hebben opdragen en middelen ter beschikking hebben gesteld; er aanleiding is de gemeenschappelijke regeling te wijzigen; die aanleiding gelegen is in achtereenvolgens de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 januari 2015, het herstel van enige technische onvolkomenheden en de bestuurlijke discussie in de regio over de kerntaken van de GGD; uitgangspunt van de Gemeenschappelijke regeling blijft dat het bestuur en het beheer van het openbaar lichaam zo moeten zijn ingericht dat de gemeentebesturen zoveel mogelijk betrokken blijven bij die belangenbehartiging; het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur daarbij het beleid van de GGD Brabant-Zuidoost gestalte geven en de uitvoering ervan controleren, waarbij de bedrijfsvoering bij de directie ligt; de financiële risico's voor de gemeenten door een adequate bedrijfsvoering daarbij zo laag mogelijk moeten blijven. gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen; BESLUITEN De gemeenschappelijke regeling GGD Brabant- Zuidoost voor een tweede maal te wijzigen, waarna deze als volgt luidt: Gemeenschappelijke regeling GGD Brabant-Zuidoost HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN Begripsbepalingen Artikel1 In deze regeling verstaat onder: wet: Wet gemeenschappelijke regelingen; regeling: Gemeenschappelijke regeling GGD Brabant Zuidoost; gemeente(n): aan de regeling deelnemende gemeente(n); college: college van burgemeester en wethouders van een gemeente; raad: raad van een gemeente; werkgebied: gebied van de aan deze regeling deelnemende gemeenten; Brabant-Zuidoost: de regio die bestaat uit het gebied van de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Oirschot, Reusel-de Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre. Gedeputeerde Staten: het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant; geneeskundige hulpverlening: geneeskundige hulpverlening zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s; gezamenlijke taken; een taak die door de GGD voor alle gemeenten uitvoert en die wordt gefinancierd op basis van de inwonerbijdrage; contracttaken: taken die de GGD op contract- of subsidiebasis uitvoert voor individuele gemeenten, rijk of derden; pijler: een inhoudelijk samenhangend pakket van GGD taken, waarbinnen in de begroting gezamenlijke taken en contracttaken zijn opgenomen. Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt in die artikelen in plaats van 'de gemeente', 'de raad', 'burgemeester en wethouders' en 'de burgemeester' respectievelijk gelezen: 'de GGD', 'het Algemeen Bestuur', 'het Dagelijks Bestuur' en 'de voorzitter'. Algemeen Artikel2 1.Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, genaamd GGD Brabant-Zuidoost. 2.De GGD Brabant-Zuidoost is een regionaal samenwerkingsverband van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten: Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Oirschot, Reusel-de Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid. 3.Het openbaar lichaam is gevestigd in Eindhoven. 4.Onderdelen van de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam kunnen in verschillende deelnemende gemeenten gevestigd zijn. HOOFDSTUK2BELANG, DOEL,
EN TAKEN Belang en doel Artikel3 De GGD heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg en de ambulancezorg. Taken Artikel4 Het openbaar lichaam is belast met: Het ontwikkelen en instandhouden van een dienst voor de uitvoering van de publieke gezondheidszorg en de ambulancezorg. Uitvoering van taken welke bij of krachtens de wet Publieke Gezondheid zijn opgedragen aan de colleges en op grond van die wet bij de GGD dienen te worden belegd. In het bijzonder is de GGD belast met: ·het adviseren van gemeenten over hun beleid op het gebied van gezondheidspreventie, gezondheidsbevordering en –bescherming, waaronder het signaleren en monitoren van gezondheidsrisico’s in de fysieke en sociale omgeving en advisering over bestuurlijke beslissingen op andere beleidsterreinen; gezondheidsbescherming door middel van Algemene infectieziekten bestrijding, TBC-bestrijding, SOA- preventie, SOA-curatie en Seksualiteitshulpverlening, Medisch-milieukundige zorg en Technische Hygiënezorg; het bewaken van de publieke gezondheid bij rampen en crisis (crisisteam en crisisplan, psychosociale hulpverlening bij ingrijpende gebeurtenissen); het bieden van gezondheidszorg aan personen boven de 65 jaar. Uitvoering van taken welke bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift zijn opgedragen aan de GGD. In het bijzonder betreft dit het houden van toezicht op kinderopvang & peuterspeelzalen. Uitvoering van wettelijk voorgeschreven taken die de colleges opdragen aan de GGD. Dit betreffen: het bieden van gezondheidszorg aan jongeren van 4 -18 jaar; het uitvoeren van een rijksvaccinatieprogramma; het uitvoeren van de ambulancezorg; het leveren van sleutelfunctionarissen voor GHOR-functies bij rampen en crisis; het verrichten van lijkschouwingen; het afgeven van euthanasieverklaringen; het toezicht houden op tattoo- & piercingshops. Het Dagelijks Bestuur van het openbaar lichaam kan daarnaast op verzoek van één of meer gemeenten en van niet aan de regeling deelnemende gemeenten dan wel van derden opdrachten aannemen voor de uitvoering of ondersteuning van taken mits die passen binnen de doelstelling van de GGD en dat gebeurt op een budgettair neutrale wijze voor de andere deelnemende gemeenten. Wijziging van het takenpakket als benoemd in het eerste lid, onder d, ten gevolge van gemeentelijke besluitvorming, verplicht tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling. Er is ruimte voor lokale accenten in de uitvoering van taken door de GGD. Het Dagelijks Bestuur bepaalt de voorwaarden waaronder aan de lokale accenten invulling kan worden gegeven.
1.Het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur hebben uitsluitend verordenende en regelgevende
met betrekking tot de aangelegenheden die de bedrijfsvoering van het openbaar lichaam betreffen. 2.Het Algemeen Bestuur respectievelijk het Dagelijks Bestuur kunnen afzonderlijk of te samen, ieder voor zover zij bevoegd zijn, een gemeenschappelijke regeling treffen ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van het openbaar lichaam.
Aan het Algemeen Bestuur behoren met betrekking tot de verwezenlijking van de doelstelling van het openbaar lichaam alle
, die bij deze regeling niet aan het Dagelijks Bestuur of de voorzitter zijn opgedragen. Het Algemeen Bestuur kan de uitoefening van door hem te bepalen
volgens door hem te stellen regels overdragen aan het Dagelijks Bestuur of aan een commissie als bedoeld in artikel 25 van de wet, met uitzondering van: het vaststellen en wijzigen van de begroting; het vaststellen van de jaarrekening; het stellen van regels over het aangaan van geldleningen, het uitlenen van geld, of de directe regeling van hetgeen verder de geldmiddelen van het openbaar lichaam aangaat; het nemen van besluiten over het instellen van commissies, als bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de wet; het oprichten en deelnemen in een rechtspersoon als bedoeld in artikel 31a van de wet; het benoemen van de directeur publieke gezondheid en de secretaris; het regelen van de gevolgen van toetreding of uittreding van een college tot respectievelijk uit de regeling alsmede het verbinden van nadere voorwaarden daaraan; het doen van een voorstel aan de colleges tot wijziging van de regeling; het vaststellen van een liquidatieplan bij opheffing van het openbaar lichaam. Geheimhouding Artikel11 Het Algemeen Bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het Algemeen Bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Deze wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen, totdat het Algemeen Bestuur haar opheft. HOOFDSTUK5DAGELIJKS BESTUUR Samenstelling Artikel12 Het Dagelijks Bestuur bestaat inclusief de voorzitter uit acht leden. De leden van het Dagelijks Bestuur worden door en uit de leden van het Algemeen Bestuur aangewezen in de eerste vergadering van het Algemeen Bestuur in nieuwe samenstelling. De samenstelling is aldus dat de leden van het Dagelijks Bestuur qua stemgewicht nimmer de meerderheid mogen vormen in het Algemeen Bestuur. In afwijking van het bepaalde in lid 2 kan het Algemeen Bestuur derden aanwijzen die deel uitmaken van het Dagelijks Bestuur. Derden mogen geen meerderheid vormen in het Dagelijks Bestuur. De zittingsperiode van de leden van het Dagelijks Bestuur is gelijk aan de zittingsperiode van de colleges van burgemeester en wethouders. De leden kunnen opnieuw worden benoemd. Zij blijven hun functie waarnemen totdat voorzien is in hun opvolging. Het lidmaatschap eindigt zodra een lid ophoudt lid te zijn van het Algemeen Bestuur dan wel ontslag neemt als lid van het Dagelijks Bestuur. Het lid van het Dagelijks Bestuur dat ontslag neemt blijft in functie tot de eerstvolgende vergadering van het Algemeen Bestuur. Een lid kan worden ontslagen indien hij het vertrouwen niet meer bezit van het Algemeen Bestuur. Indien tussentijds een plaats van een lid openvalt, wordt zo spoedig mogelijk een nieuw lid aangewezen. Taak Dagelijks Bestuur Artikel13 Het Dagelijks Bestuur stelt in zijn eerste vergadering na zijn verkiezing een portefeuilleverdeling vast en deelt zijn besluit hierover mee aan het Algemeen Bestuur. Het Dagelijks Bestuur stelt voor de uitvoering van zijn taken een reglement van orde vast. Op het houden van de orde van de vergadering van het Dagelijks Bestuur zijn de artikelen 52, 53 en 54 tot en met 60 van de Gemeentewet, voor zover daarvan niet bij of krachtens de wet wordt afgeweken, van overeenkomstige toepassing.
Het Dagelijks Bestuur oefent de taken en
die in deze gemeenschappelijke regeling aan het Dagelijks Bestuur zijn opgedragen uit. Het Dagelijks Bestuur is in het bijzonder belast met: het Dagelijks Bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het Algemeen Bestuur hiermee is belast; beslissingen van het Algemeen Bestuur voor te bereiden en uit te voeren; regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam; ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan, met uitzondering van de directeur publieke gezondheid; tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de wet; te besluiten namens het openbaar lichaam, het Dagelijks Bestuur of het Algemeen Bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het Algemeen Bestuur, voor zover het het Algemeen Bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; het voorstaan van de belangen van het openbaar lichaam bij andere overheden, instellingen of personen, waarmee contact voor het openbaar lichaam van belang is; de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam; de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding. Het Dagelijks Bestuur neemt, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit. Vergaderingen Dagelijks Bestuur Artikel15 Het Dagelijks Bestuur vergadert minimaal acht maal per jaar en zo dikwijls de voorzitter het nodig oordeelt of tenminste twee leden de voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed hierom verzoeken. In het laatste geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na een zodanig verzoek gehouden. Besluiten van het Dagelijks Bestuur vinden plaats op basis van gewone meerderheid van stemmen. Het bepaalde in artikel 28, eerste tot en met derde lid, 29, 30 en 59 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. Geheimhouding Artikel16 1.Het Dagelijks Bestuur kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan het Dagelijks Bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens de vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat het Dagelijks Bestuur haar opheft. 2.Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter of een commissie, ten aanzien van de stukken die zij aan het Dagelijks Bestuur overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat het orgaan, dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel het Algemeen Bestuur haar opheft. HOOFDSTUK6DE VOORZITTER, PLAATSVERVANGEND VOORZITTER, De voorzitter en plaatsvervanger Artikel17 1.De voorzitter van het openbaar lichaam wordt door en uit het Algemeen Bestuur aangewezen. 2.De voorzitter wordt bij zijn afwezigheid vervangen door een door het Algemeen Bestuur aan te wijzen lid van het Dagelijks Bestuur. 3.De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur en draagt er zorg voor, dat de besluiten van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur naar behoren worden uitgevoerd. 4.De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging na overleg met het Dagelijks Bestuur in rechtsgedingen en bij buitengerechtelijke rechtshandelingen opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon. 5.De voorzitter tekent samen met de secretaris de stukken die van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur uitgaan. HOOFDSTUK7SECRETARIS. De secretaris Artikel18 1.De secretaris wordt aangewezen door het Algemeen Bestuur uit de leden van het Dagelijks Bestuur. 2.Het aangewezen lid is zowel secretaris van het Algemeen als van het Dagelijks Bestuur en wordt bij de uitvoering van zijn taken bijgestaan door een medewerker van het openbaar lichaam. 3.Alle stukken uitgaande van het Algemeen of het Dagelijks Bestuur worden door de secretaris mede ondertekend. 4.De secretaris wordt bij ziekte of ontstentenis vervangen door een door het Dagelijks Bestuur aan te wijzen medewerker van het openbaar lichaam, die als plaatsvervangend secretaris fungeert. 5.Het bepaalde in artikel 12 is op de secretaris van overeenkomstige toepassing. HOOFDSTUK8COMMISSIES, WERKGROEPEN, OVERLEG, TEGEMOETKOMING Bestuurscommissies Artikel19 Het Algemeen Bestuur kan, conform artikel 25 van de wet, commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. Het Algemeen Bestuur stelt vooraf de raden van de deelnemende gemeenten van dit voornemen op de hoogte en stelt hen in de gelegenheid hun wensen en bedenkingen ter kennis van het Algemeen Bestuur te brengen. Een lid van het Dagelijks Bestuur is voorzitter van een commissie als bedoeld in het eerste lid. Bij de instelling wordt in ieder geval geregeld: de samenstelling; de bevoegdheid of
; de werkwijze; de openbaarheid van vergaderingen; het toezicht van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur; de verhouding van de toegekende
tot die van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur; de verantwoording aan het Algemeen Bestuur; wanneer de commissie is ingesteld voor bepaalde tijd, wordt tevens de einddatum van de commissie geregeld. Commissies van advies Artikel20 Het Algemeen Bestuur kan besluiten commissies van advies in te stellen ten behoeve van de uitvoering van de hen opgedragen taken conform artikel 24 van de wet. De instelling van commissies van advies aan het Dagelijks Bestuur en de regeling van haar
en samenstelling geschieden door het Algemeen Bestuur op voorstel van het Dagelijks Bestuur. Bij de instelling wordt in ieder geval geregeld: de samenstelling; de bevoegdheid/
; de werkwijze; de openbaarheid van vergaderingen; het toezicht van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur; de verhouding van de toegekende
tot die van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur; de verantwoording aan het Algemeen Bestuur. Andere commissies van advies aan het Dagelijks Bestuur of aan de voorzitter worden door het Dagelijks Bestuur onderscheidenlijk de voorzitter ingesteld. Werkgroepen, overleg Artikel21 Het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter kunnen werkgroepen en overlegvormen instellen. Tegemoetkoming Artikel22 Het Algemeen Bestuur kan voor zijn leden, de leden van het Dagelijks Bestuur, de voorzitter bij verordening een tegemoetkoming in de kosten vaststellen. Deze verordening bevat regels omtrent de hoogte en de toekenning van de tegemoetkoming in de kosten. De hoogte van de tegemoetkoming in de kosten bedraagt niet meer dan de werkelijke kosten, mede rekening houdende met de tegemoetkoming in de kosten welke de bestuurder ontvangt uit hoofde van zijn lidmaatschap van een van de deelnemende gemeenten. Ten aanzien van de werkzaamheden en de kosten van de leden van de commissies, ingesteld met het oog op de behartiging van bepaalde belangen, is het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing. De leden van commissies van advies die geen burgemeester, wethouder of raadslid zijn, kunnen een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie ontvangen. De artikelen 96 tot en met 99 van de Gemeentewet, alsmede de op grond daarvan gestelde nadere regelen, zijn alsdan van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat, wanneer daarin sprake is van een onderverdeling in gemeenteklassen, het bepaalde voor de gemeenteklasse van 50 001-100 000 inwoners van toepassing is. HOOFDSTUK9VOORHANGPROCEDURE Artikel23 Het Algemeen Bestuur kan aan een dossier de kwalificatie ‘majeur’ toekennen. Het Algemeen Bestuur kan besluiten de besluitvorming over een majeur dossier maximaal 3 maanden aan te houden teneinde de colleges in de gelegenheid te stellen hun gemeenteraden te consulteren. 3.Het Algemeen Bestuur maakt geen gebruik van de mogelijkheden om de colleges om een reactie te vragen als bedoeld in het tweede lid indien, naar het oordeel van het Algemeen Bestuur, om redenen van spoed eerdere besluitvorming noodzakelijk is. HOOFDSTUK10INFORMATIE EN VERANTWOORDINGSPLICHT Interne inlichtingenplicht en verantwoordingsplicht lid Dagelijks Bestuur Artikel24 Het Dagelijks Bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het Algemeen Bestuur verantwoording schuldig over het door het Dagelijks Bestuur gevoerde bestuur. Het Dagelijks Bestuur geeft het Algemeen Bestuur alle inlichtingen die het Algemeen Bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Het Algemeen Bestuur regelt van welke besluiten van het Dagelijks Bestuur in ieder geval kennisgeving wordt gedaan aan de leden van het Algemeen Bestuur. Daarbij kan het Algemeen Bestuur de gevallen bepalen waarin met ter inzage legging kan worden volstaan. Het Dagelijks Bestuur laat de kennisgeving of ter inzage legging achterwege voor zover deze in strijd is met het openbaar belang. Het Algemeen Bestuur kan een lid van het Dagelijks Bestuur, indien dit lid het vertrouwen van het Algemeen Bestuur niet meer bezit, ontslag verlenen. Externe Inlichtingenplicht Artikel25 Het bestuur van het openbaar lichaam verstrekt schriftelijk aan de colleges en de raden de door een of meer leden van die colleges en raden gevraagde inlichtingen zo spoedig mogelijk, voor zover dat niet strijdig is met het openbaar belang. De inlichtingen worden in ieder geval binnen twee maanden schriftelijk verstrekt en wel door het Dagelijks Bestuur, tenzij de inlichtingen uitdrukkelijk van het Algemeen Bestuur of de voorzitter worden verlangd. Externe verantwoordingsplicht lid Algemeen Bestuur Artikel26 Het lid van het Algemeen Bestuur is aan het college die dit lid heeft aangewezen verantwoording schuldig over het door hem in het Algemeen Bestuur gevoerde beleid. Een lid van het Algemeen Bestuur verstrekt aan het college die hem heeft aangewezen de door een of meer leden van dat college gevraagde inlichtingen, voor zover zulks niet strijdig is met het openbaar belang. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen twee maanden in een vergadering van dat college of schriftelijk verstrekt. Het college kan een door hem aangewezen lid van het Algemeen Bestuur, indien dit lid het vertrouwen van dat college niet meer bezit, als zodanig ontslag verlenen. Het reglement van orde van het Algemeen Bestuur regelt de wijze waarop toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid. Het in het eerste en tweede lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de raden. Informatieplicht rekenkamer(commissies) Artikel27 De rekenkamer(commissie)s van de deelnemende gemeenten afzonderlijk en in samenwerking met elkaar worden door het Dagelijks Bestuur in staat gesteld om alle informatie te verkrijgen die voor de wettelijke taakuitoefening nodig is, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 184 Gemeentewet. HOOFDSTUK11AMBTELIJKE ORGANISATIE De directeur publieke gezondheid Artikel28 Het openbaar lichaam heeft een directeur publieke gezondheid die onder verantwoordelijkheid van het Dagelijks Bestuur belast is met de algehele leiding van de het openbaar lichaam en zorg draagt voor een juiste taakvervulling door het openbaar lichaam. Het Algemeen Bestuur beslist over benoeming, schorsing en ontslag van de directeur in overeenstemming met het bestuur van de Veiligheidsregio. Taken, verantwoordelijkheden en
van de directeur legt het Algemeen Bestuur vast in een instructie. De directeur publieke gezondheid staat de bestuursorganen en de commissies van het openbaar lichaam bij in de vervulling van hun taak en woont de vergaderingen van de bestuursorganen als adviseur bij. Hij kan medewerkers van het openbaar lichaam aanwijzen, die hem daarin bijstaan. Het Algemeen Bestuur wijst een waarnemer aan die de directeur publiek gezondheid vervangt bij ziekte of ontstentenis. De directeur publieke gezondheid is bestuurder inzake de WOR. Organisatie Artikel29 Het Dagelijks Bestuur regelt de taken,
en werkwijze van de ambtelijke organisatie en legt die vast in een organisatiebesluit. Personeel Artikel30 Bij het openbaar lichaam is personeel werkzaam. Onverminderd het bepaalde in artikel 28, tweede lid, geschiedt aanstelling, schorsing en ontslag van personeel door het Dagelijks Bestuur. Het Dagelijks Bestuur kan de in het tweede lid bedoelde
tot het aanstellen, schorsen en ontslaan van personeel van het openbaar lichaam mandateren aan de directeur publieke gezondheid met de bevoegdheid van ondermandaat aan leden van het Managementteam, tenzij het de controller en ambtenaren betreft die belast zijn met functies van leidinggevende aard die rechtstreeks onder de directeur ressorteren. Rechtspositie Artikel31 1.Het Dagelijks Bestuur stelt voor het personeel van het openbaar lichaam de arbeidsvoorwaardenverordening vast conform de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor het gemeentepersoneel (CAR/UWO), dan wel de (gewijzigde) collectieve arbeidsvoorwaardenregeling die daarvoor in de plaats komt. 2.Het Dagelijks Bestuur beslist over de toepassing van overige arbeidsvoorwaarden. HOOFDSTUK12FINANCIELE BEPALINGEN Financiële informatieplicht Artikel32 Het Dagelijks Bestuur van het openbaar lichaam zendt voor 15 april van het jaar voorafgaande aan waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en het voorlopige jaarverslag aan de raden van de deelnemende gemeenten. Begroting Artikel33 Het Dagelijks Bestuur stelt elk jaar een ontwerp begroting op van het openbaar lichaam overeenkomstig het bepaalde in artikel 186 tot en met 213 Gemeentewet alsmede het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. De ontwerp begroting gaat vergezeld van een meerjarenraming en geeft inzicht in de kosten per pijler. De ontwerp begroting wordt, minimaal 8 weken voordat deze wordt vastgesteld door het Algemeen Bestuur, aan de raden van de deelnemende gemeenten gezonden om hen in de gelegenheid te stellen daarop hun zienswijze kenbaar te maken. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerp begroting zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. Het Dagelijks Bestuur stuurt de door het Algemeen Bestuur vastgestelde begroting vóór 1 augustus van het jaar voorafgaand aan dat jaar waarvoor de begroting dient op aan het college van gedeputeerde staten. Op begrotingswijzigingen, die: leiden tot aanpassingen in de inwonerbijdrage van gemeenten; het Algemeen Bestuur om andere redenen aan de gemeenten wil voorleggen, is het bepaalde in het derde en vierde lid van overeenkomstige toepassing. Rekening Artikel34 Het Dagelijks Bestuur stelt elk jaar de ontwerp jaarrekening met een jaarverslag van het voorgaande jaar op. Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening en het jaarverslag vast vóór 10 juli van het jaar volgend op het verslagjaar. Het Dagelijks Bestuur stuurt de door het Algemeen Bestuur vastgestelde jaarrekening en jaarverslag vóór 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarvoor de jaarrekening geldt op aan het college van gedeputeerde staten en aan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten. Het Dagelijks Bestuur informeert de colleges tijdig over de gerealiseerde programmakosten en nadere informatie die noodzakelijk is voor de door de deelnemende gemeenten op te stellen jaarrekeningen. Verdeling der kosten Artikel35 De kosten die verband houden met de taken zoals genoemd in artikel 4 worden bestreden uit: inwonerbijdragen van de gemeenten voor het uitvoeren van de gezamenlijke taken; algemene bijdragen van de gemeenten; vergoeding van de gemeenten voor de uitvoering van de contracttaken; vergoeding van niet deelnemende gemeenten en van derden voor de uitvoering van contracttaken; rijksbijdragen; overige inkomsten. De bijdragen van de deelnemende gemeenten als genoemd in het eerste lid, onder a, worden verdeeld naar rato van het aantal inwoners van iedere gemeente, per 1 januari van het direct voorafgaande kalenderjaar, overeenkomstig de aantallen zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek deze openbaar gemaakt heeft. Het Algemeen Bestuur kan besluiten in specifieke gevallen een uitzondering op het principe van verdeling naar inwoneraantal te maken. De algemene bijdragen van gemeenten worden door het Algemeen Bestuur situationeel bepaald en met de betrokken gemeenten overeengekomen. De tarieven voor de vergoeding van uitvoering van contracttaken, als bedoeld in het eerste lid, onder c en d, worden vastgesteld door het Dagelijks Bestuur. De gemeenten betalen bij wijze van voorschot ieder kwartaal telkens een kwart van de verschuldigde jaarlijkse inwonerbijdrage en algemene bijdrage. Bij opzegging van de uitvoering van gezamenlijke taken of van langdurige contracttaken met een substantiële omvang, vergoedt de betrokken gemeente aan de GGD Brabant-Zuidoost het daaruit voortvloeiende financiële nadeel, zoals het Algemeen Bestuur dit situationeel vaststelt. Indien door het Dagelijks Bestuur besloten wordt tot het sluiten van een samenwerkingsovereenkomst met een van de deelnemende gemeenten als bedoeld in artikel 5, vierde lid, dan geldt hierbij als uitgangspunt dat hiervoor door de betreffende gemeente enkel in rekening gebracht kunnen worden de toe te rekenen personeelskosten plus gemeentelijke overhead. Verplichte uitgaven Artikel36 Wanneer aan het Algemeen Bestuur blijkt dat de raad van een deelnemende gemeente niet voldoet of zal voldoen aan het gestelde in artikel 35, doet het Algemeen Bestuur aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot overeenkomstige toepassing van artikel 194 van de Gemeentewet. Financiële gegoedheid Artikel37 De deelnemende gemeenten zullen er steeds zorg voor dragen dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan alle verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Indien aan het Algemeen Bestuur van het openbaar lichaam blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het Algemeen Bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet. In geval van opheffing van het openbaar lichaam GGD-BZO zijn de deelnemende gemeenten gehouden alle financiële verplichtingen na te komen die voortvloeien uit het door het Algemeen Bestuur vastgestelde liquidatieplan als bedoeld in artikel 46. Financiële voorschriften Artikel38 1.Het Algemeen Bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten vast voor het financieel beleid alsmede het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. 2.Deze verordening als bedoeld in het eerste lid bevat in elk geval regels over: a.waardering en afschrijving van activa; b.algemene doelstellingen en te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie, alsmede de administratieve organisatie van de financieringsfunctie, daaronder begrepen taken en
, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening. 3.Het Algemeen Bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst. 4.Het Algemeen Bestuur wijst de accountant aan die belast wordt met de controle op de in artikel 34 genoemde jaarrekening. Het hierover gestelde in artikel 213 van de gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 5.De accountant zendt de accountantsverklaring en een verslag van bevindingen aan het Algemeen Bestuur. 6.Het openbaar lichaam verzekert zich tenminste tegen: a.burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor schade aan personen en goederen; b.wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade. 7.Als de verzekering een voor rekening van het openbaar lichaam komende schade niet dekt wordt deze gedragen door het openbaar lichaam. HOOFDSTUK13ARCHIEF Archiefbescheiden Artikel39 Het Dagelijks Bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam. Dit overeenkomstig een door het Algemeen Bestuur, met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet 1995, vast te stellen regeling, de Archiefverordening, die aan het college van Gedeputeerde Staten moet worden medegedeeld. Het Dagelijks Bestuur is tevens belast met de zorg voor de archiefbescheiden die worden gevormd krachtens de aan het openbaar lichaam eventueel in de toekomst gedelegeerde taken. Voor de door deelnemende gemeenten gemandateerde taken berust de zorg voor de desbetreffende archiefbescheiden bij deze gemeenten. Met het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de gemandateerde taken is belast de archivaris van de deelnemende gemeente(n). Met het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van het openbaar lichaam is belast de streekarchivaris van het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe). Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform artikel 4 lid 1 van de Archiefwet
van het Dagelijks Bestuur van de GGD in artikel 16 van de GR en in het vestigen van een actieve informatieplicht van leden van het Dagelijks Bestuur richting het Algemeen Bestuur in artikel 24. Ook het Algemeen Bestuur zelf heeft meer explicietere
gekregen. De versterkte rol van de gemeenteraden komt tot uitdrukking in een uitgebreide inlichtingenplicht van het bestuur van het openbaarlichaam richting GS/colleges en staten/raden. De verantwoording die een lid van het Algemeen Bestuur aan het bestuursorgaan dat hem heeft aangewezen, dient af te leggen, kan in het uiterste geval bovendien resulteren in een ontslag als lid. Ook dat is nieuw in de GR. Een ander instrument dat geïntroduceerd wordt in de GR om de positie van de raden bij de besluitvorming door het openbaar lichaam, te verstevigen is de voorhangprocedure. Bij dossiers die de kwalificatie majeur verdienen, bijvoorbeeld omdat er politieke implicaties aan verbonden zijn, kan het Algemeen Bestuur ervoor kiezen eerst het gevoelen van de raden/staten in te winnen voordat zij daarover een besluit neemt. Deze procedurestap is in ieder geval al verplicht bij het oprichten of deelnemen in privaatrechtelijke rechtspersonen door het openbaar lichaam en bij het instellen van een bestuurscommissie. Tot slot is de invloed van de raden op het functioneren van het openbaar lichaam vergroot door een evaluatiebepaling in de Gr op te nemen. Het Algemeen Bestuur zal aan de hand van de reguliere planning en control cyclus nadrukkelijker dan nu het geval is het resultaat van uitgevoerde evaluaties rapporteren aan de deelnemers. De overige wijzigingen van de GR dragen een min of meer technisch karakter. Deze wijzigingen zijn ook terug te vinden in de GR van andere openbare lichamen waaraan de colleges/raden deelnemen en die onlangs zijn gewijzigd. Wij noemen de GR van de Metropoolregio Eindhoven, de Veiligheidsregio en, in kleiner verband, van Peel 6.1. De GR van de GGD is gemodelleerd naar de voorbeelden van die uitvoeringsorganisaties. Achterliggende gedachte daarbij is dat een eenduidige redactie van complexe regelingen zoals die van een openbaar lichaam bijdraagt aan een beter begrip van dit soort verbonden partijen. De gelegenheid is tot slot te baat genomen om enige overige wetstechnische onvolkomenheden te herstellen. Artikelsgewijze toelichting Artikel2Algemeen Het openbaar lichaam GGD heeft rechtspersoonlijkheid en kan uit dien hoofde zelfstandig aan het rechtsverkeer deelnemen. Artikel 10 lid 3 Wgr. bepaalt dat in de regeling de vestigingsplaats benoemd moet worden. Het betreft de statutaire vestigingsplaats van het openbaar lichaam. Dit is onder meer van belang voor de inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Artikel3Belang en doel Doel, belang en taken van de GGD dienen in de GR beschreven te worden. De Wet GR laat gemeenten vrij hoe zij dat doen. Er geldt ingevolge de Wgr. slechts één beperking: het openbaar lichaam kan niet zelf besluiten om de taken en
uit te breiden. Hier moet dus altijd een besluit van de deelnemers aan ten grondslag liggen. Het is belangrijk dat de omschrijving van doel en belang en taken afdekt waarvoor men de GGD in stand houdt en dat de omschrijving robuust is, d.w.z. dat de beschrijving enige jaren meekan. Een te algemene beschrijving geeft te weinig sturing, daarentegen is het nadeel van een te concrete beschrijving dat de GR voortdurend moet worden aangepast door verandering in de werkelijkheid. Het gaat om het vinden van een goede balans. Over het algemeen is er draagvlak voor het algemene doel van de GGD: een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg en de ambulancezorg. Dit laatst genoemde doel is in het najaar van 2015 toegevoegd aan de algemene doelomschrijving. De deelnemers hebben hierover consensus bereikt. Het betreft de uitvoering van de ambulancedienst. Vergunninghouder is de Veiligheidsregio. Die organisatie is (bestuurlijk) verantwoordelijk voor het naleven van de vergunningvoorschriften. De onderlinge verhouding tussen GGD en Veiligheidsregio inzake de ambulancezorg is vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst. De vergunning expireert in 2018 af. Dan zal de situatie opnieuw worden bezien. Het belang van de GGD kan worden gezien in het bundelen en beschikbaar stellen van (deskundige) menskracht en middelen om de doelstelling te realiseren. Artikel4Taken Bij de omschrijving van de taken is een onderscheid gemaakt in gezamenlijke taken en contracttaken. Gezamenlijke taken worden zoals het bijvoeglijk naamwoord al suggereert uitgevoerd voor alle deelnemers. In het eerste lid van artikel 4 worden de gezamenlijke taken onderverdeeld in drie categorieën: 1 gemeentelijke taken die ingevolge de Wpg verplicht aan de GGD belegd dienen te worden; taken die op grond van andere, sectorale wetgeving, aan de GGD zijn toevertrouwd; aan gemeenten wettelijk voorgeschreven taken ten aanzien waarvan de deelnemers besloten hebben die aan de GGD op te dragen. Zij passen binnen de doelomschrijving van artikel 3. De gezamenlijke taken worden overwegend gefinancierd uit de jaarlijkse inwonerbijdrage van de deelnemers en voorts uit algemene bijdragen en rijksbijdragen. Naast de gezamenlijke taken voert de GGD op contractbasis andere taken uit voor de deelnemers. De taken dienen te passen binnen de algemene doelomschrijving van de GGD. De afname van contracttaken is vrijwillig en deze worden individueel door de afnemende gemeenten gefinancierd. Het onderscheid in gezamenlijke taken en contracttaken is ook relevant voor de afspraken die men wil maken over het dragen van financiële risico’s en het dragen van frictiekosten. Als voorbeeld van een contracttaak kan worden genoemd het houden van toezicht op uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning door de Peelgemeenten. Het is de GGD ook toegestaan contracten af te sluiten met niet deelnemende gemeenten of met derden over het uitvoeren van taken die passen binnen de doelstelling van de GGD. Een voorwaarde voor het accepteren van contracttaken ten behoeve van niet deelnemers is dat de dienstverlening aan derde partijen niet ten koste mag gaan van de dienstverlening aan de vaste deelnemers. Zo mag de GGD de taken alleen uitvoeren indien dat voor de deelnemers geen nadelige financiële consequenties heeft. Het spreekt voor zich dat in voorkomende gevallen ook rekening dient te worden gehouden met aanbestedingswetgeving. In het derde lid is zeker gesteld dat de GGD niet eigenstandig het (gezamenlijke) takenpakket kan wijzigen. Hier dient besluitvorming van de deelnemers onder te liggen, in de vorm van een wijziging van de Gemeenschappelijke regeling. Voor die wijziging hebben de deelnemers toestemming nodig van hun raad. In het vierde lid is tot slot vastgelegd dat bij de uitvoering van de (gezamenlijke) taken ruimte is voor maatwerk. De intensiteit van afname van gezamenlijke taken kan per deelnemer verschillen. Dit is mede afhankelijk van incidenten, door de GGD gepresenteerde keuze in het aanbod e.d. Artikel5Bevoegdheden In dit artikel is een algemene bevoegdheidsomschrijving gegeven. Met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regeling is een verwijzing naar de oude Gemeentewet, dat wil zeggen de Gemeentewet zoals die gold voor 8 maart 2002, toen het duale stelsel werd ingevoerd, niet langer nodig. Om die reden keert artikel 33 niet meer terug in de Wgr. Die wet kent nu min of meer een eigen verdeling van
over de bestuursorganen van het openbaar lichaam. Gehandhaafd is de bepaling dat in de Gr beperkingen kunnen worden gesteld aan
die de deelnemers overdragen aan het openbaar lichaam. Het eerste lid van artikel 5 geeft daar uitvoering aan. De GGD heeft geen verordende bevoegdheid, behalve als het gaat om aangelegenheden die de eigen bedrijfsvoering betreffen. Voorbeelden zijn een archiefverordening of een regeling voor de rechtspositie van het personeel. Voor het overige is de GGD een uitvoerende dienst, waaraan alleen collegebevoegdheden kunnen worden toegekend. In de sporadische gevallen dat de GGD rechtens bindende besluiten moet nemen, doet zij dat, voor zover het gemeentelijke taken betreft, op basis van een expliciet mandaatbesluit. Dat is geregeld in het vijfde lid. De leden 2 tot en met 3 benoemen een aantal die ingevolge de Wgr. aan het Algemeen Bestuur van een openbaar lichaam toevertrouwd kunnen worden indien de Gr die mogelijkheid biedt. Het vierde lid stelt zeker dat aan het Dagelijks Bestuur de bevoegdheid toekomt om met andere publiekrechtelijke rechtspersonen een overeenkomst af te sluiten over het over en weer inzetten van personeel voor uitvoering van de zogenaamde PIOFRA-taken. De GGD kan mede op deze wijze voldoen aan de wens van de gemeenten om de ambtelijke organisatie volgens het ‘lean and mean’ principe in te richten. Artikel6Organen Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel7Samenstelling Algemeen Bestuur Onderwerp van deze gemeenschappelijke regeling is de uitoefening van collegebevoegdheden. Op grond van artikel 13 zesde lid Wgr. kunnen alleen leden van het college van burgemeester en wethouders lid zijn van het Algemeen Bestuur van het openbaar lichaam. Elk college kan een lid voor het Algemeen Bestuur aanwijzen. Ook dient er per gemeente een plaatsvervangend lid aangewezen te worden. Op deze manier is men steeds verzekerd van de bestuurlijke betrokkenheid van de deelnemende gemeente bij het bestuur over het openbaar lichaam. Artikel8Werkwijze Algemeen Bestuur In artikel 22, eerste lid van de Wgr. is geregeld dat het Algemeen Bestuur een reglement van orde vaststelt. In het reglement van orde worden minimaal regels opgenomen met betrekking tot: vaststellen vergaderschema; opstellen agenda, uitnodiging c.q. kennisgeving vergadering en verslaglegging; wijze van behandeling van voorstellen en besluitvorming; handhaving van de orde tijdens de vergadering; besloten- c.q. openheid van vergadering. In beginsel zijn de vergaderingen openbaar. Onder voorwaarden kan besloten worden tot een besloten vergadering. De onderwerpen waarover niet in een besloten vergadering kan worden beraadslaagd of besloten, zijn limitatief opgesomd in het vierde lid. De verwijzing naar de artikelen uit de Gemeentewet hebben betrekking op het functioneren van de gemeenteraad (b.v. ordehandhaving, onthouden van deelname aan stemmingen). In de Wgr. wordt de gemeenteraad gelijk gesteld aan het Algemeen Bestuur. De vergaderfrequentie van het Algemeen Bestuur is gebonden aan het wettelijke minimum van twee keer per jaar. Bij die gelegenheden wordt over de begroting respectievelijk jaarrekening beraadslaagd. Het tweede lid kent een procedure voor het houden van meer vergaderingen. Doorgaans zal het bijeenroepen van het Algemeen Bestuur op instigatie van het Dagelijks Bestuur gebeuren. Artikel9Besluitvorming Het Algemeen Bestuur bestaat uit 21 leden. Dat is inclusief de stemmen van het Dagelijks Bestuur. Ingevolge de monistische opzet van de Wgr, behoren de leden van het Dagelijks Bestuur tot het Algemeen Bestuur. Bij de besluitvorming geldt het principe van ‘one man one vote’ . Uitzondering hierop is de besluitvorming over de begroting, begrotingswijzigingen en jaarrekening. Over die dossiers beslist het Algemeen Bestuur met gewogen stemmen. Artikel10Bevoegdheden In artikel 33 Wgr is bepaald dat de
bij de regeling worden overgedragen aan het Algemeen Bestuur tenzij bij de wet of in de regeling anders is bepaald. In artikel 33b van de Wgr zijn
opgesomd die in elk geval behoren bij het Dagelijks Bestuur. Met het toekennen van eigen
aan het Dagelijks Bestuur is een duaal element in de onderlinge verhouding van het geleed bestuur van een openbaar lichaam toegevoegd. Bij het toekennen van
aan het Dagelijks Bestuur heeft de wetgever zoveel mogelijk aangesloten bij de collegebevoegdheden zoals die zijn omschreven in artikel 160, van de Gemeentewet. Zo is het Dagelijks Bestuur nu bevoegd om regels te stellen over de organisatie van het openbaar lichaam en over de rechtspositie van de eigen medewerkers. Voorheen lagen die
bij het Algemeen Bestuur. Artikel11Geheimhouding Bepaling is gelijk aan bepalingen uit de Gemeentewet die gelden voor raadsvergaderingen (artikel 25, van de Gemeentewet). Artikel12Samenstelling Dagelijks Bestuur De gemeenten Eindhoven en Helmond hebben volgens gewoonterecht standaard een vertegenwoordiger in het Dagelijks Bestuur. Daarnaast heeft het Algemeen Bestuur ervoor gekozen dat de volgende clusters van gemeenten een vertegenwoordiger in het Dagelijks Bestuur hebben: De Peel, De Kempen, A2-gemeenten, Dommelvallei Plus en het cluster Best-Oirschot-Veldhoven. Op grond van artikel 14 derde lid Wgr mogen de leden van het Dagelijks Bestuur nimmer de meerderheid uit maken in het Algemeen Bestuur. Met deze bepaling is uitdrukkelijk rekening gehouden bij de samenstelling van het Dagelijks bestuur en bij het toebedelen van stemgewicht. De ratio van deze bepaling is dat de verantwoordingsplicht van het Dagelijks Bestuur aan het Algemeen Bestuur anders volkomen illusoir zou worden. Artikel13Taak Dagelijks Bestuur Naast de vaste portefeuilles van voorzitter en plaatsvervangend-voorzitter is er tenminste een portefeuillehouder financiën. Daarnaast kunnen er meer portefeuilles worden gevormd. Combinatie van portefeuilles is mogelijk. Artikel14Bevoegdheden Dagelijks Bestuur Dit artikel behoeft door de letterlijke vertaling van de wettelijke bepalingen ter zake geen toelichting. Verwezen wordt naar het gestelde bij artikel 10. Artikel15Vergaderingen Dagelijks Bestuur De bepalingen in de Gemeentewet betrekking hebbende op stemmingen en het functioneren van het college van burgemeester en wethouders zijn van overeenkomstige toepassing. De vergadering van het Dagelijks Bestuur vinden plaats achter gesloten deuren. Het Dagelijks Bestuur stelt een regelement van orde op dat aan het Algemeen Bestuur wordt toegezonden. Artikel16Geheimhouding Identiek aan het gestelde onder artikel 11, met dien verstande dat de bepaling een analoge toepassing is van artikel 55, van de Gemeentewet. Artikel17Voorzitter, plaatsvervangend-voorzitter De voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur aangewezen op grond van het bepaalde in artikel 13 negende lid Wgr. Het aanwijzen van een externe voorzitter is onder vigeur van de gewijzigde WGR niet langer mogelijk. De voorzitter van het Algemeen Bestuur is tevens voorzitter van het Dagelijks Bestuur (artikel 13 lid 9 juncto artikel 14 lid 1 Wgr). Vervanging geschiedt door en uit het Algemeen Bestuur. Artikel18Secretaris Uitgegaan wordt van de situatie dat het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur worden bijgestaan door een bestuurlijk secretaris met als aandachtsgebied de bewaking van de bestuurlijke, juridische en financiële kaders waarbinnen het openbaar lichaam moet functioneren. De secretaris is afkomstig van een van de deelnemende gemeente en maakt deel uit van het Dagelijks Bestuur. De secretaris ondertekent mede de stukken die van het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur uitgaan. Artikel19Bestuurscommissies Omwille van korte heldere bestuurlijke lijnen dient terughoudend omgegaan te worden met het instellen van het zware instrument van bestuurscommissies. Voor de volledigheid is deze optie toch in de regeling opgenomen Het Algemeen Bestuur dient ingevolge artikel 25 eerste lid Wgr het voornemen om een functionele bestuurscommissie in het leven te roepen te melden bij de raden van de deelnemende gemeenten en hen in de gelegenheid stellen hun wensen en bedenkingen ter kennis te brengen van het Algemeen Bestuur. Artikel20Commissies van advies Raadsleden kunnen in een collegeregeling geen lid zijn van een adviescommissie. De instelling van vaste commissies van advies aan het Dagelijks Bestuur en aan de voorzitter geschiedt door het Algemeen Bestuur. Andere commissies van advies aan het Dagelijks Bestuur of de voorzitter worden ingesteld door het Dagelijks Bestuur respectievelijk de voorzitter. Artikel21Werkgroepen, overlegvormen Het gaat hier om informele overlegvormen, die als zodanig niet zijn benoemd in de Gemeentewet. Genoemde overlegvormen kunnen een rol spelen bij de beleidsvoorbereiding of beleidsuitvoering. Bekend voorbeeld zijn de portefeuillehouders overleggen. Artikel22Tegemoetkoming Uitgangspunt is dat zo min mogelijk bestuurskosten ten laste van het openbaar lichaam worden gebracht. Denkbaar is dat in incidenteel gevallen een uitzondering gemaakt moet worden op deze hoofdregel. In een op te stellen verordening zal dit uitgewerkt moeten worden. Artikel23Voorhangprocedure De gemeenschappelijke regeling is een collegeregeling. Bewust is er voor gekozen om geen
van de gemeenteraden in te brengen. Om de inhoudelijke betrokkenheid van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten te borgen is een voorhangprocedure opgenomen met betrekking tot dossiers die het predicaat majeur verdienen. Het gaat dan over dossiers met een grote politieke of bestuurlijke impact. Te denken valt aan een andere opzet van de financiële of bestuurlijke structuur van de GGD. Voor zover die binnen de grenzen van de Gemeenschappelijke regeling gewijzigd kunnen worden, verdient het aanbeveling dat de colleges vooraf het gevoelen van hun gemeenteraad inwinnen alvorens daarover een besluit in het Algemeen Bestuur te nemen. Het blijft een kwestie van inschatting in hoeverre een dossier gekwalificeerd moet worden als majeur. Bedacht dient te worden dat een wijziging van de Gemeenschappelijke regeling in ieder geval al onderhevig is aan het toestemmingsvereiste van de lokale raden en dat die regeling al een uitgebreide inspraakprocedure kent voor met name genoemde dossiers. Te noemen valt de vaststelling van de jaarlijkse begroting, deelname aan privaatrechtelijke rechtspersonen en het instellen van een bestuurscommissie. Er is afgezien van het creëren van een afzonderlijke procedure voor het bestempelen van een dossier als ‘majeur’. Het is het Algemeen Bestuur dat hierover met gewone meerderheid beslist. Artikel24Interne inlichtingenplicht en verantwoordingsplicht lid Dagelijks Bestuur De artikelen 24 tot en met 26 zijn aangepast als gevolg van de wijziging van de Wgr per 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.