beleidsregels voor briefadressen gemeente Kaag en Braassem december 2016 Artikel1Begrippen Briefadresaanvrager: degene die een aanvraag indient met als doel een beschikking tot een briefadres te krijgen. Artikel2Redenen briefadres Redenen voor de aangifte van een briefadres kunnen zijn: het ontbreken van een woonadres vanwege: dak- of thuisloosheid; korte overbrugging tussen twee woonadressen (maximaal drie maanden); het wonen in een voertuig zonder vaste stand- of ligplaats; de uitoefening van een ‘ambulant beroep’ in Nederland; korter dan twee jaar verblijf in het buitenland en beroepshalve varend op een schip dat de thuishaven in Nederland heeft; kort verblijf in het buitenland: maximaal acht maanden gedurende een periode van een jaar. verblijf in een instelling zoals bedoeld in artikel 2.40, derde en vierde lid, van de wet BRP, zoals: instellingen voor gezondheidszorg; instellingen op het gebied van de kinderbescherming; penitentiaire instellingen. verblijf in een instelling voor mannen- of vrouwenopvang (blijf-van-mijn-lijfhuizen); verblijf op een adres waarvan het opnemen van dat woonadres naar het oordeel van de burgemeester om veiligheidsredenen niet wenselijk is. Artikel3Voorwaarden aangifte briefadres 1.De aangifte van een briefadres wordt (desgevraagd persoonlijk) gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt. 2.Bij een aangifte van een briefadres dienen alle benodigde stukken te worden overhandigd. 3.Onder benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan; een volledig ingevuld en ondertekend Aanvraagformulier briefadres; een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan van de aangever; een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan van de briefadresgever; een door de briefadresgever ondertekende Verklaring toestemming briefadresgever; een officiële verklaring van een medewerker van een erkende hulpverlenende organisatie waaruit blijkt dat er een begeleidingsplan is/wordt opgesteld ten behoeve van de briefadresaanvrager inzake de dak- of thuisloosheid, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid, sub a; een huur- of koopcontract van de nieuwe woning en/of een leveringsakte, waaruit blijkt dat er sprake is van een korte overbrugging (maximaal drie maanden) tussen twee woonadressen, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid, sub b; een eigendomsakte (dan wel huurcontract) van het voer- of vaartuig en bewijsstukken waaruit verblijf op verschillende verblijfsplaatsen binnen Nederland blijkt (bijvoorbeeld tanken pinbonnen), als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid, sub c; een werkgeversverklaring of een uittreksel van de Kamer van Koophandel (niet ouder dan zes maanden) waaruit blijkt dat er sprake is van de uitoefening van een ambulant beroep in Nederland, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid, sub d; een werkgeversverklaring of uittreksel van Kamer van Koophandel (niet ouder dan zes maanden) waaruit de uitoefening van een beroep op een varend schip in het buitenland blijkt, bewijsstukken waaruit blijkt dat er een korter verblijf is dan twee jaar in het buitenland (bijvoorbeeld tickets, visa, (werkgevers)contracten) en bewijsstukken waaruit blijkt wat de thuishaven van het betreffende schip is, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid, sub e; bewijsstukken waaruit ten hoogste acht maanden verblijf in het buitenland blijkt (bijvoorbeeld tickets, visa, (werkgevers)contracten) als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid, sub f; een schriftelijke verklaring van de instelling, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, tweede en derde lid; een schriftelijke verklaring van de burgemeester waaruit blijkt dat verblijf op een adres op een woonadres voor de persoon in kwestie om veiligheidsredenen niet wenselijk is, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, vierde lid. 4.Wanneer het na het overhandigen van de stukken zoals bepaald in het derde lid niet mogelijk is om de aangifte van het briefadres afdoende te kunnen beoordelen, kunnen nadere benodigde stukken worden vereist. 5.Als één of meer benodigde stukken ontbreken, wordt de aangever in de gelegenheid gesteld binnen vier weken het verzuim te herstellen en de aangifte alsnog aan te vullen. 6.Indien de aangifte niet binnen vier weken na aangifte aangevuld wordt of nadat de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken, kan de aangifte buiten behandeling gesteld worden. Artikel4Weigeringsgronden 1.Het is in ieder geval niet mogelijk om ingeschreven te worden op een briefadres, indien: er in de aangifte een andere reden is opgegeven dan de in artikel 2 benoemde redenen om een briefadres te kunnen houden; er in de aangifte geen reden is opgegeven; de aangeleverde stukken niet voldoende aannemelijk maken dat een briefadres rechtmatig gehouden zal worden op grond van een van de in artikel 2 benoemde redenen om een briefadres te kunnen houden; de aangever een woonadres heeft; er een onderzoek loopt naar de verblijfplaats van de briefadresgever; het briefadres een adres betreft waarop al een briefadres is verleend aan: twee alleenstaanden / twee gezinshuishoudens / een alleenstaande en een gezinshuishouden. Artikel5Bepalingen dak- of thuisloosheid 1.Om een briefadres toegekend te kunnen krijgen op grond van artikel 2, eerste lid, sub a, moet de briefadresaanvrager zijn of haar laatste woonadres in de gemeente Kaag en Braassem hebben genoten. 2.Om een briefadres toegekend te kunnen krijgen op grond van artikel 2, eerste lid, sub a, dient de briefadresaanvrager een begeleidingsplan aan te vragen inzake de dak- of thuisloosheid bij een erkende hulpverlenende organisatie. 3.Wanneer een briefadres gehouden wordt op grond van artikel 2, eerste lid, sub a, dient de briefadreshouder te voldoen aan de voorwaarden zoals gesteld binnen het betreffende begeleidingsplan. 4.Een briefadres dat wordt toegekend op grond van artikel 2, eerste lid, sub a, wordt gehouden op het (post)adres van de gemeente Kaag en Braassem. Artikel6Vermoedelijke termijn gebruik en het verlopen hiervan 1.Bij de aangifte wordt een vermoedelijke termijn van het gebruik van het briefadres vastgesteld. 2.Na het verloop van de vermoedelijke termijn van het gebruik van het briefadres, wordt de briefadreshouder schriftelijk verzocht (desgevraagd in persoon) specifieke stukken te verstrekken, waarmee beoordeeld wordt of de briefadreshouder nog rechtmatig met een briefadres in de BRP staat ingeschreven. 3.De benodigde stukken die in het eerste lid verzocht worden, zijn gelijk aan de benodigde stukken zoals gesteld in artikel 3, derde- en vierde lid. 4.Als de briefadreshouder niet de benodigde stukken zoals bepaald in artikel 3, derde en vierde lid tijdig aanlevert, of wanneer blijkt dat de briefadreshouder niet (meer) rechtmatig met een briefadres in de BRP is geregistreerd, wordt de beschikking tot een briefadres ingetrokken. 5.In de situatie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub a, sub c en sub d, kan een vermoedelijke termijn van gebruik worden vastgesteld van maximaal zes maanden. 6.In de situatie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub b, kan een vermoedelijke termijn van gebruik worden vastgesteld van maximaal drie maanden. 7.In de situatie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub e en sub f, kan een vermoedelijke termijn van gebruik worden vastgesteld van maximaal acht maanden. 8.In de situatie als bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid, kan een vermoedelijke termijn van gebruik worden vastgesteld van maximaal de duur die betreffende in een instelling (zoals bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid) verblijft. 9.In de situatie als bedoeld in artikel 2, vierde lid, kan een vermoedelijk termijn van gebruik worden vastgesteld voor de duur die de burgemeester noodzakelijk acht. Artikel7Intrekking briefadres De artikelen 4 en 5 zijn van overeenkomstige toepassing op het besluit tot intrekking van de beschikking tot een briefadres. Artikel8Hardheidsclausule Als vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van het bepaalde in deze regeling zou leiden tot een, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kaag en Braassem, onbillijke situatie, kan worden afgeweken van het bepaalde in deze regeling. Artikel9Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na de dagtekening van het gemeenteblad waarin zij wordt gepubliceerd. Artikel10Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels voor briefadressen gemeente Kaag en Braassem december 2016 Aldus vastgesteld in de vergadering van20 december 2016,Burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem,de gemeentesecretaris, M.E. Spreijde burgemeestermr. K.M. van der Velde-MentingToelichting op de ‘Beleidsregels voor briefadressen gemeente Kaag en Braassem december 2016’ In deze toelichting op de beleidsregels briefadres van de gemeente Kaag en Braassem december 2016 wordt eerst ingegaan op het doel van de beleidsregel en de juridische grondslag. Tot slot wordt er een artikelsgewijze toelichting gegeven waar nodig wordt geacht. Doel van de regeling De wet- en regelgeving aangaande de aangifte en registratie van een briefadres is complex. De gemeente Kaag en Braassem heeft daarom de ‘Beleidsregels voor briefadressen gemeente Kaag en Braassem december 2016’ opgesteld. Dit met het doel duidelijkheid te bieden aan de burgers over hoe de wet Basisregistratie Personen (wet BRP) met betrekking tot briefadressen in de gemeente Kaag en Braassem wordt uitgevoerd. Verder ondersteunt deze beleidsregel het tegengaan van het oneigenlijk gebruik van het briefadres. Belangrijk onderdeel van de beleidsregels is dan ook dat de aanvrager van een briefadres bewijsmiddelen aandraagt waaruit de grondslag voor het aanvragen van een briefadres voldoende aannemelijk wordt gemaakt. Juridische grondslag Deze beleidsregeling omslaat de volgende juridische artikelen: artikelen 1.1, 2.22, 2.23, 2.38 tot en met 2.42, 2.43, 2.45, 2.47 en 2.52 van de Wet basisregistratie personen (Wet BRP) artikel 29 van het Besluit basisregistratie personen (Besluit BRP), artikelen 17, 18 en 19 van de Regeling basisregistratie personen (Regeling BRP), artikelen 4:5, 4:7 en 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, de circulaire ‘BRP en briefadres’ van de minister van Binnenlandse Zaken van 7 november 2016 de circulaire ‘Registratie briefadres om veiligheidsredenen waaronder ingeval van verblijf in Blijf-van-mijn-lijf-huizen’ van de Minister van Binnenlandse Zaken van 6 december 2013; Artikelsgewijze toelichting Artikel 2, eerst lid, sub a Daklozen: Definitie: ‘personen die een zwervend bestaan leiden en de nacht op straat doorbrengen, in parken, portieken, openbare gebouwen en andere plaatsen die enige beschutting bieden tegen weer en wind.’ Personen die niet beschikken over een woonadres kunnen met een briefadres ingeschreven worden op het (post)adres van de gemeente Kaag en Braassem. De bepalingen voor het houden van een briefadres op grond van dakloosheid worden nader toegelicht in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.